Delphine Lecompte Beeld Geert Van de Velde
Delphine LecompteBeeld Geert Van de Velde

columnDelphine Lecompte

‘Ik scheld om het schrijnende tekort aan tongactiviteiten in mijn vulva’

De voormalige vrachtwagenchauffeur klaagt dat ik een karikatuur van hem maak in mijn Humo-column. Het is waar, want dat hij me constant cunnilingus schenkt, is helaas fictie. Fellatio is nochtans nog steeds schering en inslag. Zijn vrienden lachen hem uit wanneer hij in de illegale herberg van de heilige Ria, die met grote overgave in een frituurmandenfabriek werkt, lenig onder de flipperkast kruipt om een verloren gewaande macaronipinguïn en een kapotte slazwierder vanonder het stof te halen. Ze spotten: ‘We lezen wekelijks hoe je in conditie blijft met die rare, schunnige, magere, ontregelende, aanstellerige dichteres die te vaak in het spotlicht staat en die zelden rijmt en die soms een T-shirt van Rory Gallagher draagt, maar niettemin een bad penny blijft. Hoe jij daar je pap mee kan koelen…’ De voormalige vrachtwagenchauffeur verdedigt mij niet. Hij haalt zijn schouders op en verwondt zijn clavicula aan een loshangende flipperkastveer. Hij haat loshangende flipperkastveren en hij vindt het jammer dat hij nooit een pinball wizard is geworden.

Nu is het valentijn en ik scheld de voormalige vrachtwagenchauffeur uit over het schrijnende tekort aan tongactiviteiten in mijn vulva, de activiteiten van zijn tong in het bijzonder. Hij zwijgt kwaad en leest verder in zijn beduimelde biografie van Dickey Betts, met als bladwijzer een prentje van een smaragdvaraan die als twee druppels water op de verrukkelijke, viriele, onweerstaanbare, schandelijk onderschatte Alec Baldwin lijkt. Een beetje later maken we ruzie over mijn weigering om naar ‘Asphalt Cowboys’ te kijken en spieringkoteletten met spinazie uit een bokaaltje te eten. Toen ik nog dronk, had ik eens drie zulke bokaaltjes rap na elkaar opgevreten (in een wanhopige poging om Korsakov aan de lijn te houden) en ging daarna wandelen met mijn twee bastaardhondjes. In de Hoedenmakersstraat kwam ik de kleine, bitter gescheiden Jan tegen, die saai en keurig is ondanks zijn kibboetsverleden, ondanks zijn vleermuistellende dochter in Papoea-Nieuw-Guinea met dyscalculie, ondanks zijn hanengevechtenorganiserende zoon in Honduras met psoriasis, ondanks de Harley Davidson en takels en zwepen en Sint-Blasiusbeelden en gemummificeerde zadelmakers in zijn garage, en ondanks de ruige ex-berentemmer Manolito, gekneveld in zijn kelder, maar die ook wanneer hij niet gekneveld is gehecht is aan de kelder en aan de kleine keurige Jan, die gans Brugge doorkruist op zoek naar de beenhouwer met de goedkoopste rendieroogbollen en kalkoengehaktballetjes om zijn fretten en spreeuwen en denkbeeldige minderjarige degenslikkers in de watten te leggen, en ik begon te kotsen. Eerst op mijn eigen schoentoppen, maar daarna helaas ook op de schoentoppen en op de polsen van Jan. Ik herinner me dat het woord ‘mimosa’ op één van zijn polsen stond. Mijn moeder probeerde me toen ik 8 was eens wijs te maken dat ‘mimosa’ groepsverkrachting betekende in het Bulgaars. We stonden in Le Musée d’Orsay te genieten van het circus van Seurat en ik vroeg me af waarom ze me net hier een dergelijk verzinsel op de mouw trachtte te spelden, mijn plezier trachtte te vergallen. Kon ze niet wachten tot we bij de hatelijke waterlelies van Monet stonden?!

Gisteren was een prachtige dag: het was de dertiende en ik was in Deurne om voor een podcast de rauwe, morsige, geestige, deerniswekkende, droevige, ontroerende, vunzige, grimmige, grillige, zotte, muzikale teksten van Jean-Marie Berckmans in te lezen. Hij beheerste het perfecte evenwicht tussen kakken en poëzie, tussen onderbroeken en poesta’s, tussen incontinentie en escapisme, tussen het schijthuis en de ontroering, tussen kakelen en orakelen, tussen schuldbemiddeling en duiveluitdrijving, tussen rock-’n-roll en OCMW. Grootse literatuur, en ik kreeg een snik in de keel. Vooral toen hij sprak over zijn moeder die zoals bijna alle moeders overal ter wereld bezorgd was over zijn magerte en zijn drankmisbruik, en over zijn vieze, platte, botte, hardvochtige vader die het misprijzen voor zijn zoon nooit onder stoelen of banken of flipperkasten heeft gestoken. ‘Maar mijn ma heeft mijn was gedaan toen ik op het punt stond van stank en smeerlapperij te vergaan. Mijn pa heeft zich lazarus gezopen toen ik van ellende en miserie niet meer wist waar nog gekropen.’ Ja, dat was een mooie dag. Ik kreeg zelfs tomatensoep en Madeleinekoekjes. Nee, Proust heb ik nog steeds niet gelezen. More fool me!

De voormalige vrachtwagenchauffeur verliest zijn kwaadheid, hij legt de beduimelde biografie van Dickey Betts terzijde. We luisteren naar ‘Jessica’, het beste, bloedstollendste, meest melancholische, instrumentale liedje ter wereld, en we bedrijven de liefde omdat valentijn genadig genoeg voorbij is. De erectie van de voormalige vrachtwagenchauffeur lijkt op een onstuimige, springerige, juveniele naaktzoolrenmuis, en dat is een gigantisch compliment.

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234