null Beeld TMDb
Beeld TMDb

humoOpen Venster

‘Het leven van Marilyn Monroe was geen pretje. Waarom zou 'Blonde’ dan aangenaam, jubelend, gutsend, vrolijk en frivool moeten zijn?’

Lezersbrief

Wat erger ik mij aan het voorspelbare tere lichtgeraakte puriteinse geblaat, gemekker, gemopper en gejeremieer over de fantastische wrange smerige schokkende bloedmooie blasfemische gewelddadige compromisloze film ‘Blonde’ van Andrew Dominik.

‘Blonde’ stelt de misogynie van Hollywood aan de kaak aan de hand van het levensverhaal van Marilyn Monroe, maar omdat de regisseur de pech heeft opgezadeld te zitten met een deerniswekkend scrotum en een vermaledijde penisschacht, wordt hij uiteraard beschuldigd van seksisme en vrouwenhaat.

Gemakshalve wordt daarbij vergeten dat de film gebaseerd is op het boek ‘Blonde’ van Joyce Carol Oates, een schrijver met een extatische clitoriskap en betoverende labia.

Het boek ‘Blonde’ is geen biografie, en de film ‘Blonde’ is geen biopic. Andrew Dominik zou een ‘diamant’ hebben herleid tot ‘steenkool’, om in de beeldspraak van mijn geliefde weekblad te blijven. Zelfs Humo-journalisten kunnen de bal al eens misslaan.

Andrew Dominik heeft ervoor gekozen om aan de slag te gaan met de donkerte, de pijn, de onmacht, de emotionele verwaarlozing en de demonen van Marilyn Monroe. Hij heeft de klemtoon gelegd op het lijden: op de psychiatrische moeder, de miskramen, de verslavingen en het seksuele geweld. Zo’n vreemde keuze is dat niet, want het leven van Norma Jean zat vol geweld, grimmigheid, depressies, verslavingen en obstakels.

Waarom zou Andrew Dominik die trauma’s links moeten laten liggen? Waarom moet elke film tegenwoordig verteerbaar, pamperend, validerend, vertroetelend, zalvend en aaibaar zijn? Het zou pas echt vals, vernederend, reducerend en artificieel zijn om Marilyn te portretteren als een guitige ontwapenende zorgeloze meesterlijke spitsvondige gehaaide pragmatische seksbom en niets meer dan dat.

De film ‘Blonde’ is alleszins een stuk interessanter, grilliger en weerbarstiger dan het lichtvoetige niemendalletje 'My Week with Marilyn’, waarin Marilyn wordt herleid tot een vriendelijke onverstoorbare koddige benaderbare vamp die blijkbaar slechts op de wereld werd gezet om tijdens zeven luttele dagen een beetje kleur, pit en verve te sprenkelen op het doffe vreugdeloze leven van een argeloos knullig klunzig meewarig mediocre Engels filmsetknechtje.

Andrew Dominik wordt ervan beschuldigd de kwellingen van Marilyn te exploiteren. Maar elke mens die een tekst, een gedicht, een liedje, een canvas of een film aan Marilyn wijdt, kan ervan beschuldigd worden haar uit te buiten.

De intentie van Andrew Dominik was niet om haar te portretteren als een onnozel radeloos stuurloos irrationeel droefgeestig gekweld veelgeplaagd erbarmelijk vernederd wezen. Hij wilde in de eerste plaats de vluchtige wrede grilligheid van Hollywood bekritiseren. En in de tweede plaats wilde hij een studie maken van de desastreuze gevolgen van de vraatzuchtige wispelturige verering van het publiek.

De catastrofe die de idolatrie voor Marilyn uiteindelijk was. Want idolatrie is geen liefde, geen soelaas, geen tederheid en geen surrogaat voor een afwezige hatelijke vader en een krankzinnige moordzuchtige moeder. De film ‘Blonde’ is een donkere bespiegeling over de grenzeloze agressieve knellende aanbidding die wij, het publiek, onze idolen aandoen.

Hollywood heeft Marilyn niet vermoord. Het publiek heeft Marilyn vermoord. Wij, de fans de schaamteloze gutsende schrokoppen die alles willen ontleden in het leven van onze idolen, wij zijn de beulen. Niets mag privé blijven, alle zonden en goestingen en huisdieren en lievelingsrecepten en dwangrituelen van onze idolen behoren ons toe.

