Delphine LecompteBeeld Humo

columnDelphine Lecompte

‘Ik leg de voormalige vrachtwagenchauffeur het zwijgen op met mijn vagina’

Vandaag probeer ik nieuwe personages te introduceren in mijn gedichten: de naïeve pistoolschilder en de listige slangenbezweerder werp ik meteen overboord. De morbide leeuwentemmer en de macabere zeefdrukker daarentegen zijn voltreffers. De argeloze buikspreker en de slaapdronken sluiswachter zijn twijfelgevallen.

Ik schrijf in de beschimmelde huurwoning van de voormalige vrachtwagenchauffeur. Hij rookt onder de dampkap, hij zegt: ‘Ik heb gisteren zodanig veel rodekool, gepelde biefstuk en boudoirs gegeten dat ik ben vergeten ‘The Fly’ op te nemen. Sorry.’ Ik zeg grootmoedig: ‘Ik vergeef je. Help me even... Roekeloze hoefsmid? Corrupte degenslikker? Verdorven sponzenverkoper? Of bijgelovige mandenweefster?’ De voormalige vrachtwagenchauffeur zegt: ‘In de Koffiestraat in Jabbeke woonde een bijgelovige mandenweefster. Op een nacht heeft ze haar vier dochters en haar bastaardhondje Titus in de waterput gegooid. Titus was een teefje.’ ‘En toen?’ ‘En toen ben ik verhuisd naar Oostende, waar ik verliefd werd op een roodharige knopenverkoopster met een robuuste paardentranquillizerverslaving. Ze schonk me prinselijke kinderen en liep weg naar Slovenië om zich aan te sluiten bij een sekte. Maar ze vond geen sekte en hing zich op aan de eerste de beste zieke moerascipres.’

Had ik maar niets gevraagd! Ik leg de voormalige vrachtwagenchauffeur het zwijgen op met mijn vagina. Slinks misschien, maar het werkt wel. Hij penetreert me terwijl Ozzy Osbourne op de achtergrond naar de maan blaft en speels diabolisch lacht als een vodderige vampier in een mislukt kermisspookhuis in Veurne, Vilnius of Boekarest. Terwijl de voormalige vrachtwagenchauffeur zijn zaad verdeelt onder mijn Alechinsky-achtige vleesbomen en geniepige baarmoedertumoren denk ik aan de pretentieuze film die we gisteren wijselijk hebben stopgezet. (‘Interstellar’  - toen de oliedomme Anne Hathaway haar opwachting maakte als geniale astrofysicus) om de hartverscheurende parel ‘The Florida Project’ te bekijken. 

Willem Dafoe speelde een sullige vaderlijke veelgeplaagde klusjesman van een verloederd motel vol zotte woeste vloekende gehavende exhibitionistische rovende zichzelf verkopende de kop boven water houdende paria’s en zaligen. Zelden ben ik vertederd door kinderen in films (het was geleden van Léaud in ‘Les quatre cents coups’), maar Moonee deed me gieren. Tot het gieren me verging en ik alleen nog maar door het scherm wilde klimmen om het vroegrijpe weerbarstige kind in mijn armen te nemen en te overladen met pluchen zeekomkommers en affectie. Maar ik weet ook wel dat ik het niet veel beter zou doen dan haar moeder die er alleen voor stond en kwaad haar middelvinger opstak naar de helikopters op weg naar het valse kleffe pretpark in de buurt. Pretpark, het woord doet me kokhalzen. Enkel lobotomie en fietspomp zijn lelijker woorden. Ik sta op, verlaat de beschimmelde huurwoning van de voormalige vrachtwagenchauffeur, en hol naar het paleis van de oude kruisboogschutter.

De eenzame tiran zit in zijn glimmende rococozetel vijandig te staren naar nietsvermoedende kaasblokjes die lij- ken op Azteekse dobbelstenen. De oude kruisboogschutter zegt: ‘Je lippen zijn opgezwollen!’ Ik zeg: ‘Mijn mond- streek werd aangevallen door de doortrapte ara van een blasfemische horlogemaker.’ Ik ben tevreden over mijn leugen; ze klinkt volstrekt aannemelijk. De oude kruisboogschutter zegt: ‘Ik geloof je niet. Je hebt de voormalige vrachtwagenchauffeur gepijpt, geef het maar toe!’ Ik geef niets toe. Ik neem twee Azteekse dobbelstenen en gooi ze naar de porseleinen herdersjongen die naast de digicorder staat. De porseleinen herdersjongen tuimelt van de namaak Louis XV-commode en breekt in meer dan 666 scherven.

De oude kruisboogschutter zucht berustend, knielt, en raapt kwiek de scherven op. ‘Waarom heb je mij verlaten?’ vraagt hij amechtig, beverig, verontwaardigd. ‘Omdat je niet weet wie de bassist is van Lynyrd Skynyrd.’ Maar dat is niet echt de reden. De echte reden is dat de oude kruisboogschutter niet weet welke narcistische producer het vierde album van Slayer heeft verprutst. Ik verlaat het paleis en betreed mijn eigen vuile tochtige krakende huisje. Aan het vuil zou ik iets kunnen doen, maar de moed ontbreekt me. Somber kijk ik naar de chocoladen zeepaardjes in mijn kast. ‘Moet ik labiel en morsig en gemeen en scheef en leugenachtig en sletterig en paranoïde en verdoemd blijven?’ Vraag ik hen. Ik verwacht geen antwoord. Daarbij: het is een retorische vraag. Ik trotseer mijn schrijftafel en slacht dapper een mystieke chrysantenkweker af met een gemummificeerde honingdas.

Column Delphine Lecompte webBeeld HUMO
Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234