illustratie Ratatouille v2 Beeld humo
illustratie Ratatouille v2Beeld humo

ColumnDelphine Lecompte

Delphine Lecompte: ‘Zeggen dat het storm loopt voor mijn signeersessie zou een flagrante leugen zijn’

Dichteres Delphine Lecompte bericht enthousiast over drankmisbruik, baldadigheden en amoureuze perikelen.

Vandaag heb ik een signeersessie in Koksijde, de badstad die dankzij Paul Delvaux en de Zoeaven een zekere wetteloze romantiek en baldadige koppigheid uitstraalt. Ik deed hier mijn eerste communie en toen ik ‘zeven maal zeventig maal vergeef ik een ander zijn schuld’ zong meende ik het ook echt. Verder pleegde ik in deze streek mijn eerste winkeldiefstal (een marsepeinen sluiswachter met psoriasis), ik schreef hier mijn eerste gedicht (een melig sonnet over een illegale abortus op een minigolfterrein) en brak hier mijn eerste en laatste bipolaire vissershart.

Zeggen dat het storm loopt voor mijn signeersessie zou een flagrante leugen zijn. Ik hoopte op minstens 1047 bloedmooie gulzige kraanmachinisten en 254 guitige naargeestige struisvogelkwekers, maar het eerste uur daagt niemand op. De eigenares van de boekenwinkel neemt uit medelijden een boek van de stapel op het tafeltje en vraagt of ik het boek wil opdragen aan haar verzonnen schizofrene schoonvader Kamiel, een ex-armworstelaar die nog in een kraakpand heeft gewoond met Jean Genet, maar ze kregen ruzie omdat Kamiel nooit zijn rijstpap en zijn vijftienjarige Oekraïense analfabetische jongenshoeren wilde delen.

Na de opdracht voor Kamiel snuister ik wat rond: de zelfhulpsectie neemt twee derde van de winkel in, de vervelende zielsverheffende romans van Tommy Wieringa bijna een derde, en de poëzieafdeling bestaat uit een exemplaar van Het Liegend Konijn en een Moldavische bloemlezing vol gedichten over everzwijnen en Moederdag en luierfetisjisme. Ik koop de bloemlezing.

Dan stromen mijn veertien fans de winkel binnen: mijn eerste fan is een wulpse verweerde garnalenpelster die in het ‘Guinness Book of Records’ staat omdat ze in 1985 bijna een etmaal lang een kapot wafelijzer in de lucht wist te houden met haar voetzolen terwijl ze naakt op een schokkende rodeostier lag met ook nog eens de meeste kubuskwaltatoeages ter wereld en bovendien was ze aan het vuurspuwen en lelijke truien aan het breien voor Roemeense zwerfkatten met aids. Mijn tweede fan is een dubbelganger van Guido Lauwaert, hij is net als Guido Lauwaert een schelmachtige tomeloze geilaard en kleptomaan, hij verlaat de winkel met mijn onbetaalde gesigneerde bundel en de verdonkeremaande meesterwerken ‘Dagboek van een vermoeide egoïst’ en ‘Meningen van een clown’.

Mijn derde fan is Vanessa, een half-Poolse sirene die als 11-jarig meisje het hof werd gemaakt door de briljante narcistische onverschrokken autodidact Corneille. Nu is ze braaf getrouwd met een winderige verkoper van hygiënische plinten, hij koopt elke woensdag een lethargische woelrat voor haar, maar wanneer ze de liefde bedrijven is het de herinnering aan Corneille die haar naar een hoogtepunt stuwt. Mijn vierde fan is een perverse turnleraar Hendrik genaamd, hij beweert dat hij Spinoza en Joost Vandecasteele de flikflak heeft aangeleerd. Spinoza was leniger. Mijn vijfde fan is een jarige allesbehalve zwartgallige tapijtentycoon die me een compliment geeft: ‘Je lijkt op een Bosnische rattenvanger met existentiële pijn.’ De nagel op de kop!

Mijn zesde fan overhandigt me een hysterische sierkip en een verwrongen tuba. Mijn zevende fan is een stotterende ex-televisiepriester die te gierig is om zijn aangezichtstumor te laten verwijderen, maar die goddank niet te gierig is om mijn boek te kopen en om maandelijks geld te storten aan een vereniging die zich inzet voor koorddansers met kinkhoest in Guatemala. Mijn achtste fan zegt trots dat hij de neef is van de gluiperige snuivende uroloog van de corrupte charismatische onnavolgbare Russ Tamblyn. Mijn negende fan zegt dat mijn poëzie na ‘De baldadige walvis’ bergaf is gegaan. Ik ga akkoord, maar toch vermoord ik hem met een gietijzeren tuinbeeld van de woeste megalomane sater Marsyas. De fans tien, elf, twaalf en dertien zijn helaas kleurloze kruiperige kannibalistische luchtballonvaarders.

Maar dan verschijnt mijn veertiende fan: een stoere robuuste ondoorgrondelijke Schotse scheepshersteller met magnifieke aardbeiblonde haren en okselholten die ruiken naar fabelachtige tombolabroodroosters, gesluikstorte carrouselhazen en profetische mantelmeeuwen. Ik ben meteen smoorverliefd en ik stamel knullig dat hij ‘een markante kop’ heeft, hij lacht knorrend en wellustig en ik bloos.

Ik signeer in een roes en vergeet de sublieme Schot te smeken me mee te nemen naar zijn knusse appartement boven een sinistere zaklampenwinkel en ‘Lick My Decals Off, Baby’ van Captain Beefheart op te leggen en te sabbelen op mijn hygiënische plintachtige schaamlippen en veganistische ijslolly’s te proppen in mijn heidense aars. Hopelijk lees je deze column, Fredric?

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234