illustratie Ratatouille v2Beeld humo

ColumnDelphine Lecompte

‘Hoe razender ik word hoe hardnekkiger Frank me de toegang tot zijn scrotum weigert’

Dichteres Delphine Lecompte bericht een zomer lang over drankmisbruik, baldadigheden en amoureuze perikelen. 

Na een psychiatrische opname van drie weken zit ik opnieuw in mijn vuile huurhuisje met mijn twee bastaardhondjes: de slimme trouwe tirannieke Bernard en de oliedomme neurotische aanhankelijke Zohra. Iedereen (behalve mijn geliefde Frank) is kwaad op mij omdat ik nog altijd even onberekenbaar, onbetrouwbaar, brutaal, en drankzuchtig ben als vóór de opname. Ze hadden gehoopt dat ik een lesje in nederigheid zou krijgen. Kleine benepen mensen willen je graag tot hun niveau reduceren. Ik ben helaas (voor hen) nog opstandiger, nog dwarser, nog vrolijker, en nog destructiever geworden. Ze zullen de egocentrische theatrale pyromane wellustige dievegge niet temmen! Frank heeft me verplicht om mijn televisie opnieuw te laten aansluiten. Dat heb ik dan maar laten doen. We kijken voornamelijk naar programma’s over West-Vlaamse bietenboeren die obussen vinden op hun domein, waarop hun mensenschuwe zoons een knullig WO I- museum in elkaar boksen. Ze zijn ontroerend, de mensen op het scherm. 

Frank de voormalige vrachtwagenchauffeur kijkt ook graag naar Engelse veilingshows. Daar kijken we momenteel naar; de expert van edwardiaanse hobbelpaarden lijkt als twee druppels water op Humphrey Bogart, de expert van Beierse souvenirlepels heeft een trek van de bipolaire kaarsenmaker die in de Blinde-Ezelstraat woont met een kameleon, een opgezette reiger en een bedlegerige moeder. De kameleon neemt altijd de kleur van de luier van de moeder aan, nooit de kleur van de inhoud van die luier. Reptiliaanse fijngevoeligheid noem ik dat. En heel soms mag het kameleontische discretie heten. De expert van haarlokken van charlestondansers lijkt dan weer een heel klein beetje op de verdorven touwslager die me vorig jaar heeft verkracht onder een groene trompetboom in het Astridpark. Hij heeft de trompetboom voorgoed voor me vergald.

Plots krijg ik zin in seks, maar ik ben te verlegen om de goesting uit te spreken. Ik kneed het kruis van de voormalige vrachtwagenchauffeur. Hij smeekt: ‘Genade! We hebben het gisteren al drie keer gedaan. Vandaag volstaan bier en veilingshows en een blik op je ondergoed in de voorraadkamer ruimschoots.’ Ik word razend; ik heb helemaal geen voorraadkamer! Ik word een kruising tussen een hondsdolle zwartvoetmangoeste en een Klaus Kinski op de set van ‘Fitzcarraldo’. Maar hoe razender ik word hoe hardnekkiger Frank me de toegang tot zijn scrotum weigert. Ik verlaat mijn vuile huurhuisje en koel af in het park. Ik kijk in de uitleenkast van Sint-Gillis en ik neem een glanzend boek over de Californische kuifkwartel en een versleten exemplaar van ‘Eendagsvliegen’ van Gerrit Komrij mee. In het boek over de Californische kuifkwartel heeft iemand lelijke dingen geschreven over een zekere Sam die eczeem heeft, arm is, en vadsige meubelmagnaten pijpt. Ik schrijf in de marge: ‘Ik sta aan de kant van Sam; ik heb ook eczeem, ik ben ook arm, en voor een pijpbeurt meer of minder draai ik mijn hand niet om (bij wijze van spreken).’ 

In ‘Eendagsvliegen’ valt dit citaat me meteen op: ‘Ik zeg graag de waarheid, op voorwaarde dat de mensen niet alles geloven.’ Ik keer terug naar mijn huisje. De voormalige vrachtwagenchauffeur is aan het telefoneren met zijn beste vriendin Ria die lange sluike haren heeft en bijna altijd een T-shirt van Judas Priest draagt. De heilige Ria die zijn kleren wast en zich over hem ontfermt wanneer hij bloedend en tandeloos rockcafé de Walhalla verlaat. Ria is goed en ik ben kwaad. Ik trek mijn onderkleren uit en wacht zo geduldig mogelijk op de cunnilingus waarvan ik vind dat ik er elke dag recht op heb. Terwijl Frank met Ria kletst, kijk ik naar de kleine beeldjes die in mijn woonkamer staan: een dementerende okapi, een argeloos giraffenjong, een ivoren alligator die de oude kruisboogschutter heeft gekregen van een Congolese misdaadschrijver nadat hij slangengif uit diens liesplooi had gezogen, een kitscherige eenhoorn in een sneeuwbol die me door een norse lamaverzorger slash buikspreker uit Pervijze in de handen werd geduwd na een poëzievoordracht, een plastieken teckel gevonden in de goot van de straat van de mooiste vogelwichelaar ter wereld, en een houten olifant uit het levensgevaarlijke Keulen. De voormalige vrachtwagenchauffeur beëindigt eindelijk het veel te gemoedelijke telefoongesprek. Hij kijkt dommig en onbegrijpend naar mijn vagina, zoals een analfabetische jongenshoer naar de ‘Metamorfosen’ van Ovidius zou kijken. 

Ik zeg streng: ‘Kijk niet zo onnozel! Mijn vagina is geen origamiwalvis, het is een doodeenvoudig vrouwelijk geslachtsorgaan waar we beiden pret mee kunnen beleven.’ Frank likt gedwee mijn vagina. Ik beleef pret. Tijdens de pret denk ik na over mijn tandartsafspraak overmorgen. Ik zal de sadist geen kik gunnen. Ik zal zeggen: ‘Het was aangenaam; bijna net zo aangenaam als cunnilingus.’ En ik zal fluitend naar buiten gaan. Ik twijfel nog tussen twee liedjes: ‘White Room’ en ‘Sloop John B’.

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234