illustratie Ratatouille v2 Beeld humo
illustratie Ratatouille v2Beeld humo

ColumnDelphine Lecompte

Delphine Lecompte: ‘Ik wil niet behandeld worden als een broos angstig gehavend wezentje, want dat ben ik niet’

Delphine Lecompte

Dichteres Delphine Lecompte bericht enthousiast over drankmisbruik, baldadigheden en amoureuze perikelen.


Op 1 maart stond ik met mijn rare abominabele kop op de cover van Humo. Het was verschrikkelijk. Gelukkig stond er onder mijn foto: ‘Delphine Lecompte schrijft als eerste Vlaamse schrijver ooit een trilogie over wasbeerfolteringen en necrofilie, een trilogie die het vooral goed doet in Moldavië, en ook al is Moldavië geen heel groot land, toch is het een opmerkelijke verwezenlijking waar de onnavolgbare Delphine Lecompte erg trots op mag zijn!’

Nee, dat stond er niet. Er stond ‘#MeToo in de psychiatrie’ en binnenin deed ik mijn grimmige verslag over meermaals anaal verkracht worden in een isoleercel door een sullige sinistere sadistische nachtverpleger wiens naam ik graag zou prijsgeven en wiens genitaliën ik graag zou laten kennismaken met mijn tombolawafelijzer van de hondenschool van Sint Pieters. Ik was ontredderd op 1 maart, ik voelde me rauw en belachelijk. Ik rende naar het huis van de misantropische antipathieke Bernadette en zei: ‘Ik sta met mijn rare abominabele kop op de cover van Humo, help!’ Ze gaf me pijnboompitten en troostte mij: ‘Ozzy Osbourne heeft ook een rare abominabele kop.’ ‘Dat klopt, maar Ozzy heeft tenminste op flamboyante ontwapenende incoherente half comateuze wijze met Black Sabbath opgetreden over de hele wereld, en tegen oorlogsmonumenten gepist en mieren gesnoven met Nikki Sixx. Terwijl ik slechts aarzelend en knullig voordraag in koude lugubere zaagmeelfabrieken in de Kempen, en de enige oorlogsmonumenten waarop ik piste waren de verloederde graven van twee gierige benepen incontinente collaborateurs, en mieren laat ik gewoon hun gang gaan ook al werkt hun dogmatische naarstigheid vaak op mijn zenuwen.’

Bernadette stond op en legde de geniale plaat Meddle van Pink Floyd op. Ik mijmerde over de vrouwelijke en de mannelijke anatomie: had ik een penis dan zou het veel gemakkelijker zijn om tegen oorlogsmonumenten te pissen, gemakkelijker om rond te lopen op de dijk van Wimereux om twee uur ’s nachts zonder verplicht te worden om een pijpbeurt te geven aan een versleten landmeter met bloemkooloren en een chowchow die met groot stoïsch misprijzen de lelijke vernederende potsierlijke daad gadeslaat, gemakkelijker om hoofdredacteur te worden van het tijdschrift Woef, gemakkelijker om een snor te hebben, gemakkelijker om een satanische black metal band op richten en ernstig genomen te worden, en gemakkelijker (of toch alleszins aanvaardbaarder) om op de vuist te gaan met pedante onderwaterlassers die aan de toog van herberg De Wellustige Miereneter mijn blasfemische gedichten met de grond gelijkmaken omdat ze zich stierlijk vervelen en omdat ze ooit in 1985 een mislukte sonnettencyclus over Henry Mancini publiceerden in een snobistisch literair tijdschrift dat niet meer bestaat. Maar eigenlijk vind ik het niet zo erg om eierstokken en schaamlippen te bezitten; om manipulatieve vrouw, sukkelachtige dochter, verguisde slet, listig kreng en zelfverklaarde beschermheilige van de verschoppelingen te zijn.

Vroeger vond ik dat de beste kunst door mannen werd gemaakt maar nu vind ik dat de beste kunst wordt gemaakt door woeste krankzinnige radicale monsterlijke egocentrische opstandige agressieve paria’s die hun wonden en trauma’s en gebreken en zonden en morsigheden schaamteloos tentoonspreiden en achteraf niet zeggen: ‘Sorry dat ik op de cover van Humo stond!’ Niettemin schuimde ik op 1 maart alle tijdschriftenwinkels van Brugge af om die bewuste Humo uit de rekken te halen. Ik begon om 6u in tijdschriftenwinkel Nancy en Gino. Er stonden al twee verdoemde parkietenkwekers koortsig aan de gokautomaten te morrelen. Ik tilde een stapel Humo’s op en maakte aanstalten om naar buiten te gaan, maar Gino greep me bij mijn kraag en eiste dat ik de stapel terug zou leggen. Hij herkende mij niet omdat ik een impalamasker en een muts van HammerFall droeg. Ik legde de stapel terug en zei tegen Gino: ‘Bef mij!’ Maar Nancy kwam tussenbeide.

Wat ik eigenlijk wil zeggen: ik hoop dat de mensen beseffen dat ik weerspannig en onuitstaanbaar en grillig en gemeen zal blijven. Ik wil niet behandeld word als een broos angstig gehavend wezentje, want dat ben ik niet. Dat ben ik ook, maar ik heb ook andere facetten: roekeloze schuimbekkende tegendraadse obscene anarchistische literaire facetten. Ik wil geen medelijden. De enige personen die mij mogen troosten zijn: mijn nobele drankzuchtige psychotherapeute Barbara Meyer en de struise roodharige Amerikaanse macho Josh Homme. Als Josh Homme mij troost dan wil ik dat de troost seksuele en gutsende en vunzige en tierende vormen aanneemt. Want ik blijf natuurlijk een onverbeterlijke gulzige wanhopige fiere ongegeneerde nymfomane.

Dat gezegd zijnde: ik was erg ontroerd door de steunbetuigingen van mijn 347 lezers die stuk voor stuk kleurrijke wonderlijke buitenissige schepselen zijn met prachtige neusvleugels en hitsig makende achillespezen. Mijn favoriete lezer woont in Tienen, waar ze zich verdiept in schimmels, wierzwammen en fruitvleermuizen. Ze is getrouwd met een wispelturige lankmoedige houthakker die haar op handen draagt. Zoals Ozzy zijn scherpe bitsige mercantiele heks Sharon op handen draagt.

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234