Heleen Debruyne column humoBeeld Humo

columnHeleen Debruyne

Heleen Debruyne: ‘Gebrul, huilende kinderen, een blaffende hond’

Ik dacht dat ik een drone zag vliegen, maar het was een meeuw. Zo voelt het leven in een dystopie, denk ik. Verderop rijdt een politiewagen stapvoets over de gele klinkers van de zeedijk. ‘Houd anderhalve meter afstand,’ maant een luidspreker de zeldzame wandelaars aan. Voor de verklikkers in actie schieten: we wonen op een paar honderd meter van de zee. Ik kom thuis van mijn dagelijkse wandeling en probeer vergeefs te schrijven over iets anders dan dat alomtegenwoordige virus, eender wat. Mijn gepieker wordt onderbroken door luid kabaal. Mensen hangen uit hun ramen en staan in deuropeningen, ze klappen en meppen houten spatels tegen kookpotten. Juist, het is alweer acht uur, de betrokkenheid moet getoond worden. Nog geen kwartier later word ik weer opgeschrikt. Gebrul, huilende kinderen, een blaffende hond. De buren hebben weer ruzie. Er breekt glas, nog meer geschreeuw, een vrouw roept: ‘Laat me los.’ Mijn lief klimt over het muurtje van onze koer, kijkt naar binnen. ‘Het is lelijk mis,’ zegt hij. ‘Ik ga aankloppen.’ Maar de ruzie verplaatst zich al naar de straat. Een vrouw met twee huilende kinderen en een hond rond haar benen roept naar een man in bloot bovenlijf, duidelijk dronken. Gordijnen gaan voorzichtig open, we zien mensen gluren naar het tafereel.

Nu we het koppel zien, is het moeilijk in te schatten wie het slachtoffer is. Mijn lief loopt op de man af, vraagt hem of het wel gaat, de vrouw maakt van de gelegenheid gebruik om de kinderen en de hond een ander huis binnen te loodsen, ze slaat de voordeur achter zich dicht. De man staat in de deuropening, mijn geliefde net niet op de verplichte anderhalve meter afstand, hij vraagt weer of het wel gaat en de man huilt nu. ‘Ik ga even binnen,’ zegt hij. ‘Vragen wat er aan de hand is.’ Ik denk eerst aan het virus en dan pas aan die twee kinderen.

Een combi rijdt de straat in. De twee agenten zien mij in de deuropening staan, vragen waar de ruzie is. Ik wijs naar het huis van de buren. Ze kloppen aan, ik hoor ze vragen wat er aan de hand is. Ze praten even, steken dan de straat over en kijken naar binnen in het huis waar de vrouw met haar kinderen binnenging. Ze bellen aan, kloppen op het raam. Geen gehoor.

Nu komen ze op mij af, mijn geliefde komt ook net terug. ‘Mogen we even binnenkomen?’ vragen ze. Ze blijven in de keuken staan, op minstens twee meter afstand. ‘Het is niet slim om u te moeien,’ zegt de ene. ‘Dat kan zelfs gevaarlijk zijn!’ vult de ander aan. ‘U moet ons bellen, en er verder buiten blijven.’ ‘Het is erg om te zeggen, maar dat soort mensen wil vaak niets met ons te maken hebben,’ verzucht de eerste nog. Ik vergeet te antwoorden. ‘Een goedenavond nog!’ besluiten de agenten. Bij het buitengaan raken ze onze klinken aan. De straat is stil, de ramen en deuren blijven dicht. Nee, zo voelt de dystopie.

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234