Dat is vreselijk.

We plaatsen bloedmooie fabelachtige mystieke charismatische zwakkelingen op een pedestal en verguizen ze, verbrijzelen ze, halen ze neer wanneer ze even sukkelachtig, vlekkerig, kleingeestig, zondig, wrokkig, gluiperig en bespottelijk als wij blijken te zijn.

Marilyn was noch blond noch dom. Marilyn was gehaaid en mercantiel. Marilyn was eenzaam en ernstig. Diepzinnig. Marilyn was geen intellectueel. Nee, echt niet. Ze had interesse in literatuur (bravo) en ze bezat (volgens betrouwbare bronnen) 430 boeken. Ik zal er vriendelijk en barmhartig van uitgaan dat ze die 430 boeken allemaal heeft uitgelezen…

Sta me toe om niet steil achterover te vallen. Ik ken necrofiele tegelleggers, pedante onderwaterlassers, naargeestige scheepsherstellers, Montenegrijnse messenslijpers en ontslagen kraanmachinisten die een tienvoud daarvan hebben verslonden. En dat zijn, net als Marilyn, voor het overgrote deel noodlottige krakkemikkige ontredderde verdoemde verwaarloosde stervelingen die zijn opgegroeid in barre bittere ellendige barbaarse gewelddadige kansarme omstandigheden.

Norma Jean heeft een persona geschapen: een wulpse begeerlijke koesterende zorgzame onbevangen vrijgevige blonde seksbom, Marilyn Monroe genaamd. Dat ging een tijdje goed. Tot het imago haar begon te vervelen. Maar niemand was geïnteresseerd in een andere, bedaardere, subtielere, fijnzinnigere, listigere, zorgelijkere, mysterieuzere Marilyn. Ze werd het slachtoffer van haar eigen succes.

Marilyn werd een massaproduct: servetten, poppen, badhanddoeken, asbakken, een sprankelende godin op sweaters, gedragen door zwaarlijvige pokdalige chagrijnige tienermoeders in Birmingham, enzovoort. Maar eerst was er de befaamde geniale sluwe zeefdruk van Andy Warhol. Andy Warhol heeft ook zeefdrukken gemaakt van de guillotine, van Liz Taylor, van Debbie Harry en van zichzelf. Het heeft hen geen windeieren gelegd.

Maar terug naar het hoofdonderwerp: de krasse charmante poezelige karikaturale tomeloze duizelingwekkende rondborstige guitige koesterende fee Marilyn.

Ik werd opgevoed door mijn flamboyante kleurrijke cinefiele grootouders van De Panne. ‘The River of No Return’ werd vaak afgespeeld.

Mijn kille neurotische intellectuele grootmoeder zag in Marilyn vooral de sluimerende gekwelde gehavende feministische brunette die zichzelf succesvol doch tragisch had getransformeerd tot een begeerlijk infantiel sekssymbool met een hoog stemmetje, in de hoop het systeem te slim af te zijn.

Mijn grootvader beeldde zich in dat hij Robert Mitchum was en fantaseerde zweterig, daverend en kortademig over worstelen met Marilyn, haar op de grond gooien, de kleren van haar lijf rukken en haar bruut… Ik wil het eigenlijk niet weten.

Ik was als kind vooral jaloers op het jongetje in ‘The River of No Return’. Het verwende mokkende pokdalige schepsel werd aan Marilyns boezem gedrukt en beschermd tegen diabolische roodhuiden. Hij werd eindeloos vertroeteld, gepaaid en vermaakt door de moederlijke koesterende Marilyn met haar gitaar en het liedje ‘Down in the Meadow’, waarin ze totaal niet profetisch en niet geheel toonvast kweelt: ‘Catfish are waiting for the hook’. Hij verdiende haar niet.

Later zag ik Marilyn triomferen in ‘Some Like It Hot’. Onvergetelijk. Ze paradeert over het perron, een sissende stoomwolk vanonder een wagon hindert haar sensuele loopje. Ze springt verschrikt opzij. Het is ontzettend komisch, bijna slapstick. Het verwondert me niet dat Marilyn een bewonderaar van Charlie Chaplin was. Haar humor en timing waren grandioos.

