ColumnTom Lanoye

‘Het merk Vooruit moet je verdienen, zeker als partij die het woord socialisme niet eens meer wil gebruiken’

Wie is eigenaar van de term 'Vooruit'? En wie is dus gerechtigd om over dat bezit een proces aan te spannen tegen wie? Voor de huidige leiding van Kunstencentrum Vooruit, gelegen aan de Gentse Sint-Pietersnieuwstraat, liggen de kaarten verrassend simpel. Zeker voor een officiële culturele instelling die zweert bij verdieping, durf, experiment, nuance, kennisverwerving - zeg maar: alle vormen van kunst en cultuur. Zij voelt zich als enige het slachtoffer van een ordinaire sluikroof, blijkens een mededeling op de eigen website: 'Wij betreuren dat de Vlaamse politieke partij SP.A haar naam wijzigt in Vooruit. Die naam is al bijna veertig jaar onlosmakelijk verbonden met ons kunstencentrum.'

Ogenschijnlijk valt daar geen juridische speld tussen te krijgen. Oog in oog met een volksjury of het Europees Octrooibureau kun je echter ook iets heel anders poneren. Het Gentse kunstencentrum maakt al bijna veertig jaar ongestoord en onbezoldigd gebruik van een wervende merknaam die bestaat sinds 1880, als strijdkreet en als instituut, en die al sinds 1913 prijkt op zowel de voor- als de zijgevel van een gebouw waarin het kunstencentrum pas in 1982 wortel heeft geschoten. Toen nog als vereniging zonder winstoogmerk (vzw). Maar wel dankzij initiatiefnemers die allemaal gepokt en gepekeld waren binnen de socialistische zuil. Of althans: wat er in die jaren nog overschoot van de nalatenschap van Edward Anseele.

Die was al bij leven en welzijn een legende, als geniale organisator tijdens het roerige eind van onze 19de eeuw. Zijn kameraden uit heel Europa kwamen bij hem en zijn Gentse geesteskind de rode mosterd halen. Een politieke partij volstond niet. Ze had nood aan coöperatieve bakkerijen, apotheken, steenkolen- en kledingzaken, brouwerijen, fanfares, Volkshuizen, feestlokalen, noem maar op. Het kroonjuweel was zelfs geen feestlokaal meer, maar een heus arbeiderspaleis, in een stijl die het midden hield tussen art nouveau en Typisch Belgische Mikmak. Het kon pronken met theater-, vergader-, concert-, sport- en filmzalen, een bibliotheek en luxueuze wc's in faience. Alsook een ijssalon met muren vol majolicategels en ramen die uitzagen op een grand café met schappelijke prijzen, ettelijke biljarttafels en een verhoogje voor orkestjes.

Zonder Vadertje Anseele had Vooruit nooit bestaan. Wie mag zich vandaag zijn rechtmatige erfgenaam noemen, zowel moreel en politiek als artistiek? En valt het bikkelen om zijn meervoudige erfenis echt terug te voeren tot één enkel fabelachtig gebouw? Hoe behartigenswaardig en gedegen de huidige werking ervan ook is?

RODE SPOREN

Een coöperatieve vennootschap genaamd Vooruit beheert in heel Vlaanderen nog altijd veertig apotheken. Gemeentes als Harelbeke hebben sinds 1923 een harmonieorkest genaamd Vooruit. In de Sint-Pietersnieuwstraat bevindt zich nog een ander historisch gebouw. Thans een hip budgethotel, ooit de burelen en drukkerij van een krant die in 1894 bij haar stichting door Anseele ook al Vooruit werd genoemd. De horizontale deurgrepen bestaan uit één prachtig vormgegeven woord: 'Vooruit'. De opstaande glaspartij in de gevel vermeldt, met typografische trots en in koeien van letters, 'Dagblad Vooruit'. In haar gloriejaren behoorden Richard Minne en Louis Paul Boon tot de redactie.

In 1982, toen de kornuiten van vzw Vooruit het vervallen arbeidspaleis goddank wisten te redden van de sloop, bestond de krant nog steeds - hoewel inmiddels amechtig en alleen nog als regionale editie van De Morgen. Maar tot 1991 kon je dus in het vernieuwde café van Vooruit je gelijknamige krantje lezen, zonder dat iemand het in zijn hoofd zou halen om de directie van het ene huis tot de orde te roepen voor de opinies of blunders van het andere. Ze waren misschien niet langer directe bloedverwanten, maar onmiskenbaar wel nog altijd lid van een familie bij wie het hart tikt waar het hoort te tikken: links.

Is al die geschiedenis vandaag overbodige ballast? Op de site van het huidige kunstencentrum staat nochtans - behalve dat genoemde persbericht en een programma om ook in tijden van corona je vingers bij af te likken - een animatiefilmpje waarin de bovenstaande historiek schitterend uit de doeken wordt gedaan. In slechts drie minuten. Maar niet zonder fierheid.

In 2013 gaf Kunstencentrum Vooruit zelfs een huldeboek uit om zijn honderdste verjaardag te vieren. In probleemloze samenwerking met het Amsab-ISG. Dat staat voor 'Archief en Museum van de Socialistische Arbeidersbeweging-Instituut voor Sociale Geschiedenis'. Ik durf te wedden dat Anseele een iets eenvoudiger naam zou hebben gesuggereerd. Het boek zelf is echter een subliem vormgegeven baksteen. Uiteraard rood op snee en met veel foto's en teksten die, de titel getrouw, het honderdjarige bestaan vieren 'van feestlokaal naar kunstencentrum'.

