illustratie Ratatouille v2 Beeld humo
illustratie Ratatouille v2Beeld humo

ColumnDelphine Lecompte

Delphine Lecompte: ‘We haalden lustig herinneringen op aan het bedrijven van chantagevrije sm’

Dichteres Delphine Lecompte bericht enthousiast over drankmisbruik, baldadigheden en amoureuze perikelen.

Ik word genadig genoeg nog zelden aangesproken over mijn deelname aan ‘De slimste mens’, maar als dat gebeurt, is het altijd door ontwapenende, deugnietachtige ex-stukadoors met een fiere enkelband, een polstatoeage van een verjaardagstaarthinde en een grote devotie voor Manowar. Fijne lieden voor wie ik veel tijd wil uittrekken, maar zij moeten altijd vlug thuis zijn wegens die fiere enkelband. Of ze vinden mijn lamlendige, zwartgallige bedeesdheid een bittere teleurstelling en willen zich zo snel mogelijk uit de voeten maken. Ik ga naar de bibliotheek en leen de fantastische, macabere en onnozele verhalen van het Engelse genie Saki. Daarna ren ik naar de beschimmelde huurwoning van de voormalige vrachtwagenchauffeur – hij is watertandend huurhuizen aan het bekijken die hij zich niet kan permitteren. Soms koesteren we de droom om te gaan samenwonen, maar als we meer dan zes uur in elkaars gezelschap vertoeven, slaat de moordzucht toe. Het enige wat ik dan nog wil doen, is een souvenirpotlood van de stad waar Jeanne d’Arc werd verbrand in zijn ene neusgat proppen, en een ivoren alligator die ik van de oude kruisboogschutter heb gestolen, in zijn andere, bredere neusgat forceren. Dus is het beter op deze manier: om twaalf uur bedrijven we de liefde tot ik klaarkom en ‘SNEEUWHOEN! CLOWNSNEUS! JACOBSLADDER!’ roep, en om één uur neem ik foto’s van de voormalige vrachtwagenchauffeur, die kinderlijk schuldbewust en geriatrisch blozend zeevruchtensalade naar binnen lepelt. Om twee uur probeer ik hem uit te leggen waarom ik op 1 april 1987 gewillig ben meegegaan met drie pernicieuze limonademogols en vier verdorven sponzenverkopers die er geen doekjes om wonden en zeiden: ‘Als je met ons meegaat, martelen we je in een Picardische rijstwafelfabriek vijftien dagen lang met Winnie de Poeh-bretellen, afatische palingvillers en allesbehalve koddige gordeldieren, met filmvoorstellingen van Michael Haneke en rabarbergelei op mismaakte wafels. Om drie uur val ik de voormalige vrachtwagenchauffeur lastig met de narcistische walg die ik voor mijn gedichten voel, om vier uur kwel ik hem met de terechte woede die ik ervaar als ik word geconfronteerd met naargeestige struisvogelkwekers die de Holocaust en de onovertroffen inventiviteit van de Cobraschilder Asger Jorn ontkennen, en om vijf uur zeg ik hem: ‘Wist je dat de broer van Asger Jorn de Kleine Zeemeermin heeft onthoofd?’ Om zes uur ten slotte barsten we in huilen uit omdat we te arm zijn om sierkarpers en kalasjnikovs te kopen, en omdat James Hetfield bijna te oud is geworden om in Moskou op geloofwaardige wijze ‘Hardwired’ te zingen.

Daarna ga ik naar huis, eet een marsepeinen wombat met een Frygische muts op zijn kop, lees een biografie van Dee Snider, masturbeer met een taartschep die ik tien jaar geleden heb gevonden aan de achterkant van een kopieerwinkel in Rotterdam, kom klaar als een amechtige louche televisiepriester, neem een stevige dosis clonazepam en hoop dat ik in mijn droom word overmeesterd door twee mystieke chrysantenkwekers en driehonderd struise kraanmachinisten die nog nooit van John Milton hebben gehoord.

Om twee uur ’s nachts word ik panisch wakker. Ik sta op en schrijf een gemeen, korzelig gedicht waarin ik mijn vader neerzet als een gefrustreerde, harteloze, aan calvados verslaafde troubadour die met zijn reumatische klauwtjes een ukelele en een gedrongen schuldbemiddelaarster ambeteert die op Sitting Bull lijkt. Ik aborteer het gedicht. Het is te mild. Ik sta op en eet onbevreesd een blikje ansjovis met kappertjes die naar Patagonische hazenkeutels smaken. Ik mis het gekkenhuis. Ik moest er geen klap uitvoeren, en niettemin kreeg ik drie keer per dag monochroom voedsel op een beige plateau, en vijf keer per dag werd er een handvol kleurrijke pillen over mijn bed gestrooid. Ik had bovendien altijd geluk met mijn kamergenoten, die zeekoeachtig minzaam waren en zichzelf zelden verminkten met binnengesmokkelde schaapscheerderscharen, en die charmanter, psychotischer en guller waren dan de gemiddelde analfabetische jongenshoer in het havenkwartier van Vladivostok. We haalden lustig herinneringen op aan het bedrijven van chantagevrije sm naast zwembaden, aan het verdonkeremanen van ruinen, trombones, dranghekken en pijpajuinen en de vele romans van Georges Perec die ons petje te boven gingen, aan het blijmoedig corrumperen van minderjarige badmintonspelers, aan het flirten met sardonische touwslagers, aan het lome folteren van de abrikozenpoedels van incestueuze imkers, en aan het heerlijke besef dat we overal mee konden wegkomen, aangezien we krankzinnig waren. Waarom heb ik het gekkenhuis verlaten?

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234