ColumnDelphine Lecompte

‘Eergisteren betrapte ik mijn moeder nog op speelsheid in een parapluwinkel. De speelsheid nam de vorm aan van een pijpbeurt’

Delphine Lecompte

Omdat mijn verrukkelijke veelgeplaagde aanbeden moeder vandaag met grote tegenzin verjaart (64!!) verdraag ik haar pinnige autoritaire langgerekte uiteenzetting over De Elzenkoning van Michel Tournier. Is dat mijn enige geschenk? Mijn moeders razend interessante monoloog over een fantastisch obsceen experimenteel pedofiel Frans meesterwerk aanhoren zonder zichtbare ergernis? Nee, ik heb ook bloemen gekocht: paarse en blauwe. Op vlak van flora ben ik helaas geen hoogvlieger, ik ken enkel de tulp en de roos. Ik hou niet van bloemen, ze gaan vrijwel meteen dood. Voor ze sterven laten ze hun kopjes hangen en hun randen verkleuren. Het is een afgrijselijk schouwspel. Soms krijg ik na een poëzievoordracht bloemen… OMDAT IK EEN VROUW BEN!!! Je reinste vorm van seksisme. Mannelijke dichters krijgen streekbier en uitnodigingen om deel te nemen aan orgiën met bloedmooie alchemistische trompettisten en opgezette kolibries, zo oneerlijk!

Mijn moeder houdt van bloemen. Mijn moeder houdt van alles en iedereen: van vertwijfelde dromedarissen, van zonnebadende tapijtenwevers, van Fellini, van ontredderde kiwisorteerders, van levende dichters die mij een warm hart toedragen, van dode dichters die constant opium rookten en geslachtziekten opliepen, van mijn neurotische bastaardhondjes, van Goya, van vuilnisophalers met een hazenlip, van eenvoudige verloederde korfbalspelers, van Armeense landmeters die tijdens de begrafenisdiensten van narcistische makelaars hun penis tevoorschijn toveren en op de koop toe een verontrustend liedje van Anthrax kwelen, van behulpzame berentemmers die verrassend veel weten over John Milton en over telescoopvissen, van geruite regenjasjes voor profetische teckels, van mondaine servetringen, van Christina Applegate, van de opsommingen in mijn teksten, van schorre schalkse bipolaire paardenvissers, van kannibalistische luchtballonvaarders, van pralines in de vorm van onheilspellende koetsen, van plompe pompelmoezen, en van mystieke chrysantenkwekers.

Maar mijn moeder houdt niet van schuimbekkende ploerten die op sociale media de doodstraf eisen voor een of andere sukkelachtige schoorsteenveger die per ongeluk een dementerende orgeldraaier heeft dood gefolterd. Mijn moeder klaagt theatraal: ‘Ik ben mijn speelsheid kwijtgeraakt, Fientje. De mannen hebben me mijn speelsheid afgenomen.’ Mijn moeder is nog altijd speels, eergisteren heb ik haar zelfs betrapt op speelsheid in een parapluwinkel. De speelsheid nam de vorm aan van een pijpbeurt, de piepjonge roodharige parapluverkoper wist met zijn geluk geen blijf. Hij ejaculeerde op een dure paraplu met een ganzenkophandvat en werd prompt ontslagen. Mijn vader maakte mij eens wijs dat mijn moeder zijn neus had gebroken met een paraplu. Ik was zes en vroeg: ‘Was de paraplu groen?’ ‘Doet dat ertoe, onnozel eczeemgedrocht??’ schreeuwde mijn vader maar hij kreeg vrijwel meteen spijt en hij gaf me geld om een hamster te kopen op de Beestenmark van Gent. Maar ik vond geen hamster die me kon bekoren en dus kocht ik een fabelachtige waterschildpad.

Een malafide hondenfokker zadelde me vervolgens op met een zwarte labrador vol wormen. Het was een wonderlijke dag, ik hield van dieren. Maar ik zag dat de labrador ziek was en ik kon niet ongemerkt een labrador binnensmokkelen in het donkere verbiedende herenhuis van mijn moeder en mijn sombere mompelende hypochondrische stiefvader. Gelukkig kwam ik in de Penitentenstraat een barmhartige touwslager tegen met een boontje voor zwarte labradors vol wormen. En een boontje voor kinderen. Hij nam me mee. Ik moest zijn genitaliën strelen, het was het minste wat ik kon doen. Er hing een poster van The Treasure of the Sierra Madre in zijn vieze slaapkamer. Hij noemde de hond Walter naar Walter Huston, of naar Walter Capiau. Het zaad kwam terecht op mijn hand en omdat ik een beleefd kind was liet ik het daar lillen en stollen. Inwendig huiverde ik. De labrador leefde nog lang en dommig. De waterschildpad pleegde zelfmoord. Na het bezoek aan mijn moeder loop ik naar de beschimmelde huurwoning van de voormalige vrachtwagenchauffeur. Ik zou beter een gedicht schrijven, maar ik ben helaas de slaaf van mijn kloppende clitoris.

De voormalige vrachtwagenchauffeur lamenteert over zijn resterende knagende tanden die hij niet wil laten zien aan een grimmige Bulgaarse boeman met boren en tangen en sinistere speeksel opslorpende slangen.

Nu vingert hij me naast de gootsteen, het is zalig. Wel jammer dat hij beschrijft wat er zich tussen mijn dijen aan het ontplooien is. ‘Je bent zo nat, molletje,’ zegt hij telkens opnieuw, verwonderd en liefdevol. Het is koddig, maar ik zou toch liever hebben dat hij zwijgt. Hij is bijna altijd stil en stug en nors, het is wat me zo aan hem beviel in het begin. Ik dacht dat er achter zijn stilte diepgang, angsten en mysteriën schuilgingen, maar nu weet ik dat het vooral alcoholistische verslagenheid is. En tandpijn en schaamte. Schaamte omdat hij in een beschimmelde huurwoning woont en geen klavecimbels, reiswekkers, chihuahua’s, analfabete jongenshoeren en paarse beha’s voor me kan kopen. Na de seks luisteren we naar Use Your Illusion II van Guns N’ Roses, ik zeg: ‘Ik ken een boomchirurg die op Slash lijkt, hij is eerder sympathiek.’ De voormalige vrachtwagenchauffeur zegt melancholisch: ‘In de ontwenningskliniek tekende ik vaak bomen, maar mijn tekentalent werd niet opgemerkt.’

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234