Ze was onmogelijk op de set. Ze kwam te laat. Wanneer ze opdaagde, was ze broos, boos, nors, nukkig, nonchalant en korzelig. In zichzelf gekeerd. Haar tegenspeler Tony Curtis zei dat ze kuste zoals Hitler, en van de regisseur Billy Wilder kwam dit laconieke geestige citaat: ‘There was an actress named Marilyn Monroe. She was always late. She never remembered her lines. She was a pain in the ass. My Aunt Millie is a nice lady. If she were in pictures, she would always be on time. She would know her lines. She would be nice. Why does everyone in Hollywood want to work with Marilyn Monroe and no one wants to work with my Aunt Millie? Because no one will go to the movies to watch my Aunt Millie.’

Hij noemde haar eveneens Zwitserse kaas (haar hersenen) en (een tikkeltje genadiger) een puzzel zonder oplossing.

Ik wil best geloven dat Marilyn een slachtoffer was van het misogyne Hollywood, en eveneens van paternalistische dokters die weigerden om aan de slag te gaan met haar trauma’s, en die haar kwistig tranquillizers voorschreven.

Liz Taylor, Audrey Hepburn, Bette Davis, Lauren Bacall, Rita Hayworth en Doris Day moesten ook het hoofd bieden aan ranzige ploerterige roofzuchtige Hollywoodbonzen. Maar zij hadden geen onderliggende psychiatrische problemen en een steviger fundament: liefdevolle ouders. Bij Marilyn liep het meteen mis: een schizofrene incoherente onvoorspelbare moeder stond haar naar het leven. Maar dat verklaart niet alles.

We moeten de puzzel Marilyn misschien niet willen oplossen. De moeder was niet de grote boeman in het leven van Marilyn. De boemannen waren Hollywood en de roem. Roem is een verschrikking. Roem infantiliseert. Roem stolt, verstart.Roem maakt mensen onuitstaanbaar, egocentrisch, leugenachtig, vraatzuchtig en achterlijk. Roem is tragisch.

De aanbeden persoon, het idool beeldt zich in dat hij of zij gewaardeerd wordt. Maar hij of zij wordt verpulverd, versmacht, gefnuikt en in een keurslijf gedwongen. Wie zich verzet tegen dat keurslijf, wordt uitgespuwd en gedemoniseerd. Wie zich er niet tegen verzet, raakt afgebeuld, uitgeput, murw geslagen, geranseld, gegeseld, doodgeknuffeld, geëxploiteerd.

Andy Warhol, de grootste indringendste chroniqueur van de roem én de felste scherpste iconoclast van de 20ste eeuw, was waarschijnlijk de enige mens ter wereld die de faam (even) naar zijn hand wist te zetten en te slim af was. Maar ook hij ontkwam niet aan krankzinnige moordzuchtige wrokkige fans en flemerige gehaaide harteloze opportunisten.

Niet alle slachtoffers van de roem zijn overigens vrouwen. Ik heb eerlijk gezegd meer medelijden met de vele rauwe verloederde misbruikte weggeworpen beschimpte uitgeholde gekruisigde kindsterretjes die de pedalen verloren: Macaulay Culkin, River Phoenix, de twee Coreys, Lindsay Lohan, Britney Spears… De lijst is eindeloos: zelfmoord, overdosissen, predatoren, bloedzuigers en mentale instabiliteit galore.

En wat te denken van de manier waarop zwarte minderheden werden en worden behandeld wanneer ze het wagen om hun hoofd boven het maaiveld te steken? Ik denk dan vooral aan Sam Cooke, Lightnin’ Hopkins, Robert Johnson, Sister Rosetta Tharpe, Scott Joplin, Marvin Gaye, Michael Jackson, Kanye west en Jean-Michel Basquiat.

Geen haan die ernaar kraaide toen Julian Schnabel in 1996 Basquiat reduceerde tot een hitsige opportunistische junkie die blijkbaar alleen maar voor overlast en miserie zorgde.

In ‘The Andy Warhol Diaries’ (Netflix) was de geniale vernieuwende verschroeiende Basquiat slechts een voetnoot: niet veel meer dan het koddige opstandige schoothondje en het weerspannige exotische troetelkind van Warhola. Het destructieve briljante verwaarloosbare wonderkind wiens enige claim to fame was dat hij de grote Andy opnieuw goesting en branie gaf om te creëeren. Wat een schande, Basquiat was zoveel woester en poëtischer en schandaliger en gewaagder en authentieker dan de oude cynische amechtige karikaturale pafferige ontgoochelde Warhol.

