null Beeld Humo
Beeld Humo

ColumnHeleen Debruyne

Heleen Debruyne: ‘De voortdurende aansporingen om onze tieten boven te halen hoorden bij ruige festivals, dachten we’

Heleen Debruyne

Met een rugzak vol instantnoedels, mierzoete likeur, deodorant, tanktops en wilde verwachtingen trok ik naar mijn eerste festival. Ik was 16, het echte leven kon beginnen. Het echte leven viel niet mee. De douches waren smerig. Mijn favoriete bands klonken minder meeslepend dan uit mijn kleine luidsprekers thuis – ze speelden live slordiger, het geluid was niet goed afgesteld. De lauwe drank in plastic bekertjes was duur. De andere festivalgangers gedroegen zich raar. Groepjes jongemannen bralden weinig verheffende liederen als ‘Leg je tetten op de toog en hou je bek’. Toen ik eindelijk in mijn gammele, oververhitte tentje lag, werd ik wakker gehouden door nog meer gebral. ‘Hoeren! Hoeeereeeeuuuh!’ – een oerkreet van tent tot tent, tot het ochtendgloren.

‘En weet je wat zo bizar is?’ Op het houten bankje voor mijn huis drink ik samen met een vriendin rosé. Uit echte wijnglazen. Onze festivaljaren liggen achter ons. We hebben net ‘Trainwreck: Woodstock ’99’ gezien, een documentairereeks over de poging, 23 jaar geleden, om de peace, love and understanding van het oorspronkelijke Woodstock te doen herleven. Die poging eindigde in brand, rellen en een paar verkrachtingen. Kwam dat door de knullige organisatie, te dure drank, vieze douches, door de nihilistische mentaliteit van de aanwezige jongeren, de onverholen woede van Limp Bizkit, de opzwepende, boze muziek van Korn of de alomtegenwoordige synthetische drugs? De serie laat het in het midden. Het boeit ons ook niet echt – de mens die zich beschermd waant door de groep laat zich zelden van zijn beste kant zien, het is geen nieuw inzicht.

Lees ook: ‘Naaktlopen was bevrijdend’, maar de groepsverkrachtingen op Woodstock ‘99 waren dat niet

Wat ons vooral trof, was de gelijkenis met onze festivalherinneringen: de brallende, bezopen jongens, zich voortbewegend in groepjes van minstens drie. Ze riepen om bier en spoorden vrouwen aan hun tieten te laten zien, een oproep waar behoorlijk wat vrouwen gek genoeg gehoor aan gaven. ‘Dat we dat normaal vonden!’ vult mijn vriendin aan. ‘Je wilt niet weten hoeveel gasten ik in die tijd aan de toog heb horen beweren dat zij aan de oorsprong lagen van die traditie van het hoerenroepen. Vol trots! En wij lachen.’

En wij lachen, terwijl we het toch niet wérkelijk grappig vonden. Maar we stelden er ons geen vragen bij, het hoorde bij ruig feesten, dachten we. Net zoals de voortdurende aansporingen om onze tieten boven te halen. Ik voelde me met mijn bescheiden borsten nooit aangesproken en de brallers vond ik eerder irritant dan angstaanjagend, maar ik vraag me nu toch af of ik festivals leuker had gevonden als vrouwen er niet voortdurend werden gereduceerd tot hun voorgevel. Of als sekswerkers er niet zouden worden beledigd.

Ik vraag me ook af hoe die brallers op hun gedrag terugkijken. Jongens waren het toen, vervelende jongens. Nu zijn het dertigers, veertigers. Carrière gemaakt, vader geworden. Ze zijn geabonneerd op de weekendeditie van de kwaliteitskrant en op de sportschool. Ik vraag me af hoe ze terugkijken op hun gedrag. Of ze op een nu zeldzame dronken nacht aan de toog nog durven te beweren dat zij aan de oorsprong liggen van de traditie van het hoerenroepen.

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234