gay icoon twitter - column LanoyeBeeld Twitter

columntom lanoye

Hongaarse beginselen op de tocht: ‘Nooit kom je een voetballer of een wielrenner tegen, bungelend aan een regenpijp’

‘Ik ben geen flikker. Ik ben een vent die seks heeft met venten. Dat zijn twee verschillende dingen. Een flikker is verwijfd en zielig en heeft geen connecties. Weet je wie ík bel, als ik iets nodig heb? Nee, niet de president. Veel beter: zijn vrouw!’ Deze repliek komt uit één van de weinige toneelmeesterwerken die het aidstijdperk ons geschonken heeft, ‘Angels in America’ van Tony Kushner. Die heeft er zelf ook een heerlijke miniserie van gebrouwen voor HBO. Welke versie je ook bekijkt, je zit te popelen tot de belangrijkste bijrol zijn intrede doet: de getormenteerde en doortrapte slechterik genaamd Roy Cohn, gemodelleerd naar de gelijknamige historische figuur. Hij was een secondant van communistenvreter en senator Joseph McCarthy, hij ruïneerde op diens bevel het leven en de loopbaan van ettelijke hooggeplaatste homoseksuelen en was – als prominent lid van de Jewish League Against Communism – ook de juridische beul van het echtpaar Rosenberg. Later werd hij political fixer van Richard Nixon en advocaat van de Trumps, voor wie hij zwarte huurders weghield uit dure vastgoedprojecten.

Dankzij Donald en diens trawanten als Roger Stone kregen Cohns ondermijnende methodes de laatste jaren opnieuw veel navolging. (‘I don’t wanna know what the law is, I wanna know who the judge is.’) Zelf stierf hij al in 1986. Naar eigen zeggen aan leverkanker, in werkelijkheid aan aids. Kort daarvoor was hij gediagnosticeerd met hiv, de voorbode van wat toen ‘the gay pest’ heette. De repliek hierboven was een reactie geweest op dat verdict. ‘Gay – me? I have sex with men, that’s all.’

Een even snedige theaterrepliek is nog niet uit de mond gerold van József Szájer, de ultraconservatieve en homorechtenbestrijdende Hongaar annex Europarlementariër. Hij werd door de Brusselse politie gesnapt toen hij – via een regenpijp, met bebloede poten en pathetisch gevaar voor eigen leven – probeerde te ontsnappen aan de raid op een gangbang. Die was niet bepaald coronaproof en ook niet bijster conform het gedrag dat de Hongaarse regering, met Szájers expliciete steun, voorschrijft aan christelijke huisvaders. Op slechts één punt klopte Szájer Roy Cohn. Die woonde tot zijn 40ste in bij zijn dominante moeder en bleef daarna vrijgezel. Szájer trouwde wel. Met een vrouw. Ze is zelfs rechter aan het Grondwettelijk Hof.

Een façade van fatsoen, gecombineerd met invloed tot op het hoogste niveau… Zeg nu nog ’ns dat het heterohuwelijk geen hoeksteen vormt van een gezonde samenleving!

KUNSTIGE ALOÏS

Cohn en Szájer zijn maar twee recente voorbeelden uit een traditie die ouder is dan de Romeinse heerwegen. Hoe maak je carrière in een tijdvak en een samenleving die het gemunt hebben op je intiemste begeertes? Op straffe van uitsluiting, castratie of erger?

Je reddingsmiddelen gelden uiteraard niet exclusief voor alleen jouw groep. Schijnheiligheid komt overal van pas. Maar jouw groep wíl zich om te beginnen niet manifesteren als groep. Je eerste camouflagetechniek heet dan ook: de hyperindividuele onderduik. Jouw geaardheid ís geen geaardheid – dat moet je jezelf constant voorhouden. Ze is een afwijking en bovendien uiterst zeldzaam. Bestrijd, om die stelling kracht bij te zetten, dus elk openlijk contact met je seksuele evenknieën. Eenzaamheid, bestreden met scharrels, verdient meer aanbeveling. Ook handig zijn zelfhaat en toneeltalent. Praat alle mannetjesputters in je omgeving naar de mond en help hen, zo ostentatief mogelijk, om je lotgenoten te vervolgen, onder het aanroepen van ‘evidente natuurwetten’. Iedereen zal erin trappen. Jijzelf inbegrepen, naar het motto van die andere klassieker, ‘American Beauty’: ‘Never underestimate the power of denial.’ Ontkenning is kracht, en omgekeerd.

