'Wat stelt het voor, zo’n tweedelige serie op tv? Over Bart De Wever loopt momenteel een dríédelige serie.' Beeld HERMAN SELLESLAGS
'Wat stelt het voor, zo’n tweedelige serie op tv? Over Bart De Wever loopt momenteel een dríédelige serie.'Beeld HERMAN SELLESLAGS

ColumnTom Lanoye

‘Een serie over Johan Anthierens? ‘Hoog tijd!’ zou hij zelf zeggen’

Wat zou eeuwig wonderkind en geboren vieillard terrible Johan Anthierens ervan gevonden hebben dat de VRT vanaf deze week een tweedelige tv-documentaire wijdt aan zijn leven, zijn schrijfsels en zijn merk als Eerste Beroemde Dwarsligger des Vaderlands? Onder de titel ‘Niemands meester, niemands knecht’?

Er is geen sterveling die kan weten wat de immer elegante, ietwat barokke en voorspelbaar-onvoorspelbare Johan uit zijn lijzig mondje of zijn parmantig polsje zou hebben gewrongen. Maar u ziet: ik probeer me wél al stilistisch in te leven in zijn speels, maar vaak wat wuft en oeverloos meanderend proza. Het kón betoveren, maar evengoed kon het fameus op de edele delen werken omdat er geen einde leek te komen aan zinnen die al lang en breed afgelopen hadden kunnen zijn zonder een spat van hun essentie te verliezen.

Maar voor ik hier ook mezelf verlies, en nog wel in futiele discussies over vorm, wil ik scherpstellen op de vent, zijn stokpaarden en zijn bon mots. Ooit verwekten ze deining, ergernis en jaloezie. Vandaag lijken die sentimenten te worden overspoeld door de drie kwalen die elke rebel bedreigen zodra hij zelf niet meer in de buurt is om ze te bestrijden. Valse nostalgie, schaamteloze toe-eigening en retouches over de grenzen van het graf heen.

Tik deze vraag eens in op Google: ‘Waar ligt Johan Anthierens begraven?’ En verbaas u samen met mij over het grotesk foute antwoord: ‘Museum aan de IJzer, Diksmuide, België.’ Tik vervolgens, ter controle, ook eens ‘Museum aan de IJzer’ in. En verdomd! In het samenvattende overzichtje rechts op je scherm zie je namen verschijnen van de zogenaamd alhier begraven personen: ‘Joe English, Jules Jacques de Dixmude, Henry Luyten en Johan Anthierens’.

Het kan natuurlijk zijn dat Anthierens’ stoffelijke resten toch heimelijk zijn overgebracht vanuit hun begraafplaats in Dilbeek, als uitloper van een oer-flamingantische traditie. Het kadaver van aartscollaborateur Cyriel Verschaeve werd in 1973 (‘Operatie Brevier’) ook tersluiks opgegraven en rondgevoyageerd. Van zijn ballingsoord in Tirol naar zijn uitvalsbasis in Alveringem. Daar rust het kreng nu ‘in Heilige Vlaamse grond’, alsook onder een laag beton die men normaliter reserveert voor ontplofte, kankerverspreidende kerncentrales. Gezien het gedachtegoed, de geestesgesteldheid en de schrijfstijl van kapelaan Cyriel is dat niet eens zo’n slechte vergelijking.

Uiteraard rusten Anthierens’ resten nog in Dilbeek en niet in Diksmuide. Het gaat vast om een represaillegrap van een digitale Vlaamskiljon met lange tenen en een overgevoelig geheugen. Of is het weer een poging tot platte recuperatie? Op het open riool doorbraak.be wordt Anthierens steeds couranter tot de eigen bent gerekend. Alsof hij zou floreren tussen kook- en reistips voor Catalonië, ranzige pleidooien tegen ‘omvolking’ en belabberd schrijvende amateurs die critici van hun soort Vlaanderen waarschuwen dat ze zich ‘buiten het volk’ plaatsen.

