heleen debruyne teaserBeeld Humo

columnHeleen Debruyne

Heleen Debruyne: ‘Zodra je je pensioen ruilt voor kost en inwoon in een woonzorgcentrum, lijkt je vrije wil irrelevant te worden’

‘Ze hebben haar in al die weken niet één keer buitengelaten.’ Een vriendin staat aangedaan op onze stoep. Ze kon eindelijk op bezoek bij een familielid dat sinds twee jaar in een woonzorgcentrum zit - er zijn nu twee vaste bezoekmomenten per week, op uren die voor de meeste werkende mensen onmogelijk zijn. Het familielid zag er miserabel uit, knokig, bleek, gebit halfstok, ogen vol wanhoop. ‘Het meeste personeel probeert er het beste van te maken,’ zegt ze nog - ik zou te kwaad zijn om dat nog op te merken. ‘Maar de directie... Dat is geen voorzichtigheid meer, het is gemakzucht. Of geldgebrek. Een combinatie van die twee, waarschijnlijk.’

De gemiddelde verblijfsduur in een woonzorgcentrum is minder dan twee jaar. Dan zijn een paar maanden veel waard. Dat realiseerde de Nationale Veiligheidsraad zich ook toen ze halverwege april aankondigden dat de opgesloten bejaarden toch één persoon over de vloer zouden mogen krijgen. Prompt schoot Zorgnet-Icuro in een kramp: ‘Onbegrijpelijk,’ vonden ze dat besluit. ‘Een kaakslag voor het personeel.’ Niemand dacht eraan het aan de bejaarden zelf te vragen. Wie wil wel nog bezoek, met het risico op corona? (Extra wrang, nu blijkt dat ze toch corona kregen, van het personeel.)

Alleen Wim Distelmans vond het na de lockdown vreemd dat niemand bejaarden de keuze had gelaten - hij hoort steeds meer bezorgde ouderen die zeggen euthanasie te verkiezen boven het woonzorgcentrum. Begrijpelijk: zodra je je pensioen ruilt voor kost en inwoon in een woonzorgcentrum, lijkt je vrije wil irrelevant te worden, dement of niet. Naakt in bed gaan liggen met de buurman? Mag meestal niet. Eten om acht uur 's avonds in plaats van halfvijf? Kan niet. Op een zomeravond opblijven om naar de zonsondergang te kijken? Mag niet. Praktisch onhaalbaar. Het heeft geen zin om het personeel van woonzorgcentra de schuld te geven: dit is hoe wij de omgang met onze ouderen hebben georganiseerd.

De ouder wordende Simone de Beauvoir keek naar haar rimpels, voelde haar lijf verstrammen en vreesde het ergste. In ‘De ouderdom’ (1975) beschrijft ze dat ouderen, net als jongeren, verlangens, gevoelens en rechten hebben. Maar ze worden geacht eerbiedwaardig te zwijgen, het liefst zo ver mogelijk van ons, zodat we niet geconfronteerd worden met hun verval. De graad van beschaving van een samenleving kunnen we afmeten aan de manier waarop ze omgaat met haar ouderen, schrijft ze.

Ik bel mijn moeder. Sinds corona nog duidelijker blootlegt hoe bedroevend het leven in de meeste woonzorgcentra is, word ik geplaagd door visioenen van de aftakeling van mijn ouders. Dat ze de zolder tot appartement moeten verbouwen, zeg ik. Dat wij daar gaan wonen, wanneer hun lijven het laten afweten. Ze is verbaasd en vaagweg beledigd: mijn ouders zijn nog niet klaar voor hun pensioen, laat staan voor visioenen van hun aftakeling en de terugkeer van hun slordige, enige kind. ‘Rustig,’ zegt ze. ‘We zijn nog niet bejaard.’ ‘Kijk toch maar of je de afvoerbuizen tot op zolder kan krijgen,’ zeg ik. Uit voorzorg stuur ik haar een exemplaar van ‘De ouderdom’ op.

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234