Terug naar Marilyn…

Marilyn spat van het scherm, dat kan niemand ontkennen. Ze spat eveneens van spotgoedkope mokken, sleutelhangers en muismatten van de Action. Hetzelfde kan natuurlijk gezegd worden van James Dean. Zijn cinematografische palmares was een stuk schameler dan dat van Marilyn: ‘East of Eden’, ‘Rebel Without a Cause' en ‘Giant’.

Het is ergerlijk dat mensen spotgoedkope afbeeldingen van ‘The Seven Year Itch’ (opwaaiende jurk ventilatierooster-Marilyn) kopen zonder de moeite te nemen om ‘The Seven Year Itch’ te bekijken. Mensen zijn slaafs, dwaas, schaapachtig en afgestompt. Ze willen dwepen. Ze willen knielen voor iconen.

Ze willen dat hun helden rechtlijnig, zuiver, nobel, groots, dapper, vrijgevig en smetteloos zijn. Ze willen een idool zonder lelijke wonden, zonder splinters, zonder doorns en zonder endometriose. Een idool zonder onhebbelijkheden, zonder nukkige grillen, zonder morsige affaires, zonder onterende excessen.

Dergelijke idolen bestaan niet. Idolen zijn mensen die winden laten, afgunstig zijn, struikelen, zweten, ongeduldig zijn met hun ara’s en teckels, zich vergissen, zich verspreken, fouten maken, vallen, grienen, tanden verliezen, verschrompelen, mompelen, mopperen, fezelen en falen.

Marilyn was noch manipulatieve feeks noch weerloze prooi. Ze was bloedmooi, ze was kwetsbaar, ze was wispelturig, ze was calculerend, ze was naïef, ze was razend ambitieus, ze was gewiekst, ze was ambigu.

‘Blonde’ is een zware broodnodige film. Het leven van Marilyn was geen pretje. Waarom zou 'Blonde’ dan in hemelsnaam aangenaam, jubelend, gutsend, vrolijk en frivool moeten zijn?

Films hoeven uiteraard niet altijd zwaar te zijn. Films mogen ook lichtvoetig zijn. ‘Roman Holiday’ is lichtvoetig. ‘Breakfast at Tiffany’s’ is dat zeker niet. Marilyn wilde de rol van Holly Golightly. Maar ondertussen zijn we allemaal vertrouwd met het magere hindeachtige ‘stijlicoon’ Audrey Hepburn met weelderige parels (ontvangen van een pooier), elegante sigarettenhouder en opgestoken haren. Een beeld dat tot vervelens toe verschijnt op theemutsen, iPhonehoezen, drinkbakken voor chihuahua’s, toilettassen, tandenborstelbekers, welkomstmatten en gammele reiskoffers van de Lidl.

Audrey Hepburn koos ervoor om niet ten prooi te vallen aan promiscuïteit, infantiliteit, nukkigheid en medicatiemisbruik. Ik weet niet of Marilyn veel keuzes had. Ze koos ervoor om poezelig en bevallig te zijn, en te spreken met een hoog stemmetje. Ze koos ervoor om Tennessee Williams, John Steinbeck, D.H. Lawrence, Jack Kerouac, Albert Camus en Marcel Proust te lezen.

Ze heeft er niet om gevraagd om met opwaaiende jurk in de woonkamers te hangen van bittere neurotische hondenkapsters, gefrustreerde verslagen sprottenfileerders, onaangename kibbelende kiwisorteerders en verdorven Bosnische sponzenverkopers.

Marilyn Monroe is een beeld, een afgod. Een insect in ambersteen. Een enigma, een raadsel, een ramp. Knap dat ‘Blonde’ verder wil kijken dan het romige verteerbare gulle wulpse ‘poo poo pee doop’-imago van Marilyn.

Goed dat ‘Blonde’ de rauwe schabouwelijke genadeloze destructieve machinaties van de roem ontleedt, blootlegt en ondubbelzinnig veroordeelt.

Delphine Lecompte, Brugge.

Hebt u ook een brief in de pen zitten? Mail naar openvenster@humo.be of vul onderstaand formulier in:

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234