illustratie Ratatouille v2 Beeld humo
illustratie Ratatouille v2Beeld humo

ColumnDelphine Lecompte

Delphine Lecompte: ‘Ik trap op haar luchtpijp, ze zwijgt en blaast haar laatste adem uit’

Dichteres Delphine Lecompte bericht enthousiast over drankmisbruik, baldadigheden en amoureuze perikelen.

Ik heb leren houden van mijn slapeloosheid zoals men leert houden van een anusfistel. Ik kruip om halfnegen in het paradijselijke of toch alleszins propere logeerbed van de oude kruisboogschutter, luister een halfuur lang naar de huiveringwekkende verhalen voor het slapengaan over zijn drie kribbige inhalige ijdele overspelige spilzieke vrouwen, die goddank alle drie op passende wijze werden gestraft. De eerste was de op het eerste zicht argeloze kolonelsdochter die leek op een kruising tussen Emily Dickinson en een chagrijnige alpaca. Ze bedroog de oude kruisboogschutter met twintig chowchows en een veertig jaar oudere koffiemagnaat, ze raakte zwanger van de koffiemagnaat en liet de abortus uitvoeren door een loensende taxidermist op het parkeerterrein van een verloederde hertenragoutfabriek. Een week later stikte ze in de marsepeinen tomahawk van een als strijdlustige Cheyenne verklede Pacifische stekelmuisgoffer.

De tweede vrouw, de sluwe ex-Miss Hasselt, had een affaire met een dozijn dementerende orgeldraaiers en met 2.763 kruiperige draaideurinstallateurs. Ze werd door de bliksem getroffen op de drempel van een gesloten schoenlepelwinkel waar je naast schoenlepels ook schandknapen kunt kopen, en onderdelen van Maleisische hijskraanautomaten, en pillen die het mogelijk maken om ‘Ummagumma’ volledig te beluisteren zonder achteraf kleine schattige stalknechten en fascistische dwergen te willen martelen.

De derde, de ergste, was de dochter van een SS’er zonder berouw, een helleveeg uit de buurt van Dresden met een bijenkorfkapsel en het nerveuze wispelturige brein van een wangzakmuis. Ze ging constant zonder de oude kruisboogschutter naar het woelige decadente immorele Mallorca, waar ze lustig de foxtrot danste en pijpbeurten uitdeelde aan vulgaire schietkraamuitbaters en betweterige tapijtenwevers en naargeestige struisvogelkwekers. Ze woont nu uitgemergeld en met levervlekken op haar voorheen ongenaakbare prerafaëlitische handen in een OCMW-appartementje in Assebroek en ze lijdt aan alopecia en tongkanker en ze zal nooit meer cocaïne snuiven van de buik van een bloedmooie alchemistische trompettist, en nooit meer zullen geniale berentemmers aan haar vulva knabbelen, en geen enkele Montenegrijnse messenslijper zal nog speciaal voor haar een tekening van Cy Twombly vervalsen.

Ik val in slaap, ik droom dat ik met een oestermes een Finse hoedenmaakster die op de Maria Magdalena van Piero della Francesca lijkt aanval in haar badkamer, maar ze overleeft de aanval en we worden boezemvrienden, we delen een fles afschuwelijke perziklikeur en we kijken elk met een lynx op de schoot naar ‘Le locataire’ van Roman Polanski. Daarna luisteren we naar ‘Ummagumma’, maar de hoedenmaakster beslist dat het genoeg is geweest. Wie denkt ze wel dat ze is?! Ik word razend en deze keer steek ik haar neer met een zeventiende-eeuwse tombolarapier, ze gorgelt, zegt in het Fins: ‘Mijn leven was geen pretje, maar ik heb tenminste Machu Picchu bezocht en de liefde bedreven met twee hartstochtelijke truffelraapsters en veertien relatief joviale anemische goudsmeden. ‘Noem je dat een bevredigend leven, valse verwerpelijke miserabele troela?’ Ik trap op haar luchtpijp, ze zwijgt en blaast haar laatste adem uit.

Ik word wakker: het is halftwaalf. Ik sta op en loop in mijn pyjama met een tekenfilmcoyote naar de beschimmelde huurwoning van de voormalige vrachtwagenchauffeur en nestel mezelf naast zijn naakte zwetende lijf met het strakke scrotum waar ik zo verzot op ben dat ik er onlangs duizend sonnetten aan heb gewijd, en toen was ik nóg niet uitgeschreven. Ik kus zijn penis en de voormalige vrachtwagenchauffeur wordt wakker, hij zegt: ‘Molletje, kon je weer niet slapen?’ ‘Nee.’ ‘Ocharm, zal ik je vagina likken?’ ‘Ja.’ De voormalige vrachtwagenchauffeur likt mijn vagina met de tedere driftige deskundigheid die ik in korte tijd zo vanzelfsprekend ben beginnen te vinden. Het is heerlijk, maar ik kan me niet concentreren. Ik denk aan scrotumsonnet nummer 598, het is sentimenteel en dus abominabel, het kwelt me. Ik doe alsof ik klaarkom: ‘HONKBAL VADERDAG HYENABEET LAVASTROOM COMAZUIPEN WAFELIJZER SCHIMMELPAARD JUTEZAK PAUKENSLAG!!!’ Dan ren ik naar mijn huis en verander het abominabele scrotumsonnet in een obsceen smoezelig groezelig scrotumsonnet. Opgelucht val ik op mijn tafel in slaap, ik droom dat ik een opwindkikker en een reanimatiepop krijg van een melancholische baggeraar. Helaas wil hij een lastige seksuele handeling waarvoor ik niet lenig genoeg ben in ruil.

Gelukkig word ik weer wakker. Het is twee uur ’s nachts, ik eet een frisco en een spreeuwenjong.

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234