brusselmans column web Beeld Humo
brusselmans column webBeeld Humo

ColumnHerman Brusselmans

‘‘Het is je tong die naar stront smaakt, stomme trut,’ zei ik’

Cafés en restaurants zullen nog maanden dicht blijven. Dat komt omdat het zeer gevaarlijk is om op café of restaurant te gaan. Dat komt dan weer door de aerosolen in de lucht.

En dat komt omdat mensen in cafés en restaurants geen mondmasker dragen en via hun vieze adem de vuiligheid naar elkaar niezen, hoesten, proesten, rochelen en blazen. In die vuiligheid zit corona verborgen. Daarom is het niet meer dan normaal dat al die gribussen, kutkroegen, flutkoffiehuizen en stinkende restaurants moeten dichtblijven. Dat is echter niet leuk voor de eigenaars en uitbaters van deze bedreigde handelszaken. Ze lopen met z’n allen tegader miljarden euro’s mis, zeker nu de eindejaarsdagen eraan komen, en dat zijn de meest lucratieve voor de horeca. Tussen kerstavond en nieuwjaar vreten en zuipen miljoenen pipo’s zich te pletter, omdat ze iets te vieren hebben. Wat valt er dan te vieren? Dat Jezus geboren is en dat er een ander jaar begint. Daar moet op gegeten en gedronken worden, en wie dat nalaat, is een feestverstoorder. Ik herinner me de tijden dat ik aan het kerst- en nieuwjaarsgedoe meedeed, bijvoorbeeld in de jaren 70. Dat begon al goed op 24 december. Dan maakte ik een maaltijd voor heel de familie, met voorgerecht, tussengerecht, hoofdgerecht, dessert, en versnaperingen voor bij de koffie en de cognac. M’n specialiteiten waren kikkerbillen, gevulde krielhaan en chocoladetaart à la milanaise. Alleen jammer dat ik geen kloten verstand had van koken. Iedereen zat met lange tanden te eten, en m’n grootmoeder Maria zei: ‘Die kikkerbillen smaken naar stront.’ ‘Het is je tong die naar stront smaakt, stomme trut,’ zei ik. Daar kwam ambras van. ‘Wat zeg jij daar tegen je grootmoeder, snotneus?’ zei m’n grootvader. ‘Dat ze een oude hoer is en jij haar alcoholische pooier,’ zei ik. Algauw vlogen de gevulde krielhanen door de lucht, en m’n broer duwde een spie chocoladetaart in het bakkes van z’n vriendin, want hun relatie liep op haar laatste benen.

Als vijanden sloten we met z’n allen de avond af. De dag nadien at ik met een kater de overschotten van de maaltijd op, en dan was het aftellen naar oudejaarsavond. Toen doste ik me uit op m’n best, en ik trok de stad in. Eerst met één of andere sexy griet op restaurant gaan eten, en daarna volop de cafés in. Het meisje was een callgirl, al stelde ik haar aan iedereen voor als m’n nieuwe verloofde. Zij speelde het spel mee, en zei: ‘Ik zijn zeer verlief op Erman.’ Ze hadden mij opgescheept met een Russische temeier die nauwelijks Nederlands sprak, zodat één van m’n vrienden vroeg: ‘Waar heb je die opgescharreld?’ ‘In Vladivostok,’ zei ik, ‘en bemoei je met je eigen zaken, gore flikker.’ Daar kwam ambras van. Eén van m’n andere vrienden zei: ‘Is dat nu echt nodig om Ludo een gore flikker te noemen?’ ‘Ja,’ zei ik, ‘en jij moet je smoel houden, vetzak.’ Even later keilden we glazen, flessen en caféstoelen naar elkaars rotkoppen, en de baas van café De Focus verzocht ons met klem om z’n zaak te verlaten, maar in plaats daarvan gooiden we hém op de straatstenen. Om een uur of zes ’s ochtends waren we allemaal zo zat dat we de ruzie vergaten en elkaar eeuwige trouw zwoeren. Ondertussen zat m’n callgirl te muilen met Ludo, en lag ik achter een potplant een blondine met een hazenlip te vingeren. De dag nadien werd het 1973. Daar moest op gedronken worden. Om een uur of halfzes ’s middags was ik al aan m’n negende whisky-cola toe in café-restaurant De Kroon. Om toch iets van enig belang in m’n maag te hebben, at ik een biefstuk met friet gevolgd door twee crème brûlées. En daarna verder met de whisky-cola’s. Om negen uur ’s avonds kende ik m’n eigen naam niet meer, en twee uur later vroeg ik aan een ongeveer zestigjarige vrouw of ze mij haar tieten wilde laten zien. Dat wilde ze niet, en ik gaf haar een kopstoot. Daar kwam ambras van. De man van de vrouw voorzag mij van een rechtse hoek, en ik viel ten gronde, waar ik de biefstuk, de friet en de crème brûlées uitkotste. Ik stond kwijlend op van de vloer en riep: ‘Een rondje voor de hele zaak, en geef mij ook iets!’ Om elf uur ’s ochtends, terwijl iedere vorm van huidskleur uit m’n gezicht was verdwenen, werd voor mij een ambulance gebeld. Ik brabbelde tegen de chauffeur: ‘Breng mij naar het sprookjesbos, mafketel.’ Pas op 4 januari was ik weer enigszins hersteld van de feestdagen, en ik verzuchtte: ‘Ooit komt de dag dat ik deze kelk aan mij voorbij zal laten gaan en dat ik alle cafés en restaurants zal negeren als waren ze voor altijd gesloten.’ Pas nu worden m’n gebeden verhoord.

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234