Delphine Lecompte Beeld Humo
Delphine LecompteBeeld Humo

ColumnDelphine Lecompte

Delphine Lecompte: ‘Mijn gedachten dwalen af naar mijn favoriete fabelwezen, de smartelijke gekwelde Bart Schols’

Delphine Lecompte

Of ik nog steeds paranoïde ben en alopecia heb? Helaas wel! Vandaag sta ik voor een schilderij van Gustave De Smet, altijd een voorrecht. Ik neem deel aan het project Het Kunstuur in Mechelen van de lankmoedige kapitalistische geëngageerde gebroeders Bourlon. Het concept is simpel: een doek van een Vlaamse weerbarstige schilder licht op en naast het doek wordt een BV geprojecteerd, zowel interessante als lichtzinnige BV’s. Dirk De Wachter spreekt begeesterend over ‘De maanzieke man’ van Floris Jespers. En ik kom te weten dat Dirk Brossé eigenlijk begrafenisondernemer had moeten worden. Zijn vader was begrafenisondernemer en als jongetje mocht hij de lijken helpen balsemen. Mijn eerste dode was mijn grootvader van De Panne: hij lag opgebaard in het mistroostige crematorium van Adinkerke, tussen een zieltogende schommelstoelfabriek en een oubollige juwelenwinkel met maar twee soorten hangertjes: pijlstaartroggen en zwetende christussen. Die leken vreemd genoeg op John Cale.

Dan dwalen mijn gedachten af: naar mijn obsessieve voedselvergaring die de spuigaten uitloopt, naar die keer toen ik dronken Daan opbelde om het over ‘Under the Volcano’ en gele oliejekkers te hebben, naar mijn moeder die plotsklaps haar liefde voor coprofilie is kwijtgeraakt, naar de morbide leeuwentemmer die me een welverdiende oorveeg gaf toen ik in 1985 de drinkbakken van zijn deerniswekkende beesten vulde met cognac en amfetamines in de hoop dat ze zouden rebelleren tegen de hoepels en zwepen, naar de onweerstaanbare manier waarop Frank Black het bedwelmende exotische woord hacienda uitspreekt, naar de hitsige wijze waarop Kim Deal het ambigue woord saints uitspuwt, naar mijn favoriete tv-persoonlijkheid en fabelwezen, de smartelijke gekwelde Bart Schols. Ik zou graag eens in zijn nabijheid vertoeven wanneer hij roekeloos wordt en de teugels laat vieren. Wanneer hij zich waagt aan raki en met zijn feces een knullige coyote met een chronische pancreasontsteking treffend neerzet op de rug van een bloedmooie minderjarige Moldavische degenslikker.

Mechelen dus. Na de rondleiding krijg ik een primitieve homp stokbrood en een kom bestraffende venkelsoep, daarna plaatst de listige allesbehalve clowneske Hans Bourlon me voor een groen scherm. Ik moet meeslepend spreken over ‘De blinde papeter’ van Gustave Van de Woestyne. Ik spreek over mijn avonturen in het gekkenhuis van Knokke – normale mensen vinden gekken fascinerend. Hans is tevreden over het resultaat, ik krijg een taxi terug naar Brugge.

Ik lees op de achterbank ‘The Wasp Factory’ van Iain Banks. De taxichauffeur vraagt of ik veel BV’s ken. Ik antwoord: ‘Nee, de enige BV die ik ken, is Tom Waes. Al is kennen een groot woord, we hadden onlangs een Zoom-interview voor De Morgen. Het duurde welgeteld vijftien minuten. De ongenaakbare vlekkeloze imposante Astrid Stockman was er ook bij.’ Dan zwijg ik wijselijk en denk ik terug aan het afschuwelijke ongemakkelijke hortende surrealistische Zoom-interview. Het interieur van Astrid was sober en smaakvol, dat van Tom Slavisch en naargeestig. Mijn interieur was de beschimmelde huurwoning van de voormalige vrachtwagenchauffeur: nicotine, verslagenheid, zaad, genogrammen van voorbije psychiatrische opnames, gebroken schorsenerenbokalen en stickers van Bad Company.

Terug in Brugge loop ik naar het paleis van de veelgeplaagde kolonialistische oude kruisboogschutter. Hij betast ultravaderlijk mijn borsten en vraagt hoe ik het in Mechelen heb gesteld. Ik zeg: ‘Ik werd geconfronteerd met fenomenale geesteszieke briljante Vlaamse schilders die jij uiteraard verguist omdat jij als onverbeterlijke burgerlijke pezewever enkel van prerafaëlitische verdronken nimfjes, gezapige pointillistische vlinderjachten, kabbelende impressionistische picknicktaferelen en romige behaaglijke odalisken kunt houden die het verdienen om beklad te worden met andalousesaus in een knijpfles van de Aldi! Ik werd helaas ook blootgesteld aan een soort hologram van Annelies Verlinden, die een volstrekt oninteressante vage uitleg gaf bij een werk van Léon Spilliaert. Annelies Verlinden verdient Léon Spilliaert niet. En jij evenmin! Mijn moeder, Bart Schols, de necrofiele tegellegger met wie ik in april 2026 kortstondig bevriend zal zijn, en ikzelf verdienen Léon Spilliaert!’ De oude kruisboogschutter zucht en maakt een Poolse worst soldaat. Het is een ontgoochelende worst. Ik kruip vroeg in bed, uitgeput als ik ben door de combinatie van psychotische wanen en het verterende destructieve BV-schap.

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234