Vaak leidt zulk gedrag tot een verknipt en tragisch bestaan, dat evengoed – vergeef het me – razend intrigerend is. Onsmakelijk op het smakelijke af. Dankzij Lieven Saerens en zijn onthutsende vademecum van de Vlaamse jodenjagers (‘Haat is een deugd’) heb ik bijvoorbeeld weet gekregen van ene Aloïs Goossens. Al in 1935 wordt hij dienstdoend hoofd van de Antwerpse afdeling van het Verdinaso – Verbond van Dietsche Nationaal Solidaristen. Hij schrijft een ideologisch manifest voor de Vrienden Van het Nieuwe Duitsland: ‘Een gezonddenkend Volk wordt alleen bepaald door de wet van het bloed’ – waaruit alle ‘vreemde smetten’ dus verwijderd mogen worden. Daartoe stapt hij in 1940 zelfs de collaboratie in, als hoofd van de Nationaal-Socialistische Vlaamsche Arbeiderspartij. Daar wordt hij echter op een zijspoor gezet ‘omdat de Duitse instanties zich vanwege zijn homoseksuele geaardheid niet wilden compromitteren’. Na de oorlog wordt Aloïs in De Volksgazet bespot als ‘de Ernst Röhm van Vlaanderen’. Maar zelf pleit hij in de rechtbank onschuldig: ‘Ik deed heel de oorlog aan kunstfotografie.’

Je zou een paar jaargangen van Humo kunnen vullen met soortgelijke gevallen. Ik zal me beperken tot een handvol Angelsaksische grootheden.

RHODES & CO.

Cecil John Rhodes was de ultieme belichaming van de imperialistisch-koloniale ondernemer in de tweede helft van de 19de eeuw. Een patriot pur sang: ‘The English race is the first race. The more in the world we inhabit, the better for the entire human species.’ Hij stichtte onder andere het diamantbedrijf De Beers en zelfs een ‘nieuw’ land, genaamd naar hemzelf: Rhodesië, het huidige Zambia en Zimbabwe.

Als 17-jarige was hij nochtans te ziekelijk bevonden voor een carrière in Groot-Brittannië. Zijn zogenaamd zwakke longen bleken evenwel geen probleem om hem naar Zuidelijk Afrika te sturen, waar hij in heel wat zwaardere klimatologische en geografische omstandigheden fenomenaal tot bloei kwam. Op allerhande terreinen. Trouwen deed hij echter nooit. ‘I have too much work on my hands.’ De meeste historici beschouwen thans zijn ‘private secretary’ Neville Pickering als zijn lief. Rhodes beloofde hem per testament zijn astronomische fortuin, maar Pickering – hoewel begenadigd met een beresterk gestel – kreeg een bloedvergiftiging en stierf in de armen van Rhodes, nadat die hem zes weken zelf had verzorgd, dag en nacht.

Rhodes had nog een andere favoriet, ‘Jimmy’ Jameson, die zíjn gestel ondermijnde met goedkope whisky en roekeloze expedities, zoals de smadelijke mislukte Jameson-raid tegen opper-Boer Paul Krüger. Normaal werd zo iemand door Rhodes prompt ontslagen. Jameson mocht blijven en zou, op zijn beurt, aan het sterfbed staan van Rhodes. Volgens de legende luidden diens laatste woorden aan de wereld: ‘So little done, so much to do!’ Volgens een recente biografie richtte Rhodes zich, geplaagd door doorligwonden en wellicht ook syfilis, tot zijn trouwe mantelzorger. Met deze finale oneliner: ‘Turn me over, Jimmy.’

