ColumnDelphine Lecompte

Delphine Lecompte: ‘Het had ook zónder attributen, knaagdieren en lichaamsvochten gekund’

Delphine Lecompte

Ik heb hier weleens gestoeft over mijn woeste seksuele turnoefeningen met de voormalige vrachtwagenchauffeur. Maar toen kreeg ik te kampen met roem, anale jeuk, slapeloosheid, doodsbedreigingen, hartritmestoornissen, een eerste miskraam, luchtige misantropie, vijf hardnekkige Moldavische stalkers waarvan minstens twee elke nacht kermistijgers en wasbeerfeces op mijn drempel dumpten, een tweede miskraam, een aversie tegen bloedeloze boekhouders uit Deinze, een plots verbijsterend onvermogen om te genieten van interviews met Michael Caine, een plots verbijsterend onvermogen om te genieten van films waarin Richard Burton geen paternalistische psychiater speelt die harteloos achteloos omgaat met de sensuele stalactiviteiten van zijn interessantste patiënt, een preoccupatie met Filipijnse stekelvarkens en incestueuze imkers die de woorden ‘fluwijn’ en ‘kribbe’ te weinig gebruiken, en een ajuinenfobie.

Ons seksleven viel in duigen en ik voelde me schuldig. De voormalige vrachtwagenchauffeur stelde me gerust: ‘Ik kan nog altijd Bosnische porno bekijken op het internet, en zolang je naar de Carrefour fietst en rijstpap van het huismerk en witte bonen in tomatensaus en afgeprijsde parkkonijnen en kipgyros voor me inslaat, is er geen vuiltje aan de lucht, molletje!’ Zolang hij me ‘molletje’ blijft noemen, mag hij naar hartenlust Bosnische porno met of zonder loodgieters en fretten en fietspompen bekijken, en zolang mijn bloedeloze boekhouders uit Deinze geen interesse vertonen in mijn weggemoffelde facturen van goedbetaalde voordrachten in Transsylvanië en Friesland (waar ze mijn gedichten tenminste naar waarde schatten) zal ik naar de Carrefour blijven fietsen om rijstpap en witte bonen en parkkonijnen en kipgyros in te slaan voor de voormalige vrachtwagenchauffeur, mijn norse grizzlybeer die almaar meer lijkt op een misogyne hillbilly-banjohersteller uit Booneville, Mississippi, en almaar minder op een lankmoedige argeloze ontwapenende nederige meubelmakerszoon uit het sas van Bredene.

Nochtans is hij nooit moedwillig vrouwonvriendelijk. In tegenstelling tot de oude kruisboogschutter en zijn beste vrienden, twee geelzuchtige kolveniers, die in kneuterige Brugse tearooms Oekraïense deernen onderwerpen aan genadeloze seksistische opmerkingen over hun brede achterwerken en lila behabandjes. Walgelijk, ja, maar ze zijn gelukkig te kreupel en te geriatrisch om de deernen te bespringen en om de lila bustehouders aan flarden te scheuren. Waar was ik? De voormalige vrachtwagenchauffeur en ik, we zijn er godzijdank in geslaagd om ons seksleven te reanimeren. Ik zal voor één keer discreet zijn en niet uitweiden over de attributen en de nachtelijke knaagdieren uit Madagaskar en de lichaamsvochten van minderjarige Hondurese schoorsteenvegers die daarvoor nodig zijn geweest. Eigenlijk hadden we het ook zonder attributen en knaagdieren en lichaamsvochten van minderjarige Hondurese schoorsteenvegers kunnen stellen. Eigenlijk volstond het om opnieuw mild te leren zijn voor elkaars neurosen en winderigheid. Verder gaat het leven zijn gangetje: mijn geestige onbevreesde tomeloze keizerlijke moeder is ondanks haar schubbige uitdijende etterende walmende psoriasis nog steeds het meest adembenemende, meest aanbiddelijke zoogdier ter wereld, de oude kruisboogschutter wil mij nog altijd verkrachten met zijn splinterige Noord-Franse kapstokboom, en ik probeer vriendelijk te zijn tegen ontslagen kraanmachinisten die nog nooit van Hendrik Marsman en Hart Crane hebben gehoord maar wel deelnemen aan knullige poëziewedstrijden waarin ik soms zetel als jurylid. Het is hemeltergend gedichten te moeten lezen van dilettanten die denken dat poëzie rijm en dauw en depressie en liefdesverdriet en darmkanker en dementerende orgeldraaiers en dode spreeuwen en zieltogende coniferen en Apocalyps en doffe ellende is. Dat gedichten ook anarchie en lust en humor en ontregeling mogen bevatten, hebben ze nog niet begrepen.

Nu zit ik in de woonkamer van mijn nieuwe hartsvriendinnen: de lesbische garnalenpelster en haar frêle, allesbehalve wereldvreemde houtsnijdende vrouw die van Fred Bervoets en alpaca’s houdt. We kijken naar het wrange hilarische innovatieve meesterwerk ‘C’est arrivé près de chez vous’. Na de film ga ik naar huis en schrijf ik een autobiografisch verhaal over anaal gepenetreerd worden met een koolrabi door een gemene hoefsmid in de slaapkamer van zijn zevenjarige zoon, gelukkig was de zoon op schoolreis in Keulen. We werden betrapt door de vrouw van de hoefsmid, ze droeg een T-shirt van Dead Kennedys, ze rook naar stridulerende sabelsprinkhanen, ze heette Marleen en had medelijden. We rookten opium en werden zielsverwanten. Ik zei: ‘Mijn lievelingsliedje van Dead Kennedys is ‘I Kill Children’.’ Marleen grinnikte en streelde mijn gezicht met een wrattige sierpompoen.

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234