ColumnTom Lanoye

‘Gangreen is een beerput vol adders, maar het boek moet worden bewaard in plaats van weggemoffeld’

Ik ben nog iets koddigs vergeten te vertellen over Leopold II en zijn talloze afbeeldingen op de gekste plekken in ons land. Vorige zomer, dus lang voor de vele protestacties, heb ik zelf al geprobeerd om een staatsieportret van hem van de muur te halen. Zeg nu nog eens dat ik geen avant-gardist ben!

Ondanks de fors helpende hand van vriend en collega Chokri Ben Chikha bleek het onmogelijk om dat kitschgeval af te haken en omgekeerd tegen de muur te plaatsen. De vergulde lijst was te stevig verankerd, vandalismebestendig avant la lettre. Het kan aan mijn verbeelding liggen, maar de bebaarde vorst keek op onze mislukte poging neer met een meewarige grijns, op het sardonische af.

Het pand waar Chokri en ik in de schaduw van de Gentse Feesten waren uitgenodigd voor een publiek dubbelinterview, viel van gevel tot interieur eclectisch te noemen. Iets tussen classicisme, neorococo, Second Empire en Prachtige Slagroomtaart in - het koninkrijk België in een architectonische notendop. Het gebouw is bijgevolg ook de perfecte stek voor een uniek Vlaams instituut. De Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal en Letteren (KANTL), aldaar gevestigd sedert 1886.

Het is deze eerbiedwaardige Academie die onlangs voor de tweede keer 'de canon van de Nederlandstalige literatuur' heeft samengesteld. Ze kan daarvoor niet fel genoeg geroemd en bedankt worden, en niet fel genoeg bekritiseerd en bespot. Nee, dat is geen tegenstrijdigheid. Artistieke lijstjes dienen om tegelijk bijval, afval, afkeer, inkeer, instemming, ontstemming, ontzag en hoongelach te oogsten. Discussie is het doel, nooit de lijst op zich. Die moet juist vlot, onvoorspelbaar en zelfs ongefundeerd kunnen veranderen, om nog meer discussie uit te lokken.

De echte tegenstrijdigheid bevindt zich in de term. Een canon suggereert het omgekeerde van aanvechtbaarheid en vlotte adaptatie.

CIRKELZAAG

Oorspronkelijk duidde de canon een geheel aan van kerkelijk erkende Bijbelboeken, heiligen, geloofsartikelen en vaste gebeden in de mis - de hele katholieke santenboetiek, met zijn air van eeuwigdurende onfeilbaarheid. Later werd de term, overdrachtelijk en per vakgebied, gebruikt als referentielijst voor werken, personen of objecten die beschouwd konden worden als hoogtepunten of bouwstenen van dat ene vakgebied. De aap kwam uit de mouw zodra de politiek zich het begrip toe-eigende, zeker bij monde van haar meest nationalistisch-conservatieve missionarissen. Opeens bleek 'de canon' geen referentielijst meer voor een vakgebied. Hij werd, boven alle vakgebieden uit, gebombardeerd tot zuilengalerij annex heilig fundament van een godganse volksaard - ook al wordt die volksaard de laatste jaren verhullend en vergoelijkend 'identiteit' genoemd. Nog zo'n woord waarvan in de huidige publieke ruimte drie, vier definities tegelijkertijd worden gehanteerd, al naargelang de wereldbeschouwing van zijn gebruiker.

De politieke invulling van 'de canon' stoelt op een redenering met het simplisme, het geluid en de grofheid van een cirkelzaag. Net als onze staatstelevisie krijgt onze literaire erfenis van overheidswege de opdracht om 'de Vlaamse identiteit' van een vruchtbare voedingsbodem te voorzien, teneinde de instellingen te legitimeren die daar volgens dezelfde regering automatisch uit voortvloeien, te weten: zichzelf. Geschiedenis, nieuwsgaring, letteren: álles moet worden gereduceerd tot de dienstmaagd van één enkel politiek project, The Making of Flanders. Een regio waarvan dezelfde vroede vaderen nochtans beweren dat ze al eeuwenlang onbetwistbaar bestaat.

