illustratie Ratatouille v2 Beeld humo
illustratie Ratatouille v2Beeld humo

ColumnDelphine Lecompte

Delphine Lecompte: ‘Ik ben te afhankelijk geworden van aandacht, applaus en aanzoeken’

Dichteres Delphine Lecompte bericht enthousiast over drankmisbruik, baldadigheden en amoureuze perikelen.

Ik heb al mijn voordrachten afgezegd tot het einde van het jaar. Hoe onprettig het ook is om de seniorenvereniging van Duffel te moeten ontgoochelen en de tombola-avond van de kolveniersgilde van Ruiselede niet te kunnen opvrolijken met mijn baldadige gedichten, ik was al een tijdje aan het aanmodderen en op automatische piloot aan het voordragen. Dan droeg ik bijvoorbeeld ‘Geen succes blues’ voor in Aarschot en merkte ik dat ik tijdens strofes twee en drie mijn boulimische vreetbuien voor de komende dagen aan het organiseren was, en dat ik tijdens strofes vijf en zes de onevenwichtige filmografie van Michael Keaton in chronologische volgorde probeerde te rangschikken (maar steeds de mist inging). Mijn fans verdienen beter: ze verdienen een gloedvolle brutale tomeloze Delphine Lecompte. ‘Beetlejuice’ is overigens mijn favoriete film met Michael Keaton.

Ik ben natuurlijk nooit echt een gloedvolle brutale tomeloze podiumpersoonlijkheid geweest, ik leek eerder op een panisch vingerdiertje dat abusievelijk in een vernederende Moldavische circusact is terechtgekomen. Op een podium staan, ik heb er altijd mee geworsteld. Ten eerste: ik lijd aan agorafobie. Ten tweede: ik word geplaagd door kwellende verlegenheid. Ten derde: ik genoot op den duur te veel van het applaus en achteraf walgde ik dan van mezelf. Zoals de fenomenale dichter zaliger Les Murray het zo prachtig formuleerde in de laatste regel van zijn gedicht ‘Performance’: ‘As usual after any triumph, I was of course inconsolable.’ Ontroostbaar na elke voordracht, ook (of vooral) na een succesvolle voordracht. Want het publiek is ondankbaar en wispelturig, en onvoorspelbaar en grillig. En het is gevaarlijk om je zelfbeeld en zelfrespect uitsluitend te laten afhangen van vluchtig succes op een podium.

Nu heb ik dus een zee van tijd. Wat zal ik aanvangen met dat deprimerende vooruitzicht? Ik zal foto’s nemen van de voormalige vrachtwagenchauffeur wanneer hij met vochtige doekjes bestemd voor poezelige babybilletjes de nicotineaanslag op zijn platen van Foghat, Whitesnake, Rainbow, Bad Company en ZZ Top probeert te verwijderen. Ik zal de Wikipediapagina van ‘David Copperfield’ bewerken, de roman en niet de slijmerige grijnzende ex van de nog steeds verrukkelijke Claudia Schiffer. Ik zal ‘Hotel New Hampshire’ herlezen, of herbekijken.

Ik zal tien afschuwelijke theaterteksten schrijven die bol staan van ongeloofwaardige orgieën met Schotse scheepsherstellers, epileptische dalmatiërs en kribbige dermatologen. Ik zal me verdiepen in de levens van Mark Rothko, Jacques Cousteau en Pol Pot. Ik zal zorgen voor de hautaine tijgerpython en de imbeciele bouvier van de Senegalese bobijnster van de Calvariebergstraat die met uitgezaaide pancreaskanker opgenomen wordt in het ziekenhuis. Ik zal beter worden in het stelen van ansjovisblikjes en kangoeroesteaks in de Carrefour om de hoek, en mijn moeder ermee overladen. En ik zal haar beloven om haar schedelpsoriasis zo weinig mogelijk te vermelden in mijn columns en gedichten. Ik zal 226 kalenders van deerniswekkende Catalaanse windhonden in nood kopen van de antipathieke Bernadette, waar ik niemand een plezier mee kan doen omdat iedereen die ik ken een kalender van Kandinsky, Klimt of ‘Blokken’ wil. Ik zal naar de kerstmarkt gaan en afgunstig staren naar de narcistische makelaars en necrofiele tegelleggers die shotjes citroenjenever in hun keel kappen en zonder doodsangsten uit te staan bakjes wulken, gestoofde dakvensters, gekookte piano’s en pannenkoeken met Nutella soldaat maken. Ik zal de oude kruisboogschutter helpen met de opname van zijn meterstanden – dit jaar moet het lukken zonder gin en bloedvergieten. Ik zal een radijzenkommetje met fijn geschilderde ijsvogels schenken aan mijn aristocratische psychotherapeute dokter Meyer, die op Lauren Bacall lijkt (niet in ‘The Big Sleep’, maar in ‘Dogville’) en die zonder snobistische opzichtigheid Truman Capote, Françoise Sagan en Peter Handke leest. Ik zal vooral een krankzinnige hoeveelheid schabouwelijke paranoïde gedichten schrijven. Gedichten waar niemand op zit te wachten, en dat is oké. Ik ben te afhankelijk geworden van aandacht, applaus, kruiperige mails en huwelijksaanzoeken van dweepzieke minderjarige alchemistische trompettisten. Het is verslavend en bedwelmend om aanbeden en toegejuicht te worden, maar het is een luchtbel. Dat gezegd zijnde: ik kan me wel voor de kop slaan dat ik al mijn voordrachten heb afgezegd en mezelf heb veroordeeld tot mijn eigen suïcidale lethargische lamlendigheid. Sorry, Jan Decleir!

‘Desperado’s van de Vlaamse poëzie’, zonder Delphine Lecompte maar met Jan Decleir. Alle info: thassos.be.

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234