Delphine Lecompte Beeld Humo
Delphine LecompteBeeld Humo

ColumnDelphine Lecompte

Delphine Lecompte: ‘Plots word ik opgebeld door niemand minder dan de enigmatische kribbige listige graatmagere stemmige rijke stinkerd Hans Bourlon’

Dichteres Delphine Lecompte bericht enthousiast over drankmisbruik, baldadigheden en amoureuze perikelen.

Delphine Lecompte

Vorige week heb ik in deze column verslag uitgebracht over de Nacht van de Canon, maar aangezien Humo vrijdag naar de drukkerij gaat en ik pas een dag later moest optreden, heb ik toen noodgedwongen een ontmoeting met de veel te guitige Maud Vanhauwaert uit mijn duim gezogen. Gelukkig kan ik deze keer wel de waarheid neerpennen.

Mooi op tijd (19.56 uur) betrad ik het opulente protserige statige knusse kolonialistische intimiderende paleis van de Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal- en Letterkunde in de Koningstraat in Gent. Ik werd allesbehalve kruiperig ontvangen door de magnifieke Manitoe van KANTL: Nicolas. Hij droeg gouden zeeroversringen en een T-shirt van The Stone Roses. Hij had de plagerige twinkelende weerspannige oogopslag van een hoffelijke opstandige geile antilope in een illegale zoo in Manchester. Ik flirtte vruchteloos met Nicolas, voor de zoveelste keer. Hij had het druk, Joost Oomen was ontevreden over de temperatuur van de chocomousse in de backstage-ijskast en een zekere Lieke, die verantwoordelijk is voor de nieuwe vage kneuterige pseudofeministische canonlijst, klaagde tegen Nicolas over het agressieve divagedrag van Peter Terrin in de Jef Geeraertszaal. Nochtans was Peter Terrin geveld door covid en Jef Geeraerts werd met zijn klieken en klakken uit de canon gekegeld vanwege hitsige romanpassages over ravissante zwarte deernen. Lieke zong een toontje lager en in de backstageruimte beweerde ze dat ze mij een fantastische herrieschopper vond, ongemakkelijk zwolg ik een potje guacamole naar binnen.

Dan mocht ik optreden in de Grote Zaal: ik stamelde onbeholpen, ik liet boeken vallen, mijn pupiter kantelde om en een knallende wind ontsnapte aan mijn heidense aars, gelukkig kon ik de schuld steken op een necrofiele tegellegger die in kleermakerszit voor het podium zat en eruitzag alsof hij constant valselijk beschuldigd werd van flatulentie en nooit eens terecht van necrofilie!

Om 22.15 uur droeg ik een tweede keer voor, in de Tapijtenzaal, en dat werd een nog veel groter fiasco: mijn pupiter viel in duigen en mijn wrange stekelige gedichten werden begeleid door een pafferige Perzische vrouwenverslinder met een knerpende snerpende luit die na mijn mislukte voordracht mijn hand kuste maar niet inging op mijn gulle voorstel om samen in een lunapark in De Panne een lelijke pluchen octopus uit een barbaarse grijpautomaat te vissen en daarna op het dak van een sinistere schommelstoelfabriek in elkaars genitaliën te knijpen.

De volgende dag moest ik naar de VRT om in ‘De Taalstaat’ voor te lezen uit ‘Rock & roll met Frieda Vindevogel’. Het was allemaal snel afgelopen, Jan Hautekiet en Frits Spits interviewden mij mild spottend en sluw monkelend. Door een speling van het lot was het de bedeesde zeepzieder die het interview begeleidde. Want ja: ook al duurde het slechts een erbarmelijke vernederende ontoereikende acht minuten, toch moest er een voorgesprek over worden gevoerd. Ik zag ertegenop, tot ik de stoere gorgelende chagrijnige gekmakende sardonische stem van de bedeesde zeepzieder hoorde. We praatten 29 minuten over de bureaucratische gesels, makke tragedies, bekoorlijke gewetenloze Surinaamse schandknapen en veelgeplaagde nukkige familieleden in onze levens, en we hadden het 22 seconden over ‘De Taalstaat’. De bedeesde zeepzieder vroeg: ‘Hoe gaat het met je moeder? Nog steeds zo overrompelend?’ Ik zei: ‘Ik vrees van wel. Hoe gaat het met jouw moeder? Luistert ze nog altijd naar podcasts over zieltogende slangenprocessies in het noorden van Italië?’ ‘Nee.’

Nu is het zondag en alle spektakels zijn voorbij, geen interviews vandaag. Gewoon: lamlendigheid, apathie, droefenis, walg, masturbatie en eindeloos luisteren naar ‘Blues Funeral’ van Mark Lanegan. Maar dan word ik toch opgebeld: door niemand minder dan de enigmatische kribbige listige graatmagere stemmige rijke stinkerd Hans Bourlon. Ik mag voor Het Kunstuur een tekst schrijven over ‘De blinde papeter’ van Gustave Van de Woestyne. Een heerlijke uitnodiging: ik aanbid de onaangename gedrochtelijke wanstaltige barse compromisloze schilderijen van Gustave Van de Woestyne. Het is evenwel bevreemdend om een gesprek te voeren met een man die genoeg geld heeft om elke dag vijftien marsepeinen kermiskangoeroes voor de grap weg te geven aan vijftien lukrake schurftige analfabetische jongenshoeren. En daarna blijven er nog voldoende duiten over om met een okerkleurige jeep naar Vilnius te rijden en er 1.333 fabelachtige blauwe zaklampen, 24 nostalgische porseleinen vetganzen, een eerste druk van ‘David Copperfield’, een gesigneerde foto van Richard Burton, een bebloede trombone, een kilo vleestomaten en een onderdanige rottweiler met glaucoom op de kop te tikken op het parkeerterrein van een naargeestige struisvogelkwekerij.

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234