Anthierens’ opinies waren op dit terrein nochtans altijd messcherp. Hij was dan ook een kenner. Een loot van wat nog steeds luchthartig ‘een Vlaams-voelende familie’ wordt genoemd, met menig zatte nonkel of tante nonneke dat zich ‘slachtoffer van de repressie’ waant, en uit dien hoofde een lotgenote van de Zwarte Madonna van de Vlaamse Beweging, Irma Laplasse. Niemand kon zich echter zo homerisch, hilarisch en langdurig opwinden als Anthierens over de vergoelijking van nazisamenwerking in naam van de heilsrepubliek Vlaanderen, Dietsland of Groot-Nederland… Voor hem was dat allemaal besmet lood en oudijzerkitsch.

Jazeker, het Belgisch koningshuis zag hij liefst verdwijnen. Alle koningshuizen. Maar nog liever zag hij een neofascistenclub oprotten als de Vlaamse Militanten Orde, de voorloper van het hedendaagse Schild & Vrienden. Dat heeft zich nota bene doelbewust vernoemd naar een middeleeuwse massamoord bij nacht. Uitgevoerd op iedereen die twee woorden niet exact kon uitspreken zoals de Bruggelingen… Begin er maar eens aan.

TROTS EN SCHANDE

Toch nog eventjes terug naar Diksmuide. Al in 1977 schreef Anthierens ‘De IJzertoren. Onze trots en onze schande’. De slogan ‘Nooit meer oorlog’ lag hem na aan het hart. Het slachten van zoveel jonge levens tijdens WO I verafschuwde hij. Het latere schenden van Vlaamse grafstenen en het dynamiteren van de allereerste IJzertoren door belgicistische staatsfanatici klaagde hij ook aan. Allemaal terecht, als je het mij vraagt. Maar dat Anthierens vervolgens, levend of als lijk, zou kúnnen blijven stilliggen in de schaduw van die tweede toren, met de slogan ‘Alles Voor Vlaanderen / Vlaanderen Voor Kristus’? En dat hij voor eeuwig zou wíllen dutten naast culturele collaborateurs van twee wereldoorlogen, zoals de schilder Henry Luyten – nog steeds een idool binnen de Zwarte Zuil en haar onuitputtelijke santenboetiek?

Nee. Nog vóór de mollen en de wormen eraan zouden kunnen zuigen, hadden de knoken en de tanden van Anthierens zich reeds één voor één wroetend uit de voeten gemaakt. Wég uit die onheilige bodem. Wég van dat misbruikte bloed.

Verontwaardiging om de genoemde cybergrap is niettemin misplaatst. Ik vond ze een mooi eerbewijs aan een woelwater, twintig jaar na zijn dood. Toch nog deining! Nog altijd weerwerk! Ik was er eerlijk gezegd zelfs wat blij om. Kort daarvoor had ik aan de grootste kwaliteitskrant van Nederland voorgesteld een stuk te wijden aan Anthierens en zijn aanstaande docu. Ik moest aan de chef cultuur, niet eens van de jongste, met handen en voeten uitleggen om wie het ging. Ook daarna bleef de interesse onbestaande. Niets mocht baten. Niet Johans kritische rol en pinnige pen, niet zijn eertijds grensverleggende blad De Zwijger, niet zijn vele artikelen en vriendschappen boven de Moerdijk. Zelfs niet zijn even beruchte als knullige rel met Vader Abraham – nochtans uitgelokt in duopresentatie met de in Nederland zalig verklaarde Mies Bouwman, in een programma dat ‘Noord-Zuid’ heette en dat na die uitzending definitief werd afgevoerd, omdat Bouwman weigerde voort te gaan zónder Anthierens… Ach: Noord en Zuid? We lijken alleen maar nog meer uit elkaar te groeien.

Correctie! Laat ik hier dan toch maar even de buikspreker spelen van Anthierens, en me in zijn naam verheugen op het zopas aangekondigde boekenprogramma ‘Brommer op zee’. Van Canvas én VPRO, zowaar. Met Ruth Joos en Wilfried de Jong als het veelbelovende nieuwe Duo der Lage Landen. Met als gast hopelijk niet al te veel Vaders Abraham, maar des te meer prachtauteurs van prachtboeken in ons aller Nederlands. Hem kennende zou Anthierens dat vooruitzicht misschien nog waardevoller hebben geacht dan een documentaire over alleen hemzelf en zijn nalatenschap.

