Delphine Lecompte Beeld Humo
Delphine LecompteBeeld Humo

ColumnDelphine Lecompte

Delphine Lecompte: ‘Mijn huidige vagina is als een bakje gistende kipcurrysalade die in volle zomer op tafel is blijven staan’

Delphine Lecompte

Dichteres Delphine Lecompte bericht enthousiast over drankmisbruik, baldadigheden en amoureuze perikelen.

Vanavond ben ik één van de Dichters van Wacht. Sukkelachtige alpacafokkers, gepensioneerde bietenboeren met walmende beenzweren en alcoholistische knopenverkoopsters kunnen elke vrijdagavond van acht tot tien uur het gratis nummer 0800/11.233 bellen. Als ze geluk hebben, komen ze terecht bij de guitige onweerstaanbare Maud Vanhauwaert, bij de zalvende ondoorgrondelijke intelligente Bart Stouten, of bij de listige verrukkelijke Mustafa Kör. Als ze pech hebben, komen ze terecht bij de nukkige wrokkige onvoorspelbare Delphine Lecompte.

Ik word opgebeld, zeg mijn naam en lees een gedicht voor (‘Ademloos’). Al tijdens de eerste strofe word ik onderbroken. ‘Delphine Lecompte van ‘De slimste mens’?’ ‘Nee, Delphine Lecompte van de woeste opiniestukken over Jan Fabre en menstruatiehutten.’ Ik verbreek de verbinding, maar ik word meteen opnieuw opgebeld. Deze keer pak ik het beter aan: ‘Ja, ik ben Delphine Lecompte van ‘De slimste mens’, wil je een wanstaltig gedicht horen of wil je te weten komen welke BV’s hun neus ophalen voor anale parels uit Nazareth en de voorkeur geven aan snobistische buttplugs uit Vilnius?’ ‘Ik wil een troostrijk gedicht horen,’ zegt de lijzige ex-draaideurinstallateur uit Alveringem. Ik zeg: ‘Dan ben je bij mij aan het verkeerde adres!’ Beller drie wil zijn hart uitstorten over zijn zoon die naar Alaska is geëmigreerd om pokdalige doofstomme Eskimojongens te molesteren. Beller vier zegt: ‘Ik wil mijn ovenwanten, mijn souvenirpotlood van Rouen en mijn eerste druk van ‘Een zachte vernieling’ terug, Lydia!’

Beller vijf probeert me op te geilen, zo moeilijk is dat niet. Ik zeg tegen beller zes: ‘Beller vijf had zin in een potje telefoonseks, maar jij klinkt als een fijnzinnige poëzieliefhebber die liever verwend wordt met een klassieker. ‘Geen succes blues’, bijvoorbeeld.’ Beller zes zegt: ‘Ik wil ook telefoonseks.’ Beller zeven vraagt: ‘Weet jij waar ik nog zo laat een impalamasker op de kop kan tikken?’

Beller acht zegt verwijtend: ‘Volgens mij doe je dit tegen je zin. Maud Vanhauwaert klonk veel geestdriftiger.’ Beller negen schreeuwt: ‘Mijn dragonsaus is beter dan de jouwe, trut!’ Beller tien vraagt: ‘Kan ik bij jullie mijn chihuahua laten cremeren en de as meekrijgen in een schattig satijnen zakje?’ Ik zeg: ‘Op voorwaarde dat de chihuahua dood is. We hebben ook urnen, maar die zijn een stuk duurder. Ben je te gierig voor een urne?’ ‘Ja.’ Ik verbreek de verbinding, vooral omdat ik geen dierencrematorium heb. Beller elf is mijn ex-leraar aardrijkskunde, hij zegt: ‘Weet je nog die keer toen ik je liet nablijven omdat je de les over het pleistoceen had verstoord? Je probeerde me te verleiden en nu vind ik het jammer dat ik er niet op ben ingegaan. Kunnen we alsnog afspreken?’ Ik zeg waarheidsgetrouw: ‘Ik kan onmogelijk wedijveren met de 14-jarige Delphine Lecompte. Mijn huidige vagina kan ik nog het best omschrijven als een bakje gistende kipcurrysalade die in volle zomer tijdens de jaarlijkse tombola van een racistische kolveniersvereniging op de tafel is blijven staan. En mijn geest is een ranzige paranoïde puinhoop, maar dat was vroeger niet anders.’

Beller twaalf is een kogelvisfileerder uit Stekene die mij een Mitsubishi-trekhaak en een rottweiler met verlatingsangst wil aansmeren. Beller dertien noemt ‘The Final Cut’ van Pink Floyd een kutplaat, ik zeg: ‘Je hebt ongelijk en je klinkt verdacht veel als Ben Rottiers. Ben je Ben Rottiers?’ Beller veertien is mijn moeder: ‘Fientje, heb je zin om samen met mij en mijn Moldavische stukadoor naar ‘Jeanne la Pucelle’ te kijken met een kommetje tarama op je schoot?’ ‘Nee!’

Beller vijftien wil er een eind aan maken. Ik zeg: ‘Doe het niet.’ ‘Waarom niet? Geef me twee goede redenen om te blijven leven.’ Ik sla in paniek, ik kan geen enkele goede reden bedenken. Gelukkig ligt mijn laptop naast me, ik googel ‘goede redenen om te blijven leven’ en vind een behulpzame site van een Hollandse gozer die wel 101 redenen heeft om te blijven leven. Ik pik er lukraak twee uit: ‘Als je blijft leven, kun je een seizoenkaart van Feyenoord kopen en een vet concert van Wiegedood meemaken.’

Mijn laatste beller zegt zorgzaam: ‘Je klinkt uitgeput, Delphine.’ ‘Dat ben ik ook! Ik heb de kracht niet meer om nog een zinloos grimmig gedicht van mezelf te declameren.’ ‘Lees dan een gedicht van een collega voor.’ ‘Wat? Gratis reclame maken voor één of andere opportunistische gefrustreerde stadsdichter uit Sint-Pieters-Rode die mij het licht in de ogen niet gunt?!’ Mijn laatste beller legt de hoorn op de haak. Zo, ik heb mijn steentje bijgedragen. Morgen leer ik chihuahua’s cremeren, een goede reden om te blijven leven.

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234