columnDelphine Lecompte

‘Ik drink niet meer en verveel me stierlijk. Als een stier die naar de koeien wil’

Dichteres Delphine Lecompte bericht een zomer lang over drankmisbruik, baldadigheden en amoureuze perikelen.

Ik sta op om 4.30 uur en schrijf het slechtste gedicht ter wereld. Dat was niet de bedoeling; mijn bedoeling was om het geniaalste gedicht ter wereld te schrijven. De eksters en de necrofiele tegelleggers van mijn straat slapen nog. Ik hou van deze ochtendlijke uren; ik ben vrolijk, geestdriftig, dapper, en haast tevreden. Ik ben sterk.

Maar alles is om zeep wanneer ik mijn mails lees. Stuk voor stuk vriendelijke mails, maar de kracht ontbreekt me om ze te beantwoorden. Sinds ik niet meer drink, vind ik communiceren een corvee, een karwei, een beproeving. Ik denk aan de stomme poetsvrouw die verliefd werd op het getraumatiseerde amfibische wezen. Ze maakte hem het hof met hardgekookte eieren. En even later dansten ze op een liedje van Glenn Miller. Toen stond alles onder water en het was magisch. Ik wil ook in zo'n sprookje terechtkomen.

Om 7 uur staak ik het schrijven en plof ik in mijn zetel. Eigenlijk moet ik nog een stuk schrijven voor een Fries paardentijdschrift, maar mijn epische luiheid steekt stokken in de wielen. Al mijn lievelingsdichters zijn Friezen. Behalve John Donne, Paul Snoek, en Arthur Rimbaud. En ook mijn favoriete paarden zijn Friese paarden, maar de IJslandse en de Madagassische en de gevlekte paarden van de mercantiele Comanche-indianen vind ik ook mooi. Wanneer ik fantaseer over een nieuw leven dan spelen paarden en robuuste walvisvaarders daar een grote rol in. En mijn beste vriend is een melancholische baggeraar.

Op de website van The Guardian lees ik recensies van films die ik wellicht nooit zal bekijken. Het is te vroeg om de voormalige vrachtwagenchauffeur te storen. Vroeger had ik een sleutel van zijn beschimmelde huurwoning: dan kon ik naakt in zijn bed kruipen en zijn slaapdronken hand naar mijn vagina leiden, of ik kon de dekens wegtrekken en zijn prachtige kont mismeesteren. Maar sinds ik zijn ruit brak met een verkeerspaal en hem bedreigde met een zeeflepel van de brandweertombola van 1992, heeft hij de sleutel afgenomen.

Ik drink niet meer en heb dus een zee van tijd, een zee van luciditeit. Ik verveel me stierlijk. Als een stier die naar de koeien wil. Als matrozen die de zee missen, die het land hebben.

Vorige week had ik tussen twee coronagolven vier voordrachten in Oostende met de weergaloze Mauro Pawlowski. Ik was hemeltergend aarzelend, dof, stroef, roestig, waardeloos. Mijn moeder en de voormalige vrachtwagenchauffeur zaten in het publiek. Mijn moeder keek ernstig en zorgelijk, zoals die keer toen ze een Mickey Mouse-kostuum voor me had gestikt voor een scoutsfeest en ik me op het podium verstopte achter een piraat, waardoor het leek alsof die piraat twee grote opgerolde nertsen op zijn schouder had. Of gezwellen. De voormalige vrachtwagenchauffeur droeg een zonnebril en dronk veganistisch bier. Dat was geen keuze; ze hadden hem niets anders te bieden.

Na de voordrachten zei mijn moeder: 'Ik had graag een zoon gehad als Mauro; warm en benaderbaar. Ik moet het helaas stellen met drie bitsige neurotische verwaande misnoegde drugverslaafde dochters.' Ik zei mat doch waarheidsgetrouw: 'Ik ben niet verwaand.' Daarna ging ik met de voormalige vrachtwagenchauffeur naar ons hotelletje dat werd uitgebaat door een korzelige Zuid-Koreaanse man die ooit een gevierde badmintonspeler, een beruchte organisator van hanengevechten, en een middelmatige regisseur van chinchillaporno was geweest.

Onze kamer had uitzicht op stukjes brandladder. We bedreven de liefde met op de achtergrond een koor van spottende meeuwen en brullende Duitse toeristen die een Armeens kamermeisje beschuldigden van de diefstal van het mosterdkleurige regenjasje van hun teckel. Als mijn Duits me niet in de steek laat. Ik duwde de voormalige vrachtwagenchauffeur van me af en zei: 'We moeten opkomen voor het onderdrukte Armeense kamermeisje; we moeten de moffen een toontje lager doen zingen.' De voormalige vrachtwagenchauffeur lachte meewarig en vroeg: 'Mag ik verdergaan met het likken van je poesje en de moffen straks mores leren?' Ik zei: 'Poesje, poesje, poesje... Ik heb liever dat je mijn vagina een hyena noemt, maar ga verder ja!' De voormalige vrachtwagenchauffeur likte loom verder en ik dacht aan Mengele. Aan de manier waarop de Fransen die naam uitspreken; als iets schattigs en eetbaars. Totaal ongepast.

Toen gingen we slapen en ik nam een dubbele dosis clonazepam om gelijktijdig met de voormalige vrachtwagenchauffeur wakker te worden. Dat lukte. We stapten amper strompelend naar het ontbijtbuffet, harmonieus zwanzend over Mississippiboten en liedjes met het woord 'desperado' erin. We vermaalden samen tien pistolets, twintig croissants, dertig kuipjes smeerkaas, 42 plakjes salami, en 73 porties roerei. Na het ontbijt heb ik de baard van de voormalige vrachtwagenchauffeur moederlijk gereinigd. Incestueus moederlijk. We werden opnieuw hitsig en ik heb de voormalige vrachtwagenchauffeur dan maar gepijpt met zicht op een grinnikende touwslager op de brandladder. Hij had een tube aftenzalf in zijn linkerhand, en in zijn rechterhand een boek over funerair kannibalisme in Honolulu. Ieder zijn smaak.

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234