brusselmans column web Beeld Humo
brusselmans column webBeeld Humo

ColumnHerman Brusselmans

‘Ik heb iets tegen iedereen, alleen niet tegen Oekraïners, want dat is verboden’

Herman Brusselmans

Herman Brusselmans gaat iedere week op zoek naar het verhaal achter een opvallende kop in de krant of op een nieuwssite.

Ik behoor tot die vier. Ik moest er eens uit. Ik was moe, depressief, zwartgallig, ontgoocheld, inert, zo goed als bewegingloos, ten prooi aan een burn-out, nagenoeg alles beu en zo terneergeslagen dat ik het niet eens leuk meer vond om tegen m’n hond te zeggen: ‘Wat ben jij een leuke hond.’ Hij is nochtans een leuke hond, en vroeger bracht ik hem dat op verschillende manieren aan het verstand. Nu lijkt het wel alsof ik niet meer kan converseren met m’n hond. Hij bedelt nochtans om m’n aandacht, geeft mij een poot, ook als ik daar niet om vraag, springt omhoog om mij likjes in het gezicht te geven en legt z’n balletje voor me neer, met in z’n ogen de vraag: ‘Wil jij het eens weggooien? Dan ga ik het halen en terugbrengen.’ Het is niet zo dat ik die vraag negeer, maar ik ben te teleurgesteld in het leven om een balletje weg te gooien. In zo’n geval is het erg met je gesteld, temeer als je in je huis tegen je vier muren wilt lopen, tijdens je slaap droomt over kalkoenenlijkjes en ’s ochtends na het opstaan je eerste gedachte luidt: waar blijft godverdomme de nieuwe nacht?

Ik ging met m’n klachten naar de dokter, ook al omdat ik last had van hartkloppingen, jeuk aan de milt en pijn aan de snor. Nog zoiets: die snor. Waarom heb ik die snor laten groeien? Om m’n leven een wending te geven, waarbij ik algauw besefte dat een snor en een wending niet noodzakelijk een pact vormen. De dokter onderzocht mij summier en zei: ‘Volgens mij ben je gezond, maar je voelt je doodziek.’ Ik zei dat dat de nagel op de kop was, en vroeg wat ik het best kon doen. ‘Je moet er eens uit,’ zei de dokter, ‘andere horizonten opzoeken, een vreemde ruimte betreden, onbekende steden doorkruisen, verse lucht een kans geven, verbazingwekkende mensen ontmoeten.’ ‘Welke mensen zouden dat dan kunnen zijn?’ vroeg ik. ‘Nou,’ zei de dokter, ‘bijvoorbeeld mensen van een andere kleur, mensen van een geloofsovertuiging die niet de jouwe is, mensen met een seksuele oriëntatie die je niet gewend bent, mensen die anders ruiken, een opvallende taal spreken, je een glimlach schenken of je uitnodigen in hun huis om je te verwennen.’ ‘Ik dacht eerst dat je het over West-Vlamingen had,’ zei ik, ‘maar bij nader inzien zouden die klootzakken me nooit een glimlach schenken of me uitnodigen in hun gribus.’ ‘Heb je iets tegen West-Vlamingen?’ vroeg de dokter. ‘Ik heb iets tegen iederéén,’ zei ik, ‘alleen niet tegen de Oekraïners, want tegen die mensen iets hebben, dat is verboden wegens de sancties tegen de Russen.’

De dokter bleef maar zeggen dat ik er eens uit moest en toen ik thuiskwam, zei ik tegen m’n vriendin: ‘Waar gaan we heen? Want dat we de komende dagen hier blijven, dat is uitgesloten.’ M’n vriendin dacht diep na en zei: ‘We kunnen naar Berlijn gaan.’ ‘Nee,’ zei ik, ‘niet naar Berlijn, daar heeft Hitler ooit nog over de straten gelopen waarover wij ook zouden lopen. We moeten ergens naartoe waar Hitler nooit over straat heeft gelopen. Wat dacht je van de Zwalmstreek?’ M’n vriendin oordeelde dat dat niet voldoende is om er werkelijk eens uit te zijn, en dus stelde ik voor om Antwerpen te bezoeken. Dat is niet veel verder dan de Zwalmstreek, maar in Antwerpen zouden we bij m’n goede vriend Tom Lanoye kunnen aanbellen om hem te feliciteren met z’n nieuwe meesterlijke roman ‘De draaischijf’, waarin weliswaar staat geschreven dat Goebbels ooit in Antwerpen over straat heeft gelopen, maar Goebbels is vergeleken met Hitler natuurlijk klein bier. ‘Goed dan,’ zei m’n vriendin, ‘we zullen naar Antwerpen gaan. Hoe doen we dat? Niet op de motor, want dan kan de hond niet mee.’ De hond stond me aan te kijken met smekende oogjes, die uitdrukten: ‘Mag ik mee naar Antwerpen, mag ik mee?’ Zuchtend zei ik tegen m’n vriendin dat we gebruik zouden maken van de trein, en ik zei daarbij niet tegen haar dat de trein een verschrikkelijk vervoermiddel is, een instrument van de duivel, een tuig waarin allerlei vieze, stinkende, boerende, en vaak ook West-Vlaamse klootzakken hebben plaatsgenomen.

Toch rekenden we op de spoorwegen om ons naar Antwerpen te laten sjezen. Toen we daar aankwamen, zei ik tegen m’n vriendin en tegen m’n hond: ‘Berlijn is er niks tegen.’ Een paar uur lang was ik minder depressief dan tevoren. Maar levend en wel was ik nog steeds niet, en niettemin hield ik me kranig, beet ik op m’n tanden en prees ik in m’n binnenste m’n onverklaarbare wilskracht en hoop voor de toekomst.

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234