Een mars voor Samuel Paty in NantesBeeld NurPhoto via Getty Images

ColumnTom Lanoye

‘Ik heb nog geen cartoon gezien die lacht om het lot van Paty, en daar ben ik niet rouwig om’

Het is nu bijna twee maanden geleden dat de Franse leraar Samuel Paty als een hond werd afgemaakt en onthoofd. Zomaar op straat, in het plaatsje waar hij al jaren lesgaf – het lieflijke Conflans-Sainte-Honorine, gelegen aan de samenvloeiing van Oise en Seine, in vogelvlucht amper twintig kilometer van de Eiffeltoren vandaan.

De jonge dader, een solitaire terrorist van Tsjetsjeense komaf, had die ochtend honderd kilometer moeten reizen en had ter plaatse ook honderden euro’s betaald om zich zijn doelwit te laten aanwijzen. Handelen met méér voorbedachten rade is niet mogelijk. En toch kende hij zijn slachtoffer enkel van naam, dankzij een leugenachtige hetze op het net. Had men hem verkeerd getipt, dan had hij domweg iemand anders omgebracht. Die banaliteit maakt de moord des te ijzingwekkender.

De zelfbenoemde beul werd, kort na zijn daad en nog altijd agressief, geveld door negen politiekogels. Een wapenfeit waarvan ik niet weet of ik het toejuich dan wel betreur. Ik ben geen pacifist en zo’n aanslag kún je zien als een oorlogsdaad in vredestijd, zodat de represaille met een kogelregen niet alleen gedekt lijkt door de regels van de wettige zelfverdediging, maar ook door die van het jus ad bellum. Niettemin was een proces – zoals dat tegen Anders Breivik, of straks dat tegen de aanslagplegers van Zaventem – een beter eerbewijs geweest aan onze rechtsstaat dan deze vermoedelijke standrechtelijke executie. Die was tegelijk haast zeker ook een daad van assistentie bij de zelfdoding van een al te gretige martelaar. Waarom zou je zulke kerels datgene gunnen waarnaar ze, meer nog dan naar bloedrecht in eigen handen, verlangen: de duistere romantiek van zelfverheerlijking, met een Almachtige God als alibi…? Hoe futiel het gebaar ook moge zijn, ik weiger hier de naam van de moordenaar te vermelden naast die van Samuel Paty.

Tegelijk wringt zelfs dat futiele voornemen. Het gaat in – vergeef me het pathos – tegen míjn zelfgekozen roeping. Die van theaterauteur. Drama dwingt tot onderzoek van de menselijkheid in zelfs het grootste monster. Wat waren de drijfveren van deze achttienjarige? Handelde hij als glasheldere religieuze fascist of verkeerde hij in een crisis – en wat radicaliseerde hem dan juist? Religie is zelden alleen maar godsdienst, ze mengt zich vlot met politiek en psychose. Monniken mogen gelijke kappen dragen, in hun koppen woeden zelden dezelfde stormen. Waarom ging juist deze zeloot wel tot daden over, en talloze anderen niet? En wat zocht hij: verlossing, wraak, eer? Of toch die onnozele zeventig maagden in het hiernamaals?

Zulke vragen horen niet alleen bij de leer van de tragedie. Ze lopen gelijk met twee verlichtingsplichten: eeuwige twijfel en toetsing à tout prix. Ook al schuren ze of schoppen ze tegen zere schenen. Maar is juist dát niet ook de basisfilosofie van zelfs een blad als Charlie Hebdo? Dat alles op de rooster van de rede moet kunnen belanden? Ook na rampen en bloedige misdrijven? Eén ding is echter zeker. Ik heb tot nu geen enkele getekende rauwe grap gezien, bête et méchant, die lacht om het lot van Paty, en daar ben ik niet rouwig om. Het is vast vloeken in weer een heel andere kerk, maar nee: niet álles leent zich tot grollen.

