brusselmans column webBeeld Humo

columnHerman Brusselmans

Herman Brusselmans: ‘Zoals Socrates reeds zei: ‘Vertrouw nooit een virus.’’

Het is jammer dat een tweede golf van het virus z'n messen slijpt. Alles leek goed te gaan: minder besmettingen, minder ziekenhuisopnames, minder doden, minder jeuk aan de ellebogen, en minder mannen die hun vrouwen een pak slaag gaven omdat ze het beu waren om met dat secreet continu in dezelfde ruimte te moeten blijven. De algemene gedachte was: het virus is aan het verslappen en staat op het punt de biezen te nemen. Maar zoals Socrates reeds zei: ‘Vertrouw nooit een virus.’ Let op, we moeten wat Socrates zei niet altijd serieus nemen. Hij zei eveneens: ‘Een penis is leuker dan een vagina’, ‘De beste manier om je te ontlasten is achter een struik schijten’ en ‘Tjoela la boela poppemieke con favore piepken duik’. Hoe dan ook, het virus blijft met een grote pollepel in de pap roeren, en het einde van de ellende is nog lang niet aan de horizon te ontwaren, integendeel, we zitten met have en goed midden ín de ellende, die grijnzend om zich heen slaat. Net voor de tweede golf haar stekels opzette, was er op verschillende plaatsen goed nieuws, bijvoorbeeld in Gent, en dan met name vanuit één van de belangrijkste sectoren in deze stad, het toerisme. 

Tijdens de eerste golf en de lockdown was er in Gent, zoals overal, geen toerist te bespeuren, maar toen de versoepelingen elkaar opvolgden, begonnen mensen weer de weg te vinden naar de mooiste stad van ons land. Dat kon ik aanschouwen met m'n eigen ogen, want ik woon in het centrum. In maart, april, mei en een stuk van juni kon ik naakt rondlopen met een dood kind onder m'n arm, en geen levende ziel die het zou gemerkt hebben, want er was geen ziel aanwezig. Doch toen de horeca- en andere panden opnieuw hun deuren mochten opengooien, was de verandering meteen zichtbaar, en liepen er weer slenteraars, plattelandsfiguren, inlanders en Hollanders rond. Op sommige dagen, als het weekend was en de zon scheen, leken de Gentse Feesten wel aan de gang, zo druk was het dan. En dat men de virusregels in acht nam, dat kon je wel vergeten. Hand in hand, schouder aan schouder, kop tegen kop, zo flaneerde men van hot naar her, zonder afstand, zonder mondmaskers, en zonder schroom. Ik zag het lijdzaam aan, terwijl ik met m'n hond Aquí een wandelingetje ging doen, wat ik niet kon laten, want zo'n diertje moet een keer of vier per dag frisse lucht snuiven, de poten strekken en z'n behoefte doen. Veel te veel eikels die in Gent niks te zoeken hadden, liepen mij voor de voeten. Lelijk waren ze, onfris ruikend, arrogant, op de zenuwen werkend, en er zich geen lor van aantrekkend dat ze in Gent niks te zoeken hadden. Oké, Gent mag dan wel de mooiste stad van ons land zijn, maar net zoals in de andere mooiste steden van ons land valt er in Gent wezenlijk geen reet te beleven. De Korenmarkt, de Vrijdagmarkt, het Sint-Baafsplein: zo boeiend als een zak cement van vijftig kilo in je nek. Het Duivelsteen, de Overpoort, de Sint-Pietersabdij: aftands, versleten, uitgeblust, oubollig, te mijden. De Van Eyck-tentoonstelling: een opeenhoping van afbladderende schilderijen waarop de Maagd Maria het Kindeke Jezus de borst biedt in plaats van hem een paar petsen tegen z'n smoel te geven. Het Patershol, het SMAK, de Blaarmeersen: plekken waar de muizen op tafel dansen want de kat is bezig met creperen. 

En toch zijn het allemaal trekpleisters, en de idioten gaan er uren en uren naar de vaantjes helpen, terwijl hun ellebogen jeuken en sommige van hen zwetend van de zenuwen met oogballen vol paniek op zoek gaan naar een struik om erachter te schijten. Een walm van frustratie, ontevredenheid en ontgoocheling hangt boven Gent, en het zweet, het kwijl en het snot van de buitenstaanders maken de kasseien tot spekgladde sluipmoordenaars. De vreemden vallen om, grijpen om zich heen naar strohalmen, happen naar wegvliedende lucht, en kruipen op handen en knieën naar het dichtstbijzijnde café, meestal de Charlatan, en daar worden ze opgevangen door gemaskerde derwisjen, schel krijsende sirenen en sadistische dwergen, die hen meevoeren naar de zevende ring van de hel, waar een tollende duivel hun toeschreeuwt: ‘Volg mij naar de tweede golf, ha ha ha!’ En terwijl ook in Gent het pandemonium zich in splinternieuwe gewaden hult, loopt een oude man met z'n hondje naar huis, en als hij binnen de veilige muren is, omhelst hij z'n geliefde, en vraagt hij haar: ‘Zullen we verhuizen?’ Maar net als z'n eeuwige minnares weet hij dat er geen plaats is, waar dan ook, om naartoe te vluchten. Buiten klinkt het gezang van de slechtste stuurlui aan de wal.

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234