illustratie Ratatouille v2 Beeld humo
illustratie Ratatouille v2Beeld humo

ColumnDelphine Lecompte

Delphine Lecompte: ‘Ik steven af op een burn-out. Waarom haat ik mijn gedichten anders zo hartsgrondig?’

Dichteres Delphine Lecompte bericht enthousiast over drankmisbruik, baldadigheden en amoureuze perikelen.

We kijken naar ‘Carnivale’, de voormalige vrachtwagenchauffeur en ik. Een serie waarin de misfits in de bloemetjes worden gezet, waarin de onaangepasten en de freaks eindelijk de helden en heiligen zijn. Het circus trekt voorbij en in elk dorp vallen de benepen bigots en hypocriete predikanten genadeloos door de mand. De voormalige vrachtwagenchauffeur drukt op de pauzeknop en we halen herinneringen op aan onze kleurrijke, veel te gezellige en veel te langgerekte verblijven in psychiatrische instellingen. De voormalige vrachtwagenchauffeur stak graag de draak met de ergotherapeutische activiteiten, vooral wanneer er tarotkaarten en badmintonrackets tevoorschijn werden getoverd. Badmintonrackets begrijp ik nog, maar tarotkaarten? Misschien moet het me niet verwonderen, de psychiatrie is grotendeels voodoo en hocus pocus en veel te veel benzodiazepines. Ik kan er geen goed woord over zeggen, maar de patiënten waren warm en wonderlijk en kleurrijk. En als ze je aanvielen met een vork in de refter, dan hadden ze PTSS en was het niet zo moeilijk om de aanval met de mantel der liefde te bedekken. Ik heb veel geschenken gekregen in gekkenhuizen: van de zwaarlijvige godsdienstwaanzinnige Bertrand kreeg ik een groene koffer vol koffiefilterzakjes en het stripverhaal ‘De koningin van Onderland’, van de nerveuze megalomane hoefsmid Anthony, die zijn rede verloor tijdens een hanengevecht in Cambodja, een theelichthouder in de vorm van een drakenkop, van de kleine, angstige, arglistige Nicole die dwangmatig sleutels van opwindkikkers en aapjes met cimbalen inslikte om haar broers naar de kroon te steken, kreeg ik een cadeaubon om in Düsseldorf à volonté nasi goreng en pizza Hawaï te eten en rosé te drinken in een buffetrestaurant uitgebaat door een gereformeerde paardengokker en een fascistische dwerg (ik ben nooit in Düsseldorf geraakt), van de mooie, mollige, door Temesta dof geworden Zweedse ex-hoer Sandra een sjaal met een print van gewiekste melkmeisjes en wankelmoedige marmottenfokkers, van de ruwhartige versleten ex-bokser Patrick een klatergouden naaktvingergekko om rond mijn nek te hangen als teken van eeuwige trouw, maar nadat de versleten ex-bokser in Heist een Pakistaanse kleermaker had doodgemept die in zijn stamcafé sonnetten over suikerspinnen en existentiële crisissen kwam voordragen, heb ik de naaktvingergekko achtergelaten in een plas braaksel in de Joe Englishstraat, en van de achterlijke bakkersknecht Nico kreeg ik tien peperkoeken harten en een lelijke zalmroze iPod waaraan ik tien jaar plezier heb beleefd, vooral aan de liedjes van Diamond Head en Primal Scream. De voormalige vrachtwagenchauffeur staat op en zegt: ‘Ik ga jagerssaus maken.’ Ik zeg: ‘Je zou beter zeggen: ik ga jagen. Dat zou pas opwindend klinken.’ De voormalige vrachtwagenchauffeur zucht en giet poeder in een pannetje, voegt water toe en wacht op de magie: twee minuten later ontstaat een blubberachtige bruine aromatische cholesterolrijke jagerssaus. Ik proef, het is goed. Het is beter dan met pijl en boog zalige hinden in de val lokken. We eten spieringkoteletten met jagerssaus en appelmoes. We praten over Elisabeth Shue in ‘Leaving Las Vegas’. Daarna praten we over Jeremy Irons in de overbodig remake van ‘Lolita’. Tot slot praten we over mijn literaire ‘carrière’: over mijn snode plannen om die te saboteren en gelukkig te worden als hoedenmaakster in één of ander drankzuchtig Sloveens inteeltgehucht. Maar mijn fijne motoriek laat te wensen over en ik haat hoofddeksels. Behalve dat van Brian Johnson, dat kan ermee door. Oh, en Cillian Murphy in ‘Peaky Blinders’: ook een aanvaardbaar hoofddeksel, maar daar stopt het. En breek me de bek niet open over georganiseerde religies, wat ze daar allemaal vrijwillig op hun kop balanceren, is te gek voor woorden. De mijter is het bespottelijkst.

Nu luisteren we zonder kleren en met bolle buiken naar de gezapige plaat ‘The Origin of the Feces’ van Type O Negative, met mijn luie vingers zoek ik het scrotum van de voormalige vrachtwagenchauffeur. Het bengelt loom als een windvanger tussen een kussen met ananaspartjes en een reclameblaadje van carwash Tyfoon te Sijsele: wie zoekt, die vindt.

Ik speel met de teelballen van de voormalige vrachtwagenchauffeur om minder stress te voelen. Ik steven af op een burn-out, ja ja, lach maar. Waarom ben ik anders zo nors als Diogenes en Mark E. Smith in het kwadraat? En waarom haat ik mijn gedichten zo hartsgrondig? Om nog maar te zwijgen over mijn walg voor de kneuterige, kabbelende, allesbehalve zwartgallige gedichten van mijn talrijke rivalen.

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234