Wat opvalt, zijn de termen waarmee de rol van minnaar vroeger toch werd opgemerkt, maar meteen weer verborgen. Jameson wordt in nagenoeg alle boeken over Rhodes aangeduid als ‘his confidant’ – zijn vertrouweling. Privésecretaris, zoals bij Pickering, is even courant als assistent. Naast het nog suggestievere ‘zijn rechterhand’.

Precies die twee etiketten kreeg ook Clyde Tolson opgeplakt, toen hij zijn baas en lover J. Edgar Hoover, na diens dood, opvolgde als hoofd van het FBI. Tientallen jaren hadden ze samen de veiligheidsdienst beheerd, alsook het geheime archief van Hoover, vol belastend materiaal over vriend en vijand. Volgens betrouwbare bronnen zou zelfs president Nixon bij Hoovers dood hebben uitgeroepen: ‘Thank God, the old cocksucker is dead!’ Behalve zijn baan erfde Tolson ook Hoovers fortuin en de Amerikaanse vlag die zijn doodskist had bedekt. ‘His protégé’ – zijn beschermeling. Ook dat is een term die ik aantrof om een assistent van dik in de zestig aan te duiden.

Maar niets overtreft de troetelterm voor de knappe kapitein Oswald Fitzgerald, die het epicentrum vormde in de entourage van Lord Kitchener. De populairste Britse maarschalk aller tijden schonk zijn onafscheidelijke kompaan Fitzgerald een gewaagd wuft, want Frans epitheton ornans: ‘My aide-de-camp’. Ook in het Nederlands droom je meteen weg. ‘Mijn vleugeladjudant!’ Ze kwamen samen om bij een scheepsramp in 1916. Volgens velen als gevolg van een samenzwering. Volgens sommigen zonken ze in elkaars armen naar de bodem van de zee.

In een onbedoeld hilarisch stuk maakte de beroemde BBC-journalist Jeremy Paxman zich daar zes jaar geleden nog druk om. ‘Akkoord, Kitcheners vijanden beweerden dat hij in Egypte zijn smaak voor sodomie had aangescherpt. En de man bezát een bijna kleptomane verzameldrift voor fijn porselein, een voorliefde voor orchideeën, bloemschikken, exotisch textiel en poedels als huisdier. Maar wát ook zijn esthetische hebbelijkheden waren, er is geen morzel bewijs om Kitchener te bestempelen als wat wij nu ‘een actieve homoseksueel’ zouden noemen.’

Paxman is wel zo fair om te vermelden dat jeanetterij in het Engelse leger zelfs in 1994 nog werd behandeld voor de krijgsraad. Tijdens WO I werd ze bestraft met executie, indien vastgesteld in de loopgraaf of militaire herstelklinieken. Het kan een aanduiding zijn waarom elke morzel aan bewijs ontbreekt. Ze werden allemaal angstvallig geheimgehouden.

Dat laatste vind ik nog begrijpelijk, gezien de mentaliteit van toen. Wat me wél verbijstert, is de algemene aanvaarding dat homoseksualiteit nog steeds niet of weinig voorkomt in onze huidige bastions van het machismo. We merken de duikelnichten niet op, omdat we gemakshalve geen rekening houden met extreme dubbellevens zoals ik ze hierboven heb geborsteld. Bij leger en politie zijn homo’s inmiddels zichtbaar en zelfs ingeburgerd. Ze paraderen in hun professionele plunje mee op gay prides. Hetzelfde kunnen we niet zeggen over de laatste twee kathedralen der onbevlekte mannelijkheid. De wielrennerij en het voetbal. Niet één van hun beoefenaren kom je ooit eens tegen in een dakgoot, laat staan bungelend aan een regenpijp. Waarom? Omdat ze er niet zijn? Daar moeten we het een volgende keer ’ns over hebben.

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234