. Beeld © rv
.Beeld © rv

Open Venster

‘Gepensioneerde leraren en ambtenaren betalen al 25 jaar een solidariteitsbijdrage, nu de rijken nog’

De solidariteitsbijdrage op grote vermogens boven 1 miljoen euro, zoals gesuggereerd in de lezersbrief van Paul De Bie in Humo 4181, lijkt mij, zeker in deze barre coronatijden, een heel valabel idee. Meer zelfs, het idee van het innen van een extra solidariteitsbijdrage op de inkomsten van een specifieke sociale groep is al lang geen nieuw idee. Zo wordt er al sinds 1994 bij een groot aantal gepensioneerde ambtenaren en leraren op hun brutopensioen, maandelijks, boven op alle andere inhoudingen, effectief een extra solidariteitsbijdrage ingehouden.

Zo betaal ik (als gepensioneerd leraar secundair onderwijs tweede en derde graad) op mijn brutopensioen – naast 3,55 procent inhouding algemene ziekteverzekering en 0,50 procent inhouding begrafenisvergoeding – ook nog 2 procent solidariteitsbijdrage. Op het belastbaar bedrag na aftrek van deze bijdragen wordt nog eens 36,08 procent bedrijfsvoorheffing ingehouden.

Cijfermatig is die berekening uiteraard conform de huidige regelgeving. Alleen vraag ik me al geruime tijd af waarom wij, leraren en ambtenaren, boven een bepaald bruto drempelbedrag, op ons brutopensioen nog steeds een extra solidariteitsbijdrage moeten betalen. Een extra bijdrage die progressief oploopt van 0 tot 2 procent, afhankelijk van de hoogte van het brutopensioen en de gezinslast.

Die vraag naar legitimatie voor die extra solidariteitsbijdrage is naar mijn mening tegelijk fair en billijk. Gewoon omdat de specifieke reden waarom deze extra heffing eertijds, in 1994, werd ingevoerd, al lang niet meer bestaat. Toen moest deze extra solidariteitsbijdrage, er volgens de toenmalige federale regering, immers mede voor zorgen dat de toetreding van België tot de eurozone werd gegarandeerd.

Welnu, als deze specifieke solidariteitsbijdrage nog altijd zonder geldige en aanwijsbare reden als een soort specifieke belasting bij een aanzienlijke groep van gepensioneerde leraren en ambtenaren wordt geheven, bestaat er voor diezelfde overheid ook geen enkel beletsel meer om – zeker in deze barre coronatijden – in het teken van de solidariteit, een jaarlijkse belasting op de grote vermogens boven het drempelbedrag van 1 miljoen euro te heffen.

Daarenboven zou die inhouding – net zoals bij de solidariteitsbijdrage op het pensioen van leraren en ambtenaren – naargelang van de hoogte van het betrokken vermogen eveneens progressief kunnen oplopen van 0 tot 2 procent. Op die manier zou die inhouding ook iets substantiëler zijn dan de symbolische bijdrage die sommige toppolitici voor de rijksten in ons land in petto hebben.

Alleen vraag ik me af of onze gezagsdragers daarvoor wel over de politieke moed beschikken. Nochtans zijn al die centen nu broodnodig om de nefaste gevolgen van de coronapandemie in ons land te bekampen.

Michel Van Uytfanghe, Wetteren.

Hebt u ook een brief in de pen zitten? Mail naar openvenster@humo.be of vul onderstaand formulier in:

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234