illustratie Ratatouille v2 Beeld humo
illustratie Ratatouille v2Beeld humo

ColumnDelphine Lecompte

Delphine Lecompte: ‘Niemand kan mij beschuldigen van behaagzucht, kruiperigheid of bevalligheid’

Dichteres Delphine Lecompte bericht enthousiast over drankmisbruik, baldadigheden en amoureuze perikelen.

Na het EK ben ik achtergebleven met een enorme kater: ik schreef tien briljante, blasfemische, volstrekt originele voetbalgedichten voor Het Nieuwsblad, maar kreeg geen enkele reactie. Noch van Romelu Lukaku, noch van de pretentieuze hondenkapper uit Geel die al meer dan twee decennia tegen zijn zin geabonneerd is op Het Nieuwsblad. Parels voor de zwijnen! Maar niet getreurd: dankzij die voetbalgedichten, die vooral gingen over mijn promiscuïteit, mijn kleptomanie, mijn eczeemplekken en mijn liefde voor ‘The Piper at the Gates of Dawn’ en voor buiksprekers, heb ik mijn geestdrift voor het schrijven van poëzie teruggevonden. Die was ik bijna drie maanden kwijt geweest en bijgevolg vond ik het moeilijk om geen Georgisch broodmes in mijn dijbeenslagader te rammen. Want wie ben ik als ik geen gedichten schrijf? Slechts een zondig, onwaardig, bipolair, geniepig scharminkel dat vaker dan de meeste mensen ansjovisslierten, plakkaatverf, sandalen, boilers, reiswekkers, wijwatervaten, VHS-cassettes van ‘Marnie’ en ‘Rebecca’, cd’s van Supertramp en The Melvins, fluorescerende veters, wandelende takken en kweeperen steelt van blinde beiaardiers of blasfemische horlogemakers.

Ik ben in mijn nopjes met mijn nieuwe gedichten. Dat ze sinister en pervers en wreed en gewelddadig en troosteloos en wanstaltig en overdadig zijn, stoort me niet. Integendeel: het is de bedoeling, en de Paul Snoek Poëzieprijs kan me gestolen worden! Het is bijzonder kortzichtig van een jury om een prijs vernoemd naar een obsceen, onverschrokken, visionair genie vrijwel uitsluitend toe te kennen aan brave, benepen, conventionele versjesmakers. Maar ja, wie zit in zo’n jury? Een kleurloze literatuurwetenschapper met etalagebenen, een sproeterige ex-sponzenverkoper met een enkelband, een ontsnapte schizofrene alpacafokker en een drietal jonge ambitieuze opportunistische dichters met scherpe jukbeenderen en hippe oorschelpen en getatoeëerde fantoomzalmen op hun gebruinde onderarmen. Zij vinden het flemen en netwerken in literaire herbergen belangrijker dan om 2 uur ’s nachts op te staan om als een bezetene te werken en zelfs incontinentiemateriaal te dragen, zodat ze hun schrijftafel niet moeten verlaten. Ze zouden hun ziel niet verkopen aan de eerste de beste mystieke chrysantenkweker in ruil voor een geniale sonnettencyclus over incest en godsdienstwaanzin in een verdoemd zadelmakergezin. Maar zulke dichters zijn bijna uitgestorven. Dichters zijn nu glanzend en guitig en aaibaar en mediageniek.

Of klink ik nu bitter? Ik ben niet bitter. Ik ben blij dat ik geen ambitieuze, zielloze, opportunistische hansworst ben. Als ik iets bezit, dan toch dit: mijn doffe, vreugdeloze autonomie, hoera! Ik dans naar niemands pijpen, en niemand kan mij beschuldigen van behaagzucht, kruiperigheid of bevalligheid.

En er is nog meer goed nieuws: ik heb een boekhoudster, die ervoor zal zorgen dat mijn voorbije voordrachten in gehuchten als Kortessem en Ninove en Wichelen en Erpe-Mere en Kortenberg en Izegem, en mijn voorbije bijdragen aan literaire tijdschriften met themanummers over fantoomkrabbende penseelaapjes en necrofiele tegelleggers en chronisch hikkende mandenweefsters correct worden doorgegeven aan de fiscus. Ze heet Patricia en de kamerplant in haar kantoor is een stuk minder bloedeloos en minder onbewogen dan zij. Dat is oké: bloedeloosheid valt in een boekhoudster alleen maar aan te moedigen.

Haar kantoor ligt in Deinze en de oude kruisboogschutter heeft me naar hier gebracht. Sinds ik hem heb wijsgemaakt dat ik tegen de hoofdredacteur van Humo ga zeggen dat ik het beu ben om elke week een obscene, ordinaire, schuimbekkende column te schrijven waarin ik lamlendig mijn vagina laat mismeesteren door de voormalige vrachtwagenchauffeur en waarin ik de oude kruisboogschutter afschilder als een pompeus, kolonialistisch, paternalistisch burgermannetje met ooglappen, dat ik het beu ben om mijn talent te verspillen aan het beschrijven van vreugdeloze erotische taferelen en succesvolle onstuimige winkeldiefstallen en chagrijnige aanvallen op de steriele inteeltmentaliteit van de Vlaamse literaire wereld, en dat ze maar iemand anders moeten zoeken om de pagina naast de machtige, weerbarstige cartoons van de onweerstaanbare branieschopper Kamagurka te vullen, lig ik bij hem weer in de bovenste lade.

Ik geef mijn volmacht aan de bloedeloze Patricia en dan rijden we terug naar de gevaarlijke, onvoorspelbare, diabolische opiummetropool Brugge. Daar loop ik naar de beschimmelde huurwoning van de voormalige vrachtwagenchauffeur, hij is staand een boterham met preskop en mosterd aan het eten. Het is dure mosterd en er valt een kwak op zijn geliefde T-shirt van Blackfoot. Hij bloost en we tongzoenen als hitsige Sloveense puberjongens in de kombuis van een duikboot.

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234