MEDEDADERS

Hoe moeilijk deze afwegingen liggen, bleek uit de hatelijke reacties op e-mails van Paty’s collega’s. Ze werden geschreven kort na de les waarover de hetze begon, maar lekten pas uit na de moord, via de krant Le Monde. Vanwege hun soms berispende commentaar worden de auteurs thans met terugwerkende kracht geschandvlekt als lafbekken, verraders, net geen mededaders. Alsof hun geschoktheid nog niet groot genoeg is, nadat één van hun collega’s werd gekeeld.

Zelf weet ik geen bal van lesgeven af. Ik kan hoogstens uitpakken met mijn literaire lezingen op scholen, een paar per jaar. De mondigheid van de leerlingen, vergeleken bij wat ik mij herinner uit mijn oertijd in het Sint-Jozef-Klein-Seminarie (‘Het Kot’) te Sint-Niklaas, verbijstert me telkens weer. Mijn respect voor leerkrachten in deze roerige tijden is er alleen maar groter op geworden. Mij valt ook het nog altijd hemelsbrede verschil op tussen Vlaamse en Nederlandse scholen. In de laatste zijn de gesprekken vinniger, soms venijniger, vaak rechtlijniger, en niet zelden blijken meiden met hoofddoek het radst van tong.

Hoe dan ook, ik zou het nooit in mijn kop halen om op school aan jongeren te zeggen: ‘Ik ga nu iets tonen dat je wellicht zal kwetsen tot in het diepst van je ziel, je geloof en je waardigheid, maar als je wilt, mag je je ogen afwenden of zelfs naar huis gaan. Dan discussiëren wij zonder jou wel verder over het prangende vraagstuk genaamd De Vrije Meningsuiting.’ Het was een opluchting te lezen, in een mail van Paty, dat hij die gang van zaken later ook zelf omschreef als ‘een fout’. Hij had zich er trouwens in de les, na discussie, reeds voor geexcuseerd. En daarmee had de kous af moeten zijn. Een leermoment voor iedereen.

Maar toen begon die digitale hetze, doorspekt met leugens en verkapte oproepen tot geweld. De auteurs daarvan wacht wél nog een proces. Dat leidt hopelijk niet tot vrijspraak. Zij zijn de ware mededaders.

RACHIDA

Dat Paty niettemin een fout beging, daar is zacht uitgedrukt niet iedereen het mee eens. De vrije meningsuiting is bij uitstek het mijnenveld van de logique de guerre, met geloof en blasfemie als frontlinies. Ik ben atheïst tot in de kist, ik heb aan mijn collegetijd een milde hekel overgehouden aan alle geüniformeerde geestelijkheid; tegelijk voel ik me steeds minder verwant met de vrijzinnige houwdegens die mijn geestverwanten zouden moeten zijn.

Moeten Charlie-cartoons voortaan verplicht deel uitmaken van het middelbare lespakket? Indien wel, dan moet dat gelden voor álle cartoons, niet alleen die over Mohammed. Ik ben benieuwd hoeveel oudercomités die stap toejuichen. Met in het achterhoofd deze vaak vergeten waarheid: ook Charlie heeft ooit geweigerd om prenten af te drukken omdat ze te gortig waren, of te antisemitisch. Of domweg niet grappig genoeg. Eén van de kwalijke gevolgen van de cartoonmoorden van de afgelopen jaren is dat je – uit steun en strijdbaarheid – op den duur ook amateuristisch broddelwerk moet prijzen als was het een wereldschokkend belangrijke bijdrage.

Moet je, om een discussie te kúnnen hebben over persvrijheid, Mohammedcartoons tonen – ook schunnige? Bij studenten journalistiek lijkt me dat onontbeerlijk, bij scholieren van diverse gezindten juist niet, als je tenminste uit bent op constructieve klasdiscussies. Moet je aan kinderen ook eerst kinderporno tonen alvorens je er met hen over kunt praten? Of porno tout court? Ook al kijken de meesten er dagelijks naar op hun smartphone? In mijn Antwerpse wijk bevinden zich joodse scholen. Moeten die verplicht gaan kijken naar de antisemitische praalwagen in Aalst voor ze erover mogen meespreken?

