Delphine LecompteBeeld Humo

ColumnDelphine Lecompte

‘Hij kneedde mijn schaamlippen in de zandbak en doodde daarna een duif’

Dichteres Delphine Lecompte bericht enthousiast over drankmisbruik, baldadigheden en amoureuze perikelen.

Ik was nog geen 8 jaar oud toen ik bij mijn grootouders in De Panne de mythische clash tussen Guy Béart en Serge Gainsbourg mocht aanschouwen tijdens het cultuurprogramma ‘Apostrophes’. Ik lag onder de tafel te spelen met de stugge geneeskrachtige kwijlslierten van de boxerhond. Ik begreep meteen dat Serge de geestige duivelse onweerstaanbare antiheld was waar ik al zo lang naar zocht, en dus stormde ik met haarloze genitaliën en nietige tepeltjes naar mijn kleine slaapkamer om de lelijke schreeuwerige vulgaire glanzende posters van Duran Duran van de muur te rukken. Wat deed het deugd om mijn woede te koelen op de smakeloze middelmatigheid van die stukken onbenul.

Serge Gainsbourg was vals en onbetrouwbaar en briljant en virtuoos en sensueel en wanstaltig en gewond en geraffineerd. Hij was ambigu en ik wilde hem meteen verleiden. Dus begon ik liedjes te schrijven en op te nemen. Heel slechte liedjes over analfabetische matrozen, over pedante eekhoorns, en over flamboyante homoseksuele vampiers (dit was plagiaat; ik was zo’n exemplaar tegengekomen in ‘The Fearless Vampire Killers’ van Polanski). Ik was een ambitieus kind en ik deelde mijn cassettes uit aan de pedofiele tuinman, aan de sjamanistische touwslager, aan de calvinistische visboer, aan de stotterende fietsenmaker, aan de norse lamaverzorger, en aan de rare verloofde van juffrouw Marijke, een goochelaar die als hobby zwarte tulpen kweekte. Enkel de pedofiele tuinman blies de loftrompet.

Ondertussen ben ik mijn ambitie kwijtgespeeld en ik verbaas mij dan ook constant over mensen die naast hun zeeflepelwinkels, hun harlekijnpoedels, hun fagotspelende kinderen, hun Armeense poppenherstellende minnaressen, hun avondcursussen paardengebitverzorging, hun weekendsymposia over Messiaen en over funerair kannibalisme, hun Turkse baden en klankschalen... nog tijd hebben om zichzelf tegen te komen. Ik neem elke dag de tijd om mezelf tegen te komen in een gedicht. Ik vier mijn innerlijke tumult, maar ik breng ook hulde aan de schitterende tragische heidense freaks die me hebben getroffen en gevormd; de rouwende bergbeklimmer die trots verwond met touwen en pikhouweel door de Gentse straten rondwaarde is onvergetelijk. En vaak keer ik terug naar mijn eerste verliefdheid op het basketbalplein van mijn elfjarigheid: een 16-jarige jongen met blonde krullen en schildpadvoer in zijn jaszak noemde me plagerig Marjolijn. Hij kneedde mijn schaamlippen in de zandbak en doodde daarna een duif. Ik moest zwijgen of ik zou hetzelfde lot ondergaan. Zijn vader was een poolreiziger, zijn moeder was een Polynesische tang.

Na mijn dagelijkse gedicht ben ik uitgeput en de enige zaken die me dan nog kunnen bekoren zijn: seks, films waarin Al Pacino geen blinde speelt, en slagroom in een onerotische context. Maar sinds de voormalige vrachtwagenchauffeur het appartement van zijn zoon aan het schilderen is, is er een schrijnend gebrek aan seks. Het gebrek aan seks maakt me chagrijnig. Ik probeer het gebrek op te vangen met Poolse deathmetal, het helpt een beetje. Mijn schenen verminken met een oestermes terwijl de schizofrene bovenbuurvrouw in het Litouws haar moeder vervloekt, is nog de beste remedie.

Wanneer de voormalige vrachtwagenchauffeur thuiskomt, is hij te moe om meteen zijn vingers in me te proppen; eerst wil hij eten. Hij verslindt een ananas, twee profetische telescoopvissen, drie pannenkoeken met wasbeerniertjes, vier blauwe kommen hertenragout, vijf louche televisiepriesters, en zes doosjes appelsap van een duur merk dat klinkt als een ruimteschip. Na dit ascetisch avondmaal is hij eindelijk bereid om enkele vingers in mijn vulva te steken en te roeren als een pelgrim met een zonnesteek die zijn gelukbrengende sesambeentje in een moeras heeft laten vallen. Dom! Het sesambeentje behoorde toe aan zijn loensende hiëratische schuldbemiddelaarster, trefzeker neergestoken achter een bollo smitto-kraam in Zwevezele. Ik kom klaar en roep: ‘Ik haat doedelzakken en miniatuurflesjes brandewijn, ik haat het geluid van verwaande hondenkapsters die de sneeuw van hun laarzen stampen om hun flatulentie te verdoezelen, ik haat ongevraagde meningen over Kierkegaard in lange wachtrijen aan vijandige meubelketens, ik haat kleurloze badmintonspelers die buitenissige reptielen verzamelen om zichzelf een air van excentriciteit te geven, maar bovenal haat ik ochtendlijke gesprekken over communielammeren in de bus naar Geen dienst, mijn collega pikt u op. Lap nu is mijn orgasme weg!’

Ik kniel en pijp de voormalige vrachtwagenchauffeur terwijl ik zijn scrotum weeg en streel, weeg en streel. Hij komt maniakaal dankbaar klaar op de sprookjesachtige keukentegels.

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234