ColumnTom Lanoye

‘Eigenlijk schrijf jij te goed, Jeroen Brouwers’

Schrijver Jeroen Brouwers is tachtig geworden. Tom Lanoye schrijft hem een brief.

Beste Jeroen,

We hebben elkaar niet vaak ontmoet. Bij één van die luttele keren nam je de gelegenheid te baat me iets entre nous deux toe te vertrouwen. Het was, meen ik me te herinneren, na de première van één van de mooiste literaire avonden die ik ooit mocht bijwonen als toeschouwer. Jij had je laten ompraten - naar verluidt met de nodige moeite, na een paar flessen jenever en tegen een fraai honorarium - om het voetlicht en het spreekgestoelte te delen met twee auteurs die zich jouw vriend en zielsverwant noemden. Ik weet niet of ze dat nu nog zijn. In naam van de vriendschap is het soms nodig en eerbaar ze op te zeggen.

Dat ze toentertijd aan jouw zijde stonden, was hoe dan ook een gewiekste zet van de organisator, Behoud de Begeerte. Door de contrastwerking met hen schitterde jij extra. Ze zetten nochtans hun beste been voor. Ik heb het over de heer Bommel en de Baas Gansendonck van de Vlaamse literatuur, Benno Barnard en Geert van Istendael. Als duo hebben ze inmiddels al zoveel open brieven tegen 'weldenkend links' geschreven dat ze fulltime lijken toegetreden tot niet-denkend rechts. Naar de mode van menige would-be rebel van rond de 70 nemen ze in hun recente interviews ook steeds vaker de verdediging op zich van 'de gewone mens, tegen de elites in', allicht hopend ook zelf kortstondig voor lekker volks en volstrekt niet-elitair te passeren. Bij de opkomst van de laptop, een paar eeuwen geleden, stuurden ze ook al open brieven de wereld in. Toen luidde de strekking nog: 'Een heer van stand schrijft niet op een televisietoestel.'

Terug naar die prachtavond. Volgens mij zul jij vandaag nog steeds beweren dat voorlezen een marteling is, zowel voor jou als voor het publiek. Je hebt het bij het verkeerde eind. Akkoord, ook die avond was er van alles aan te merken op je dictie en je timing, er bestaan zacht uitgedrukt ook aangenamere stemtimbres dan dat van jou, en je piepende ademhaling plus lekkende voorhoofd zouden bij mindere goden de aandacht finaal hebben afgeleid. Maar aangezien alles theater is en technische perfectie even strontvervelend als loze virtuositeit, droegen jouw schijnbare tekortkomingen heerlijk bij tot de intensiteit van je voordracht.

Het lijkt er nu misschien op dat ik ook lichtjes de draak steek met jou, maar dat is niet zo. Ik onderneem alleen maar een poging om, zelf erkend leverancier van performances, het verbazingwekkende te boekstaven. Wat normaal gezien zou hebben bijgedragen tot gêne, ja zelfs lacherigheid bij de luisteraar, werkte bij jou omgekeerd: als hypnose. We hingen aan je lippen, we smeekten om meer. Niet eens omdat we ons verplicht voelden. Integendeel. We leefden mee, we voelden mee, we zaten zichtbaar te genieten, en dat had ook zijn effect op jou. Er sijpelde zowaar een zekere lichtvoetigheid door in hoe je sprak. Ze vormde een prettig tegenwicht voor de diepgang van je tekst. Zo werkt de tragedie het best: via de omweg van de speelsheid. Het sierlijke verdiept de tragiek. Dat is de essentie van alle kunst, de woordkunst op kop.