In diezelfde cenakels wordt tegelijk 'de maakbaarheid van mens en samenleving' routineus weggelachen, als was het onhaalbare linkse lulkoek. Zo liggen dus de kaarten, in dit spelletje ideologische blufpoker: de mens is níét maakbaar, de Vlaming wél. Dat legt meteen een epistemologisch-existentieel vraagstuk op tafel. Als de mens niet maakbaar is, maar de Vlaming wel, valt de Vlaming dan wel een mens te noemen, en vice versa? En wat kwam eerst - na de kip en het ei welteverstaan: de mens of de Vlaam? Hendrik Conscience of Jezus? Theo Francken of de mens van Cro-magnon?

DWALINGEN

Als discussie het doel is, kun je zuiver letterkundig al flink je hart ophalen aan de KANTL's canon. Van Willem Elsschot is alweer alleen de novelle 'Het dwaallicht' opgenomen, zijn laatste werk, verschenen in 1946. Was hij gedebuteerd met deze kleffe, überhumanistische wijkparabel in plaats van met de genadeloze stadsroman 'Villa des Roses', dan zou Elsschot in 1913 amper zijn opgemerkt zijn als het onthutsende moderne talent dat hij van bij aanvang was. Alleen een typische consensusjury kiest voor 'Het dwaallicht' wanneer ook het terecht wereldberoemde 'Kaas' of het vaak sarcastische 'Lijmen/Het been' voorhanden zijn. Je kunt je niet van de indruk ontdoen dat in deze keuze de tweede kwaal van een verpolitiekte canon zich laat gevoelen. Hij is, behalve huurling van het nationalisme, ook 'een instrument'. Met name, blijkens de eigen website, 'ten behoeve van het onderwijs en het brede lezerspubliek'.

Leesbevordering bij wie amper leest? Dat is een nuttig en nobel streven, dat ik als kind van de middenstand rondborstig toejuich - hoe meer lezers, hoe liever! Maar zo'n taak kan tevens leiden tot overdreven stichtelijkheid, betutteling en risicovermijding. Deze reflex toont zich het best in de schrapping van 'Gangreen 1: Black Venus' van Jef Geeraerts, dat onlosmakelijk met 'Gangreen 2: De goede moordenaar' dient te worden gelezen. Wat 'Voyage au bout de la nuit' is voor de Franstalige literatuur, is 'Gangreen' voor die van ons. Een steen des aanstoots die desondanks - of juist mede daarom - moet worden bewaard in plaats van weggemoffeld. Louis-Ferdinand Céline was, behalve een begenadigd schrijver, een even rabiate als verachtelijke antisemiet, ook in zijn geschriften. Maar zijn relaas van Wereldoorlog I is uniek, ook literair. Net als dat van de geweldsgekke Ernst Jünger, een gewillig idool van de Hitlerjugend en auteur van het onthutsende 'In Stahlgewittern' ('Oorlogsroes'). En hoezeer je de denkbeelden van Leni Riefenstahl ook afkeurt, als naziste tot in de kist, haar propagandafilms voor het Derde Rijk kunnen niet ontbreken in een overzicht van de invloedrijkste cinematografische meesterwerken ter wereld. Tot slot: welke Italiaan zou het in zijn hoofd halen om 'La Pelle' ('De huid') of 'Kaputt' van aartsopportunist Curzio Malaparte te verwerpen, in ruil voor een Napolitaanse variant op 'Het dwaallicht'?