Wat ook knaagt, is het gevoel van twee maten, twee gewichten. In het Franse onderwijs zou het bij een discussie over de hoofddoek op school niet eens mogelijk zijn dat een deelnemer er eentje draagt, al was het maar voor de duur ván die discussie. En we hoeven heus niet weer te verkassen naar het land van Voltaire. Een maand geleden weigerde de Vlaamse Onderwijsraad een tekst van Rachida Lamrabet. Nota bene voor een boek over ‘diversiteit, levensbeschouwing en radicalisering’, bedoeld als leidraad voor leraren. Volwassenen! Lamrabets tekst werd te eenzijdig en polariserend bevonden, omdat ze het hoofddoekverbod in het Gemeenschapsonderwijs op de korrel nam. Veel protest tegen die afwijzing heb ik niet gehoord, laat staan een actie ‘Je suis Rachida’. Misschien moet ze haar punt in cartoons leren te maken, om alsnog bijval te krijgen bij controverse.

OVERSTEKEN

Het is de bekeringsdwang die me tegen de borst stuit, juist van het vrijzinnige kamp. Kort na de fatwa tegen Salman Rushdie’s ‘De duivelsverzen’ spande een atheïstische activist een proces in tegen een lokale overheid. Hij mocht vanuit zijn geluidswagen het boek van Rushdie wel voorlezen, maar niet op de plek die hij had geëist: vlak voor een moskee. Ik ben, voor alle duidelijkheid, fan van Rushdie en ik vind het idee van zo’n geluidswagen verleidelijk. Maar mocht ik, God verhoede, burgemeester zijn, dan zou ik de beoogde locatie ook afwijzen.

Het staat burgers vrij om een petitie te starten die blasfemie weer strafbaar maakt. Ook veel christenen zullen staan trappelen om te tekenen. Per slot van rekening was zo’n verbod eeuwenlang onderdeel van onze typisch Europese traditie. Zoals het inmiddels ook een legitieme Europese traditie is om het te verwerpen. Maar ik ben daarom nog geen voorstander van het omgekeerde. Dat iedereen verplicht geconfronteerd moet worden met heiligschennis. Kunnen we niet iets bedenken dat lijkt op gelijk oversteken? Ik vind bijvoorbeeld die hoofddoek een onding. Maar als liberal heb ik geen keuze: ik verdedig niet het object, wel het recht om het te dragen, voor al wie dat zelf wil. Zou dat geen gezonde basis zijn voor een ruil waartoe het overgrote deel van onze moslims nu al bereid is? Kwetsende cartoons vallen voor een gelovige niet te pruimen. Je hoeft ze ook niet te verdedigen. Het recht om ze te maken en verspreiden wel.

Dat de moord op Paty voorts aanleiding vormt om eindelijk de Grijze Wolven aan te pakken, extremistische moskeeën te sluiten en haatpredikers uit te wijzen – wie kan daar iets tegen hebben? Behalve dat alweer het sluitstuk ontbreekt, uit lafheid en berekening. Een boycot tegen Saoedi-Arabië, van waaruit geld en mankracht blijven toestromen om radicalisering in Europa aan te zwengelen.

Voor Paty voel ik niets dan tristesse en waardering. De plechtigheid waarbij hij postuum het Légion d’Honneur kreeg, vond ik op het smakeloze af nationalistisch, met een nep-religieuze saus waarvan alleen de Franse staat het recept bezit. Ik vraag me af wat Paty zelf had verkozen: dit eerbewijs, of anoniem verder kunnen werken als de leraar die het lef had om zijn leerlingen te confronteren? En om te erkennen dat hij daarbij soms een fout maakte, die echter niemand zou mogen bekopen met het leven.

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234