Column Delphine Lecompte web Beeld HUMO
Column Delphine Lecompte webBeeld HUMO

ColumnDelphine Lecompte

Het is bespottelijk: klaarkomen met een half geschilde aardappel van de Carrefour Express in mijn knuist

Redactie

Elke ochtend ga ik vol hernieuwde woede en frisse walg naar de beschimmelde huurwoning van de voormalige vrachtwagenchauffeur om een punt te zetten achter onze toxische gewelddadige sentimentele destructieve relatie die is gebaseerd op een gedeelde liefde voor liedjes van Judas Priest met de woorden ‘fire’ en ‘flame’ erin en voor respectvolle documentaires over loensende incestueuze goudzoekers die een versleten T-shirt van Soundgarden dragen, en op een gedeelde aversie tegen narcistische makelaars en kleinburgerlijke fitnessinstructeurs. Maar telkens als de voormalige vrachtwagenchauffeur begint te frunniken aan mijn allesbehalve ordentelijke labia met in zijn blik een mix van rebelse versletenheid en wanhopige gulzigheid, word ik week en delven mijn hersenen het onderspit. Ik kan niet weerstaan aan de klunzige goddelijke afgestompte extremiteiten van de voormalige vrachtwagenchauffeur, ik kom twee keer klaar.

Opnieuw verzoend met zijn onverbeterlijke alcoholistische levensstijl schil ik zijn aardappelen. De voormalige vrachtwagenchauffeur trekt mijn broek weer naar beneden en streelt de binnenkant van mijn dijen, ik kom opnieuw klaar. Het is bespottelijk om klaar te komen met een half geschilde aardappel van de Carrefour Express in mijn knuist en het zou helemaal niet poëtisch zijn om in mijn imbeciele extase op het aardappelmesje te vallen en zo ongewild harakiri te plegen. Na mijn derde orgasme belt de kneuterige braaf binnen de lijntjes kleurende krant De Morgen me op om te peilen naar mijn favoriete gedicht. Ik heb er geen. Ik zeg mopperend en niet volledig waarheidsgetrouw tegen de piepjonge kruiperige journalist: ‘Ik hou van geen enkel gedicht van geen enkele levende dichter.’ ‘De dichter mag dood zijn.’ ‘Ik verdraag geen gedichten van dichters die het ooit hebben gewaagd om met blozende wangen en feilloze dunne darmen weggestopt achter vet en pezen en blubber en epitheellagen zomaar rond te lopen in ontnuchterende prozaïsche bouwmarkten en die hun winkelkar hebben gevuld met gouden kranen en siertegels met sullige banale zeepaardjes erop. Gouden kranen en siertegels met sullige banale zeepaardjes die ze zich konden permitteren omdat ze fleemden en konkelfoesden in de juiste herbergen en de correcte literatuurwetenschappers vals complimenteerden over hun borstelige wenkbrauwen en hun onaffe hagiografieën over Jan Emmens. NEE IK BEN NIET BITTER!!’

Ik werp de figuurlijke hoorn op de haak en neem de letterlijke roede van de voormalige vrachtwagenchauffeur in mijn mond. ‘Ba va la, tedere redneck!’ zeg ik incoherent en klef. ‘Wat zeg je?’ Ik haal de klamme onbetrouwbare erectie van de voormalige vrachtwagenchauffeur uit mijn mond en zeg ‘Bedankt voor alles, tedere redneck!’ De voormalige vrachtwagenchauffeur zegt: ‘Je moet me niet bedanken.’ Het is waar, ik moet hem niet bedanken. Het enige wat ik van hem krijg, zijn: miskramen, alcoholvergiftigingen, boodschappenlijstjes, emotionele chantage, parfum uit de nachtwinkel vier maanden na mijn verjaardag en de schuldenberg van zijn gokverslaafde zoon. De voormalige vrachtwagenchauffeur komt klaar op mijn lelijke kaki winterjas en ik fiets naar de Aldi. In de fietsenstalling kom ik Rafaël de sympathieke hypochonder en ex-nachtportier van een zuivelmuseum te Snaaskerke tegen, hij heeft net de winkel verlaten. Hij toont trots zijn buit: nagebootste Leo’s en dertien kuipjes kruidenkaas light. Vroeger dronk Rafaël. Hij dronk zoveel dat er een kameel, een kruiwagen, een No-masker, een brede kennis over Rudyard Kipling, vijf Oost-Europese talen en de koosnaampjes van tien minderjarige fagottisten uit zijn hersenpan glipten.

Er is een gedicht van Paul Snoek met de woorden ‘zeehonden’, ‘geweer’ en ‘godsgezanten’ erin dat ik goed vind. Lekker absurd en gewelddadig en ontregelend, maar ik weet dat de meeste idioten zalvende helende melige platte verbindende stroperige rijmende poëzie wensen en uitsluitend tijdens de begrafenisplechtigheid van een vaderlijke volleybalcoach of een geliefde perverse fanfareleider die de pijp aan Maarten heeft gegeven. Ik betreed de Aldi en koop negentien monkelende marsepeinen wurgslangen. Ik fiets terug naar de beschimmelde huurwoning van de voormalige vrachtwagenchauffeur. Hij luistert naar ‘Eat a Peach’ van The Allman Brothers Band. Ik trek mijn kleren uit en besef plots dat er wel een levende dichter bestaat die genade vindt in mijn ogen, ze heet Kira Wuck en ze schreef o.a. deze regels: ‘Iemand vroeg of hij tien baarzen in mijn koelkast kon huizen / sindsdien ruikt het hier naar vis / water drupte van zijn kin / ik vroeg of hij zich over de afwas kon ontfermen / en zei dat ik soms krullen had en soms een brandweervrouw was / dan zwaaide ik vanaf de wagen, zelfs al brandden er huizen plat’. Is dit een gedicht dat je comfortabel kunt laten voordragen op de begrafenisplechtigheid van een sadistische zadelmaker door zijn achtjarige nichtje uit Sint Idesbald dat dictielessen heeft gevolgd in Veurne? Nee, en net daarom is het een uitstekend gedicht. Ik trek mijn kleren weer aan en zeg tegen de voormalige vrachtwagenchauffeur: ‘Bef me morgen maar, norse grizzlybeer. Of nooit meer. Of straks. Ja straks.’ De voormalige vrachtwagenchauffeur zucht gelaten.

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234