brusselmans column webBeeld Humo

columnHerman Brusselmans

Herman Brusselmans: ‘Zwarte mensen kunnen veel harder rennen als er een agent achter hen aan zit’

Herman Brusselmans gaat iedere week op zoek naar het verhaal achter een opvallende kop in de krant of op een nieuwssite.

In propvolle winkelstraten botsen mensen tegen elkaar op, mondkapjes hangen eerder aan het achterhoofd dan voor de smoel, overal worden er feesten en partijen gegeven, waarop de jeugdigen muilen, beffen en forniceren alsof het hun is bevolen vanuit Den Hoge. De regering weet van toeten noch blazen, er worden acht comité's opgericht, zeventien keer dient er vergaderd te worden, en vijfentwintig keer blijft de uiteindelijke beslissing geheel onduidelijk. De ene viroloog panikeert al meer dan de andere, en met z'n allen waarschuwen ze ervoor dat de eerste golf, vergeleken met een tweede, een lachertje zal zijn gebleken. Kortom, nagenoeg niemand bereidt zich voor op de volgende ontdekkingstocht van het virus. Maar ik wel, hoor! Sinds maart schud ik niemand de hand, was ik m'n tengels twee dozijn keer per dag, houd ik drie meter afstand van ieder levend wezen behalve m'n vriendin en m'n hond, en kom ik maar hoogstzelden m'n huis uit. Ik heb aldus de eerste golf overleefd, en ik hoop hetzelfde te doen met de tweede, de derde, de vierde en de vijfde.

Ja, in m'n kleine doch gezellige loftje zit ik vastgebeiteld, mogelijk tot ik omval. Samen met mij zijn aanwezig: m'n hierboven reeds genoemde vriendin en hond. Die vriendin is de onnavolgbare Lena en de hond is de Spaanse ex-straatloper Aquí, die sinds december van het vorige jaar hier in de Vlaanders gedomesticeerd is, en zich waarlijk heeft ontwikkeld tot een topbeest, dat prima past in het kleine huisgezin dat Lena en ik reeds viereneenhalf jaar vormen. Lena kan het zich net als ik permitteren om veel thuis te zijn, omdat ze haar vak van privélerares Nederlands uitstekend via de computer kan doceren. En ikzelf hoef uiteraard de deur niet uit om m'n carrière als letterkundig auteur verder te zetten. Ik schrijf alsof de duivel me op de hielen zit. Ik werk aan vier boeken tegelijk. Ten eerste is er ‘Geschiedenis van de moderne literatuur’, waarin ik alle contemporaine Vlaamse en Nederlandse krabbelaars onder de loep neem, en waarbij het besluit van m'n 500 bladzijden tellende historiek zal luiden dat ongeveer 98 procent van hen simpelweg geen bal verstand heeft van hoe een goeie roman, dichtbundel, toneelstuk, non-fictieboek of verhalenbundel moet worden geschreven. Ik noem in dit verband man en paard, en vele onnozelaars uit onze literatuur mogen er zich alvast op voorbereiden dat de brandstapel voor hen klaarstaat. Overigens wijd ik, als notoire antiseksist, een apart hoofdstuk aan vrouwelijke schrijvers, met als resultaat dat ik ondervind dat de wijven meestal nog veel beroerder schrijven dan de nichterige halve zolen die voor mannelijke schrijvers moeten doorgaan.

Ten tweede is er ‘De appel van vandaag is de appelmoes van morgen’, een antiracistische sleutelroman, waarin ik onder meer betoog dat zwarte mensen veel harder kunnen rennen als er een politieman achter hen aan zit dan witte mensen. Wat ik eveneens betoog, is dat witte rokers sneller bruine tanden hebben dan zwarte rokers. En dat de meeste witte vrouwen graag eens achterwaarts in de poes zouden worden genaaid door een zwarte kerel van twee meter hoog, anderhalve meter breed, beschikkend over een zwans van hier tot aan de Dampoort.

Ten derde is er de verzameling van haiku's getiteld ‘Kak maar in mijn onderbroek’, waarin ik het in deze tijden verwaarloosde genre van de haiku een nieuwe adem zal geven. Ze zullen nu en dan een vleugje mild ironische pis- en poephumor bevatten, maar wel zo dat niemand erdoor gechoqueerd zal zijn, behalve misschien katholieken, moslims en atheïsten.

En dan is er ten vierde de rabiate anti-Vlaams-Belang-roman met als titel ‘88', waarin slechts nauwelijks versluierd Dries Van Langenhove het hoofdpersonage is. Hij wordt verliefd op een neonazi met een spraakgebrek, een IQ van 52, een geamputeerd onderbeen, een mislukte lobotomie, een ingedeukte schedel, een micropenis, een obsessie met Joseph Goebbels, een lui oog en een continu naar stront stinkende navel. Dries en deze jongen leven nog lang en gelukkig. Dus zoals steeds in m'n boeken wordt er geëindigd op een positieve noot.

Ik mag met recht zeggen dat ik ook in de volgende virusgolven op m'n gemakje zal verderbouwen aan m'n monumentale oeuvre, en verder zien we wel uit welke richting de giftige winden zullen waaien.

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234