Juist jou hoef ik dat allemaal niet te vertellen. Elke alinea die je hebt geschreven, ademt dat besef uit. Jij bent - wellicht zonder dat je het weet - één van onze allergrootste zangers. Vergeet Luciano Pavarotti, vergeet Plácido Domingo! Jouw schorre bariton veegt ieder denkbeeldig podium bij voorbaat schoon. En het godswonder is: in tegenstelling tot die twee bulderkasten schrijf jij je aria's zelf en heb je geen symfonisch orkest nodig om ze te laten zinderen. Jouw pen volstaat. En ook - geloof me nu toch - jouw stem. Je hebt ze dan ook je hele leven krachtig getraind. Niet alleen met sterkedrank en Groene Michel zonder filter, maar ook inwendig. Als het aankomt op cadans en resonantie, doet jouw innerlijke stem iedere bigband verstommen.

Bezwerend en verlokkelijk, zo sprak jij dus die avond, en je ging zelf allengs ook steeds darteler tekeer. Voorwaar, ik zeg je: er schuilt in jou een genadeloze entertainer, en dat vermaak begint zoals het hoort bij jezelf. Wie zulke prachtige, ronkende, bonkende, striemende hamerstukken heeft geschreven, hanteert niet alleen de zweep om schoonheid te verdedigen tegen morsigheid en amateurisme. Die beleeft ook simpelweg een hels genoegen in het hanteren van de karwats.

Dat gedreven genot, die zuivere goesting in het laten klakken van de dressuurzweep, die heb je altijd behouden. Ze vormen jouw drijfveer, jouw drijfkracht. Nog extra aangezwengeld door jouw onovertroffen gevoel voor stijl en finesse. Geselen? Dat doe je ofwel niet, ofwel met bravoure. Anders leidt het alleen tot bot en argumentloos gescheld. En tot dat laatste is iedere talentloze boerenlul in staat, zoals de internetfora helaas dagelijks bewijzen.

HUMORISTISCHE HARRY

Maar goed, we zouden het hebben over die voorleesavond en over wat je me onder vier ogen toevertrouwde. De exacte bewoordingen ben ik vergeten, maar ze kwamen hierop neer. Je fluisterde met hese aandrang, recht in mijn oor: 'Jij mag nooit rottigheid schrijven over mij.' Je zei het twee keer. Voor de zekerheid, neem ik aan.

'Jij mag over mij nooit rottigheid schrijven.'

Ik vond dat een zowel onthutsend als ontroerend verzoek. Ten eerste: iemand met jouw oeuvre hoeft zich geen ene moer aan te trekken van om het even welke bemerking, van wie dan ook, zeker niet van mij. Ten tweede: hoe kwam je erbij te denken dat juist ik iets over jou zou kunnen of willen schrijven dat zich laat bestempelen als 'rottigheid'? Ik zou dat aanvoelen als verraad. Nee, dat is geen te groot woord. Er lopen in de Nederlanden weinig schrijvers rond die níét schatplichtig zijn aan jou, zelfs als ze zich levenslang tegen je hebben afgezet. Voor alle duidelijkheid: ik behoor niet tot die laatste groep. Mijn dank en respect zijn even groot als diep.

Er is echter wel één puntje waarop ik wil terugkomen. Jaren na datum, maar niet zonder doel. Het moet ons feestvarken nog duidelijker in de verf zetten, opdat ook onze liefde voor hem zich navenant scherper laat omlijnen. Het gaat niet om 'een afrekening', laat staan om rottigheid. Wel om iets wat ik niet begrijp vanuit mijn bewondering voor jouw werk. Waarom heb jij je zo vaak bewonderend gespiegeld aan Harry Mulisch en zíjn werk?

Ik las in De Morgen een interview met je, naar aanleiding van je recentste roman, 'Cliënt E. Busken'. Daarin doe je jezelf tekort. Je plaatst je romans onder de korenmaat en noemt je essays je eigenlijke fort. Ogenschijnlijk valt daar iets voor te zeggen. 'De laatste deur' alleen al is een indrukwekkend meervoudig monument, zowel voor de vele schrijvers die uit het leven zijn gestapt als voor de literatuur in haar geheel. Dat eerbetoon kent zijn gelijke niet, ook internationaal.