Ethisch gesproken is 'Gangreen' een beerput vol adders. Het is onverbloemd en schokkend racistisch, koloniaal, seksistisch, machistisch, pedoseksueel, aanstellerig narcistisch, ga maar door. Esthetisch gesproken is het een splinterbom, een expressionistisch tableau vol literaire actionpainting dat zijn gelijke niet kent in onze letteren. Historisch gesproken - en dat is misschien nog zijn grootste kenmerk - biedt het een zeldzame blik van binnenuit op de moorddadige uitbuiting van Congo, onder het mom van een menslievende beschavingsopdracht. Elke bladzijde van 'Gangreen' getuigt van het tegendeel. Maar op enkele pagina's van zelftwijfel en koket geklaag na, volgt er nergens een aanklacht tegen het kolonialisme als systeem, of een waarachtig excuus voor de eigen rol. Zoals het weergaloze einde van 'Max Havelaar' van Multatuli wél biedt.

Die leemte is voor veel hedendaagse lezers de grootste schok. Temeer omdat Geeraerts in zijn latere carrière ook zelf niet in het reine leek met zijn verleden als gewestbeheerder en luitenant in wat de facto een bezettingsmacht was. Hij betoonde zich schuldbewust als een journalist wat dieper op de zaak inging, maar werd ook ongegeneerd weer koloniaal als het hem goed uitkwam om zijn mythe van controversieel auteur nieuw leven in te blazen. De lijn tussen trots en trauma was niet altijd duidelijk.

BEUL VAN CONGO

Een canon is per definitie te monolithisch en bekrompen voor alle rollen die men hem oplegt. De bestuurlijke elite wil er een ronkend eerbewijs aan zichzelf van maken, het ministerie van Onderwijs een opwindende grabbelton voor leesmoeë 16-jarigen, het ministerie van Inburgering een niet al te moeilijk examen voor voorbeeldige toekomstige burgers. En het academische volkje streeft vooral een artistiek-historisch referentiekader na waarop cursussen en carrières kunnen worden uitgebouwd... Er is maar één uitweg uit deze weinig fraaie ratjetoe. Het opstellen van verschillende, meer doelgerichte lijsten, waarop 'Gangreen' nu eens wel en dan weer niet kan figureren, zonder dat er een haan naar hoeft te kraaien.

Zo'n ingreep zie ik niet snel gebeuren. Daarvoor is het canonverlangen te groot, in tijden van electoraal flink aangezwengelde cultuuroorlogen. Ik zou de leden van KANTL toch één ding willen vragen. Betreffende dat staatsieportret van Leopold II, 'onder wiens hoge bescherming de Academie werd opgericht', zoals jullie site vermeldt. Er hangen er volgens diezelfde site zelfs twee in jullie vergaderzaal, 'die eerder Weens dan Gents aandoet'. Ik zal dat niet ontkennen, Chokri Ben Chikha evenmin. We vonden het wel bevreemdend om te discussiëren over kunst en politiek, terwijl we letterlijk op de kruin werden gekeken door een niet-verwijderbare mecenas met zo'n moordende reputatie.

Een suppoost verzekerde ons achteraf dat er al een aanvraag was gebeurd om de portretten te verwijderen en elders in het gebouw te hangen, maar dat de dienst Monumentzorg treuzelde met zijn fiat. Zouden jullie, in ons aller naam, niet kunnen aansturen op wat meer haast? Minstens dat? Want 'Gangreen' wél royeren, onder het nochtans blijvende oog van een vorst die bekendstaat als de Beul van Congo? Je hoeft geen Cro-magnonmens te zijn om te spreken van een cynische grap.

AANVULLING

Het staatsieportret van Leopold II is al uit de vergaderzaal van de KANTL verwijderd, na een besluit van de ledenvergadering in oktober 2019. Een paar maanden dus na het gesprek aldaar met Chokri Ben Chikha en Tom Lanoye. Op de site wordt voorlopig wel nog melding gemaakt van het schilderij, dat ook op een foto nog te zien is. Beide worden binnenkort geactualiseerd.

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234