LEVE ONS

Maar soit, we zijn alweer afgedwaald – wat in een stuk over Anthierens eerder plicht is dan zonde, maar dit terzijde. Terug naar de beginvraag! Wat zou hij gevonden hebben van ‘Niemands meester, niemands knecht’?

Hij zou eraan herinnerd hebben dat die titel uit zijn eigen pen komt en reeds gebruikt werd als ondertitel van een prachtbloemlezing, postuum bezorgd door goede vriendin Brigitte Raskin en goede broer Karel. Het is een schitterende indikking en perfecte introductie van zijn werk. De sleutelwoorden zijn melange en lichtvoetigheid. Freewheelend met plezier, flitsend zonder vangnet, flierefluitend met veronachtzaming van klassieke schotten tussen genres, onderwerpen en stemmingen. Brieven, columns, bekentenissen, hilarische beschrijvingen, verontwaardigde schotschriften… Ze passeren alle de revue, naast af en toe gedegen journalistiek werk, al was research niet zijn fort. Wat was dat wel? Badineren met zoveel charme en kloten dat het vanzelf provoceren werd. En dissecteren, inclusief zichzelf, met zoveel durf en eerlijkheid dat het uitliep op een nietsontziende biecht. Maar zonder ooit te smeken om gratuite vergeving, laat staan compassie. En toch, nee: juist daarom heet dat meesterwerk – zijn enige – onbeschaamd ‘Leve mij’.

Geheel in lijn met die titel zou hij van zijn eigen serie zeggen – volgens mij dan toch: ‘Het werd hoog tijd. Waarom heeft het zo lang geduurd! Iedereen is toch allang weer dol op mij?’

Tegelijk zou hij, geheel in lijn met zijn reputatie, tongue in cheek sneren: ‘Maar ach, wat stelt het voor, zo’n tweedelige serie? Over Bart De Wever loopt momenteel een dríédelige serie. Over ‘de mens achter de politicus’. Wat heeft die kerel als politicus gepresteerd om dat te verdienen? Heb ik iets gemist vanuit mijn kist? Is hij ooit al premier geweest, minister-president van Vlaanderen, president van Europa, secretaris-generaal van de NAVO? Welnee. Hij is al jaren niet verder geraakt dan parttimeburgemeester van Antwerpen en voorzittervoor-het-leven van een partij die tegenwoordig niet eens meer de grootste is, en die bij de vorige verkiezing een historische pandoering heeft gekregen, door zíjn schuld. En zo’n Marrakesh-loser krijgt drie afleveringen, waarin hij eens te meer de vuilnisbak op straat gaat zetten! Alsof hij ondanks alles een gewone jongen van stavast is gebleven! Besef je hoeveel gemeenschapsgeld zoiets kost? Dan kan niemand meer zeuren over dat arme schaap Sihame El Kaouakibi, die als wit konijn de liberalen wat gekleurder moest doen lijken, tegen amper vijftigduizend euro subsidie. Een koopje!’

Nog volgens mij zou hij aldus besluiten: ‘Onder het mom de Vlaamse identiteit te versterken, versterkt onze staatszender de particratie, zoals hij eertijds al deed met de CVP. Bij de koning staan ze te kwijlen en bij Vlaamse hotemetoten houden ze hun muil. Er is geen donder veranderd. Nog altijd dezelfde gezagsgetrouwe salonpoedels, kopjes gevend aan de machtigste broodheer.’

Je ziet hoe makkelijk het is om een dood iemand van alles in de mond te leggen. Dat wil ik een volgende keer nog veel meer doen. Onder andere over de vele stoethaspels die nooit een bal met Anthierens te maken hadden, maar die in zijn serie toch aan het woord komen.

En, o ja: ik zal het dan evenzeer hebben over de band die ik zelf met hem had. Onder het motto ‘Ook leve mij’.

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234