Naadloos. Maar niet spoorloos.

MIJN PRIVÉDOMEIN

Ik sta ook in dat boek. In het tweede deel dan toch. Meer dan eens, met affiches en actiefoto's van diverse projecten. Mijn exemplaar kreeg ik cadeau van één van de programmatoren, met een opdracht die me ontroerde: 'Jij zit in het embryo, het DNA, de stenen en de genen van Vooruit.' Zo zijn er vast vele duizenden anderen. Maar ik voelde me toch flink aangesproken. Mijn eerste literaire solo 'Jamboree' mocht ik afsluiten in de Balzaal. 'Ten oorlog', dat ik schreef voor Luk Perceval en Blauwe Maandag Compagnie, ging in première in de Theaterzaal, waarvan de kleedkamers toen nog leken op Damascus na een raketaanval. In bijna alle zalen, krochten en kelders heb ik voorgelezen als auteur, gediscussieerd als panellid, gezwegen of gemord als bezoeker. Ik heb me na interviews laten fotograferen tot in de wc's toe. Indien de mens verliefd kán zijn op gebouwen, onderhoud ik al jaren een vurige driehoeksrelatie met het Atomium en de Vooruit. Maar als ik er eentje moet dumpen, zal het, zijn negen ballen ten spijt, toch het Atomium zijn.

Dat heeft, vergeef het me, in de eerste plaats te maken met mijn eigen historiek. Zonder de Vooruit en mijn Gentse jaren zou ik niet zijn wie ik nu ben. En ik niet alleen. De heropening van het ten dode opgeschreven monument staat in mijn herinnering geboekstaafd als het opstarten van een culturele kerncentrale. Met veel straling en schulden, maar met weinig restafval. Een hele generatie artiesten heeft zich gulzig meester gemaakt van de nieuwe podia, niet zelden als aanloop naar een roemruchte carrière. Voor het eerst zag ik werk van Arne Sierens, Radeis, Peter Vermeersch, Alain Platel... Stop! Opsommen is zinloos.

Wel dit nog. De eerste keer dat ik Luc De Vos van het latere Gorki ontmoette, was als vrijwilliger bij het ruimen van puin. Ik beken: ik heb dat maar één keertje gedaan. In de geruststellende wetenschap dat er genoeg anderen waren. Ook dat is iets wat me altijd heeft bekoord aan Vooruit. Dat zo'n project al jarenlang wordt gedragen en gekoesterd door honderden zonder naam en faam, maar zonder wie de redding helemaal niet was gelukt.

GERMINAL

Een stamboomsocialist ben ik niet - boven mijn wieg hing een bordje met 'forever kleine middenstand'. Ik ben bovendien allergisch voor ideologische stoeten en politieke betogingen, omdat marsmuziek en galmende toespraken nooit veraf zijn in die middens. En met de jaren groei ik steeds meer naar de permanente quarantaine van de verstokte eenling toe, die de schrijver kenmerkt.

Maar telkens als ik mag performen in de Theaterzaal van Vooruit kijk ik toch met schroom en nederigheid op naar de slogan van twee woorden boven het podium. 'Kunst veredelt.' In het volle besef dat ik me nog altijd in een arbeiderspaleis bevind, ooit bekostigd en vaak eigenhandig mee gebouwd door arbeiders, velen van hen ongeletterd, die zich wilden ontdoen van hun doem om proletariër te moeten blijven, en die zich daartoe op alle vlakken wilden verheffen. Een woord dat vandaag de dag nog amper wordt uitgesproken zonder geproest of rollende ogen. Eigenlijk zijn zij het, die wevers en hun kompanen, die als enigen het recht zouden mogen hebben om een salomonsoordeel te vellen in het eigendomsdispuut van vandaag.

Ik begrijp het communicatieprobleem van het Kunstencentrum, met voorop de ongewenste verwarring en de onwelkome kosten om ze te vermijden. Tegelijk klonk de procesdemarche mij wrang in de oren. Alsof de eigenaren van een voetbalclub genaamd Germinal een proces zouden aanspannen tegen een uitgeverij die de gelijknamige roman van Emile Zola opnieuw wil lanceren zonder eerst om hun toelating te vragen. Maar eigenlijk is dat niet eens mijn grootste ontgoocheling. In de beide tradities van Vooruit - ontstaan in 1913 en doorstart in 1982 - was er nooit schrik om politiek te discussiëren op het scherp van de snee.

Noblesse oblige! Juist vanwege wat Vooruit ooit heeft betekend, had kunstencentrum Vooruit de SP.A de wacht moeten aanzeggen in het ideologische, en niet alleen het juridische strijdperk. Zijn Conner Rousseau en co. wel vanzelf geschikt als huidige vertolkers en erfgenamen van wat Edje Anseele in gang heeft gezet? Het merk Vooruit moet je verdienen, zeker als partij die het woord socialisme niet eens meer wil gebruiken. Gezien recente uitlatingen, plannen en projecten van menige SP.A'er valt er nog meer af te dingen op de eigendomsclaim. Daar wil ik het een volgende keer over hebben.

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234