Delphine Lecompte: "Ik won nog nooit iets dat ertoe doet, maar nu werd ik een nietsontziende furie"

columnDelphine Lecompte

‘Ik ben in een gevaarlijke fase terechtgekomen: ik begin me hier te nestelen, ik heb het naar mijn zin!’

Dichteres Delphine Lecompte bericht een zomer lang over drankmisbruik, baldadigheden en amoureuze perikelen.

Iedereen zal ondertussen wel op de hoogte zijn van mijn opname in een psychiatrische instelling. Ik ben er, onder meer in Open Venster en in Tussen Hemel & Hel, niet bepaald discreet over geweest. Discretie heb ik nooit onder de knie gekregen, of beter gezegd: ik heb het nooit nagestreefd. Urologen, vleermuistellers en uitvaartmedewerkers moeten discreet zijn. Een kunstenaar daarentegen moet zijn meest private angsten, zijn meest afschuwwekkende demonen en zijn meest uitgesproken liefdesstuipen delen met de wereld; hoe smeriger, hoe liever.

Ik kocht onlangs de verzamelde gedichten van Patti Smith. Ik kwam het bekende citaat van André Breton, de grondlegger van het surrealisme, nog eens tegen: 'La beauté sera CONVULSIVE ou ne sera pas.' En ja: 'CONVULSIVE' staat in blokletters, want het is belangrijk voor de kunstenaar om pervers, macaber, morbide, blasfemisch, koortsig, schuimbekkend, gemeen, genadeloos en exhibitionistisch te zijn.

Ik ben de draad even kwijt... (Iedereen met een beetje goede smaak ziet nu Frank Focketyn verkleed als tragische, neurotische huisvrouw voor zich, arm in arm met de norse doch toegeeflijke echtgenoot; pijnlijk en briljant die sketch.) De draad is natuurlijk mijn psychiatrische opname. Ik ben hier nu drie weken, en ik ben in een gevaarlijke fase terechtgekomen: ik begin me hier te nestelen, ik heb het naar mijn zin!

Ik leerde in de binnentuinen mijn rokende medepatiënten kennen (de rokers zijn altijd het sympathiekst) en ik nam zelfs deel aan de ergotherapeutische activiteit 'Liefde voor muziek'. We waren met acht en we hadden op voorhand twee lievelingsliedjes op een papiertje moeten schrijven en de papiertjes moeten afgeven aan de ranke, slanke, goedlachse, aangenaam boerse, puppygeestdriftige ergotherapeut Eva.

Tijdens de activiteit moesten we raden wie welk nummer had gekozen. Ik werd meteen bitsig competitief. Heel vreemd: ik won nog nooit een wedstrijd die ertoe doet, maar wanneer in de hondenschool of in de manege van de over het paard getilde kinderen van mijn beste vriendin Lara een knullige quiz in elkaar wordt gebokst, ontpop ik mij tot een alerte, onuitstaanbare, nietsontziende furie.

Hier dus ook, maar het raden was niet zo moeilijk. De enige raadselachtige française van de groep koos twee Franse liedjes ('Ce n'est rien' en 'Voici les clés'). De enige niet zo snuggere alcoholiste uit Veurne koos twee liedjes van Will Tura (twee keer van het goede te veel). De schizofrene ex-alpacafokker met het T-shirt van AC/DC koos twee heerlijke nummers van AC/DC ('Ballbreaker' en 'You Shook Me All Night Long'). De megalomane, joviale, opvliegende Club Brugge-fan die elke ochtend vraagt waarom mijn ouders me Delphine hebben genoemd (wisten ze dan niet dat de koning ooit in de problemen zou raken met een losgeslagen papier-machépunkster met dezelfde naam?!), koos voor 'You'll Never Walk Alone' en 'We Are the Champions' (grote hilariteit toen bleek dat hij als enige ter wereld niet op de hoogte was van de homoseksualiteit van Freddie Mercury). De altijd blozende en vaak sierkarpers ambeterende, bipolaire ex-roadie van Channel Zero koos voor twee robuuste nummers van Channel Zero ('Black Fuel' en 'Kill All Kings').

Maar er waren ook verrassende keuzes: de dementerende orgeldraaier die als twee druppels water op Richard Burton in 'Equus' lijkt, koos voor 'Touch Me' van The Doors en 'G.P.T.' van Martha Wainwright (dat laatste nummer bleek een vergissing van Eva, het had 'Goodnight, Irene' van Lead Belly moeten zijn), en de manisch-depressieve, charmante, blonde, groenogige hoefsmid Wilfried (zo heet hij gelukkig niet echt) koos voor 'Dreams' van Fleetwood Mac en 'Down Down' van Status Quo. En ik? 'Ace of Spades' en 'So Long, Marianne'.

Uiteraard heb ik van mijn medepatiënten reeds personages gemaakt voor mijn gedichten: de schizofrene ex-alpacafokker, de manisch-depressieve hoefsmid, de dementerende orgeldraaier, de analfabetische jongenshoer... Die laatste twee bestonden al in mijn gedichten, maar nu leer ik ze pas echt kennen. De hulpverleners zijn lief en vaag, kleurloos, zeg maar.

De hoofdpsychiater pocht elke maandag en donderdag in de gang tegen zijn twee assistenten over zijn reizen naar Japan ('Alles is daar anders'). Hij had in één van mijn interviews gelezen dat ik vliezen tussen mijn tenen heb (soms zou ik iets discreter mogen zijn) en vroeg dus of hij mijn voeten mocht zien. Toen hij mijn verbijsterde blik zag, zei hij met een mix van machtswellust en wanhoop: 'Ik ben een echte dokter, hoor! Tonen, die gedrochten!' Ik zei niet: 'Je bent een verkapte voetfetisjist! En je Japanse vertelsels boeien niemand!' Ik deed gedwee mijn schoenen uit en toonde mijn afgrijselijke visvoeten. De psychiater zei: 'Het valt mee.'

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234