BataclanBeeld Humo

Bataclan

‘Het kost me weinig moeite Bob Geldof een geschikte peer te vinden’

Rudy Vandendaele, Humo-sterkhouder voor het leven, zorgt wekelijks voor geletterd variété.

De droogte hield aan. Rond de middag kuierde ik door het dorp waar ik al een eeuwigheid niets meer te zoeken had, laat staan dat ik er ooit iets van mijn gading had gevonden. Op het eerste gezicht was er geen levende ziel te bekennen en ook de dooien hielden zich gedeisd. Waar eens de kerk stond, verrees nu een onafgewerkte watertoren. Ik had geen idee wat me hierheen bracht - een noodzakelijke verplaatsing was het in geen geval, maar daar trok ik me, hoezeer ik het virus nog steeds mocht vrezen, merkwaardig weinig van aan. Ik liep met onbekende bestemming door een uitgestorven villawijk die tegen de bosrand aan lag, een flinke lap grond die in mijn jonge jaren niets dan natuur was, een ruigte waarin, weer of geen weer,allerlei ritselwezentjes met kraaloogjes en lichtgevende cloaca's danig van bil gingen, omdat ze er nu eenmaal geen andere liefhebberijen op na hielden.

De gazons voor de villa's vertoonden vaalgele plekken hoewel het volop lente was. In het voorbijgaan telde ik niet minder dan drie zwembaden: bloody Willy Naessens was here. Aan de rand van het derde zwembad ontwaarde ik een man van wie ik al bij de eerste aanblik dacht dat we tot dezelfde risicogroep behoorden. Op een lendendoek na was hij naakt. Op handen en knieën, min of meer als een hond, slobberde hij gulzig chloorwater op. Had Trump laatst, om de domheid andermaal van dienst te zijn, een persoonlijk inzicht aangaande de ongeëvenaarde geneeskracht van chloor getwitterd? In een opwelling stapte ik naar de slobberende man toe en riep met mijn luidste toneelstem: 'Ik ben de regenmaker!' Hij schrok zich een bult, en toen hij mij ontzet aankeek, drong het tot me door dat ik oog in oog met mijn evenbeeld stond. Op slag schoot ik wakker uit een diepe dommel, want, zeg nu zelf, veel gekker moest het niet worden. Sinds het begin van de quarantaine neem ik het niet zo nauw met dag en nacht noch met het doktersadvies inzake waken en slapen; van tijd noch uur weten, vind ik stilaan een manier van leven.

Terug in waaktoestand knoopte ik doodleuk weer aan bij wat me bezighield vóór ik insluimerde: het vaudevillewijsje 'When I'm Sixty-Four' van The Beatles, een song die Paul McCartney volgens de overlevering geschreven zou hebben toen hij 16 was. Als je 16 bent, is 64 wel heel erg oud, om niet te zeggen op sterven na dood, meen ik me te herinneren. Intussen heb ik die ouderdomsgrens al een jaar geleden overgestoken, en niemand die me voor mijn eigen heil tegenhield. Maar waarom precies dacht ik aan 'When I'm Sixty-Four'? Omdat Bob Geldof, die 64+4 is, om die song vroeg in het radioprogramma van Jools Holland op Radio 2 van de BBC. Hij wilde Paul McCartney namelijk publiekelijk bewonderen als tekstschrijver. Sir Bob vond Sir Paul, behalve ronduit geniaal, ook 'door en door empathisch, en meesterlijk in het verwoorden van eenzaamheid': hij verwees daarbij naar de tekst van 'Eleanor Rigby' en 'For No One'. Het jeugdige enthousiasme waarmee de 68-jarige Bob Geldof in dat radioprogramma over zijn meerderen in de popmuziek sprak, was een verademing. Nu 'Tales of Boomtown Glory', zijn verzamelde songteksten, bij de deftige Britse uitgeverij Faber & Faber is verschenen, maakte hij ten overstaan van Jools Holland een streng onderscheid tussen songteksten en poëzie: lyrics zonder de bijbehorende muziek, hun bestaansgrond, konden op papier, of als je ze voorlas, niet tippen aan de poëzie van Yeats, Keats en Philip Larkin, in de verste verte niet, en daar moest niet over gecorrespondeerd worden. Het kost me niet de minste moeite om Bob Geldof, doorwaaide rock-'n-roller én man van de wereld, een geschikte peer te vinden, die zó mijn persoonlijke pantheonnetje in mag.

In Tate Britain in Londen, op een dag in 2008, bezocht ik met mijn jongste dochter, die toen 14 was, een overzichtstentoonstelling van de grote twintigste-eeuwse schilder Francis Bacon. Op die eigenste dag deed Bob Geldof net hetzelfde: hij had een klaproosrode pet op, die hem het voorkomen van een Dickensiaanse kwajongen gaf. Het trof me toen aangenaam dat iedereen hem met rust liet, alsof de beschaving onverhoeds was ingetreden. Nu ja, smartphone en selfie waren nog geen plaag. Vandaag herinnert mijn jongste dochter zich Bob Geldof met zijn klaproosrode pet levendiger dan de schilderijen van Francis Bacon, waarop de mens een tot ontbinding neigende vlezen zak vol paar- en doodsdrift is. En vandaag ben ik oud genoeg, 64+1, om daar volstrekt geen conclusies aan te verbinden.

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234