Je scheldkritieken, je Kladboeken, je 'Zachtjes knetteren de letteren', ze behoren eveneens tot het beste wat ooit in onze literatuur is uitgegeven. Maar om daaruit te besluiten, zoals jij deed, dat jouw romans 'niet even tijdloos zijn als 'De donkere kamer van Damokles' van W.F. Hermans of 'Max Havelaar' van Multatuli'? Dat lijkt me opnieuw meer koketterie dan waarheid. 'Bezonken rood' alleen al staat op dat niveau.

Wat me tegelijk opviel, is dat je deze keer niet verwees naar Mulisch. Bij hem heb ik juist wel de aandrang om de essays te verkiezen boven de romans. 'Voer voor psychologen' en 'De toekomst van gisteren' zijn beter dan 'De aanslag'. Mogen we dat eindelijk hier en nu boekstaven voor het nageslacht? 'Het stenen bruidsbed' en de novelle 'De sprong der paarden en de zoete zee' zijn best aardig, maar ze verwateren naast jouw 'De zondvloed'. 'Twee vrouwen' heb ik lang voor een humoristisch meesterwerk gehouden, tot me duidelijk werd dat Harry het niet humoristisch had bedoeld.

LAMME LETTEREN

In Düsseldorf, waar één van mijn toneelstukken in première zou gaan, mocht ik onlangs de theaterbewerking van 'De ontdekking van de hemel' bijwonen. De recensies waren gereserveerd positief - 'loont de moeite', 'compromisloos episch theater', 'onderhoudend met een goed ritme en een grote filosofische dichtheid', dat soort beleefdheden. Ikzelf was laaiend. Ik vond de voorstelling beter dan de turf.

Dat had niet enkel te maken met mijn liefde voor theater. Het had te maken met Mulisch. Hij klinkt om te beginnen beter in vertaling dan in het Nederlands. Waarom? Laten we het er maar op houden dat iedere vreemde taal iets exotisch uitstraalt en daarom aantrekkelijker lijkt dan onze ouwe, vertrouwde moedertaal. Zo niet zouden we nog moeten gaan denken dat vertalers het vak van schrijver beter beheersen dan Mulisch zelf.

Je klaagde in je interview aan dat onze letteren de laatste tijd zo braaf, zo beleefd en zo slap zijn geworden. Wel, sta me toe dat ik zonder reserve neerschrijf wat ik denk over jou en je leermeester. Harry zal de geschiedenis ingaan als goed geconstrueerde mythe. De Goethe van de grachtengordel, eeuwig pijprokend en altijd in plusfour. Een icoon van wie men op den duur eerder de biografie dan de boeken zal lezen.

Jou zal het tegenovergestelde overkomen. Ook al omdat je, laten we eerlijk zijn, niet zo'n boeiende biografie zult achterlaten. Daarvoor heb je veel te veel gewerkt. De ware schrijver heeft geen leven, behalve dat aan zijn bureau.

Zal ooit een roman van jou een Duitse theaterbewerking mogen beleven? Indien dat nog niet is geschied, zou ik daar ten zeerste voor pleiten. Maar jij betreedt het letterkundige strijdperk der naties met dezelfde handicap als Hugo Claus. Eigenlijk schrijf jij te goed. Niet alleen de overdracht van informatie is bij jou belangrijk, niet alleen de structuur van het verhaal. Elke zin van jou moet ook zingen, elke bladzijde moet bezweren door haar welluidende stijl. En er bestaan gewoon geen vertalers die de rijkdom van jouw Nederlands ten volle kunnen omzetten in muziek die zowel jouw oeuvre als hun moedertaal recht aandoet.

Dat is het dus, jouw glorieuze manco. Ik hoop dat we er met z'n allen nog jaren van mogen genieten. En als de Duitsers of wie dan ook jouw oeuvre écht willen leren kennen? Dan moeten ze maar Nederlands studeren. Ze zullen het zich niet beklagen. Zelfs als ze zich beperken tot alleen jouw werk.

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234