illustratie Ratatouille v2 Beeld humo
illustratie Ratatouille v2Beeld humo

ColumnDelphine Lecompte

‘Ik aanbid mijn moeder omdat ze me meesleurde naar ‘La grande bouffe’ toen ik 6 was’

Dichteres Delphine Lecompte bericht enthousiast over drankmisbruik, baldadigheden en amoureuze perikelen.

Gisteren wilde ik mijn moeder vermoorden met een tapijtschaar, maar vandaag vind ik haar opnieuw de goddelijkste geestigste meest flamboyante meest magnetische meest spitsvondige vrouw ter wereld. Toen ik 9 was, probeerde ze me te verkopen aan een sadistische zadelmaker, maar hij vond me te bleek en te lelijk. Mijn moeder liet de prijs zakken maar de zadelmaker ging pas overstag toen ik gratis was en hij er nog een slede en een porseleinen kangoeroegoffer en een monografie van Kazimir Malevitsj bovenop kreeg. Maar een uur later kreeg mijn moeder wroeging en kwam ze me ophalen, de slede en de porseleinen kangoeroegoffer en de monografie van Kazimir Malevitsj was ze evenwel voorgoed kwijt. Daar heeft ze nog lang over gezeurd. Alsof het mijn schuld was, ik had er toch nooit om gevraagd om verkocht te worden aan een sadistische zadelmaker die me overduidelijk afstotelijk vond en me pas wilde adopteren toen ik niets meer kostte en die me een uur lang heeft verveeld met herinneringen aan zijn eerstgeboren zoon die het jaar voordien op taalkamp in Tsjernobyl gestruikeld was over een gesluikstorte broodrooster en een aan lager wal geraakte baggeraar was ooggetuige geweest van het struikelen en hij had het in zijn hoofd gekregen om het kind mee te nemen naar zijn caravan, maar de wasbeer waarmee de baggeraar de caravan deelde was een ziekelijk jaloers beest en dus viel hij het zadelmakerkind aan en peuzelde hij de milt en de nieren van het kind op, het kind gaf de geest en de aan lager wal geraakte baggeraar werd beschuldigd van kannibalisme en door een meute dorpelingen afgemaakt met Russische lepels en Russische vorken en Russische snoeren en Russische lobotomie-instrumenten. En zo begon mijn uitbundige onstuimige fixatie op alles wat Slavisch is.

Vandaag zit ik in de tuin van mijn moeder, ze vraagt: ‘Heb je goed geschreven vandaag?’ Ik antwoord: ‘Ik heb geschreven over jou: je lokte Montenegrijnse messenslijpers in de val achter het schietkraam van Veurne met je gigantische plakkerige borsten, en wanneer ze toehapten klopte je hun schedel in met een ordinaire tombolavoegenschraper.’ ‘Waarom waren mijn borsten plakkerig? Had ik iets gemorst?’ Maar mijn moeder wacht niet op het antwoord, ze staat op om haar nog steeds adembenemende decolleté kwistig in te smeren met dure dermatologische olie (gekregen van een schoorsteenveger die al meer dan vijf decennia bezeten is van haar) en zegt: ‘Ik ben je biografie aan het schrijven! Als een literatuurwetenschapper het doet, wordt het toch maar een saaie kruiperige boel met te veel puriteinse weglatingen.’

Ik verlaat haar huis en kan alleen maar hopen dat ze een vierde meer debiliterende beroerte krijgt vooraleer die biografie voltooid is. Ik hou van mijn moeder, zoals ik van kikkerdril hou. In homeopathische dosissen is ze draaglijk. Ze neemt veel plaats in (dat geeft ze zelf toe) en ze wil altijd in het middelpunt van de belangstelling staan. Ze was een kindsterretje in De Panne en ze kan het niet verkroppen dat de aanbidding grotendeels voorbij is. Alhoewel: ze wordt nog steeds aanbeden door meer dan veertig naargeestige scheepsherstellers, en door het Bretoense dorp Moncontour waar ze eens een rietje in de luchtpijp van een blinde beiaardier heeft geforceerd toen hij samen met zijn grenadine een wesp naar binnen had gekapt. Ze was op vakantie en had van krommenaas kunnen gebaren, maar zo zit mijn moeder niet in elkaar. Ook ik aanbid haar, ik aanbid mijn moeder omdat ze het in Chinese buffetrestaurants opneemt voor pedofiele tuinmannen die hun uiterste best doen om hun pedofilie onder controle te houden (en als ze soms de mist ingaan dan moeten we genadig zijn), ik aanbid mijn moeder omdat ze me meesleurde naar ‘La grande bouffe’ toen ik 6 was en naar een tentoonstelling van Francis Bacon toen ik zesenhalf was, ik aanbid mijn moeder omdat ze haar escapades met Moldavische korfbalspelers belangrijker vond dan de opvoeding van haar kind, ik aanbid mijn moeder omdat ze me aanmoedigde om Céline en Reve te lezen toen de school Johan Daisne en Hubert Lampo door mijn strot probeerde te rammen, ik aanbid mijn moeder omdat ze nooit zegt: ‘Schrijf eens wat minder vaak over fellatio en Siberische grondeekhoorns’, ik aanbid mijn moeder omdat ze het hilarisch vindt wanneer ik in mijn verhalen beschrijf hoe ik haar traag folter met een cocktail van hondsdolle chinchilla’s, elektriciteit en pindakaas.

Mijn moeder is wonderlijk, ze is het intelligentste en het irritantste schepsel dat ik ken.

Deze column is mijn moederdaggeschenk. Ik weet al hoe ze zal reageren: ‘Ik had liever een boeket gekregen.’ Want soms kan ze burgerlijk zijn en hunkeren naar de ondubbelzinnige liefde van haar venijnige problematische wrakkige onuitstaanbare dochter.

Lees hier ons dubbelinterview met Delphine Lecompte en haar mama: ‘Delphine vindt het heerlijk als mensen mij niet graag hebben’

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234