null Beeld Humo
Beeld Humo

ColumnHeleen Debruyne

Heleen Debruyne: ‘Ik geniet van conflicten met racisten, daarom reis ik zo graag met het openbaar vervoer’

Heleen Debruyne

Veel mensen doen er alles aan om conflictsituaties te mijden. Dat heb ik van horen zeggen. Zelf kan ik juist genieten van een conflictje. Zoals toen ik met mijn stiefdochter stond aan te schuiven voor de kassa van een biologische supermarkt. Ik draaide me even om, en hop, daar had een ogenschijnlijk keurig biologisch type het beduusde kind van 9 schaamteloos voorgestoken. ‘Excuseer,’ zei ik, ‘bent u per ongeluk voorgekropen?’ Ze ging zwijgend door met het uitladen van haar boodschappen. Het moment waarop ik mijn gerechtvaardigde woede in volzinnen op zo’n type kan loslaten: beter dan therapie.

Nog lekkerder is het wanneer ik iemand op racisme betrap. Natuurlijk, racisme is verkeerd, het is een morele plicht om in te grijpen. Maar wanneer ik een racist bozig aanspreek, denk ik bepaald niet aan de verbetering van de samenleving. Ik laat me meeslepen door de vage woede die ik altijd wel een beetje op de achtergrond voel sluimeren, maar die ik in het belang van het algemeen doorgaans inslik. Ik mag mijn boosheid lossen, én kan me ondertussen ook nog eens op een moreel voetstuk wanen. Na zo’n incident kom ik helemaal verkwikt thuis.

Ik reis dus graag met het openbaar vervoer: in elke medereiziger schuilt een potentieel conflict. Bij te luide muziek of pontificaal op de laatste lege zitplaatsen van een overvolle coupé geplaatste bagage ben ik bijna blij wanneer de overlastbezorgers bot reageren op mijn vraag er alsjeblieft iets aan te doen. Weer een aanleiding om mezelf in die heerlijke toestand van terechte woede te werken.

Maar onlangs was een conducteur me voor. ‘Mevrouw!’ zei hij tegen een dame met een grote tas naast haar op de stoel. ‘Haalt u die tas even weg? Ik kan u hiervoor beboeten!’ Beboeten? Ik was vaagweg beledigd. Alsof ik, mocht ik al naast die vrouw willen gaan zitten, haar niet zelf zou durven aan te spreken. Een irritante betutteling, die regel.

‘O nee, ik vind dat net goed,’ vond een vriendin. ‘Ik word zo vaak afgesnauwd als ik die vraag vriendelijk stel. Daar heb ik dan de rest van de dag last van.’ Een kennis ging nog verder: ‘Jij hebt het privilege om aan mensen te kunnen vragen om alsjeblieft hun tas even weg te halen. Omdat je een witte vrouw bent. Denk je dat iemand van kleur dat durft? Die regel is er voor hen!’ ‘Ik wil gewoon een gesprek van mens tot mens,’ probeerde ik nog, maar hij was niet te vermurwen. ‘Je bent blind voor je privilege!’

Volgens sommige sociologen zijn we door de almaar toenemende individualisering grover en bozer geworden, en niet meer in staat om hoffelijk met elkaar om te gaan. De NMBS speelt daar met haar tassenboete op in. Met die regel lijkt ze mogelijk lastige gesprekken tussen onbekenden op voorhand te willen vermijden. Mijn kennis doet hetzelfde – wie zich bewust is van zijn privilege, kan beter zwijgen. Maar ik weet niet of het angstvallig vermijden van alle frictie de oplossing is voor ons gebrek aan hoffelijkheid.

Al heb ik makkelijk praten, met mijn voorliefde voor frictie.

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234