null Beeld Humo
Beeld Humo

ColumnHerman Brusselmans

‘Ik slikte per ongeluk zestien erectiepillen in plaats van eentje. Drie weken wou mijn stijve niet wijken’

Herman Brusselmans

Herman Brusselmans gaat iedere week op zoek naar het verhaal achter een opvallende kop in de krant of op een nieuwssite.

‘We zouden het niet meer doen, en toch: 1 op 7 werkt door bij ziekte’

Dat één op de zeven bij ziekte doorwerkt, klopt natuurlijk niet altijd. Een belangrijke factor is om welke ziekte het gaat. Dat je doorwerkt met een verkoudheid, een zere knie of schimmel in je oksels, dat is begrijpelijk en laat je in de statistieken belanden betreffende zij die ziek zijn en doorwerken. Maar als je aan terminale botkanker, plotse integrale blindheid of onomkeerbare spieratrofie lijdt, dan is de kans groot dat je redeneert: ik zal me haasten om die ene op de zeven te zijn die doorwerkt.

Een ander aspect dat die cijfers discutabel maakt, is dat men de zelfstandigen niet meetelt. Het gaat louter over werknemers, dus pipo’s die op kantoor, in de fabriek, in een winkel, in een horecatent of op een ministerie werken, die een vast loon hebben met alle voordelen van dien en die, als ze zich niet lekker voelen, om een briefje van de dokter hollen en thuisblijven. Vandaar dat zes op de zeven zieken níét doorwerken als ze onwel zijn, een zeer hoog percentage.

Als je de zelfstandigen erbij haalt, is het heel andere koek. De bakker, de slager, de loodgieter, de landbouwer, de kattenmepper of de bloemenkweker, zij mogen zo ziek zijn als een hond: doorwerken is wat ze doen, en dan gaat het over minstens vijf op de zeven. Er is zelfs een beroepsgroep waar de cijfers nog hoger liggen: álle schrijvers werken door bij ziekte. De voorbeelden zijn zo uit de bomen te plukken. Ik herinner me dat Jeroen Olyslaegers aan hoofdstuk 5 zat van z’n fenomenale roman ‘Wildevrouw’, toen hij ineens jeuk kreeg aan z’n anus. Jeroen redeneerde: ‘Nou, ik zal daarstraks als naar gewoonte m’n reet niet goed afgeveegd hebben’, maar verdomd nog aan toe, de jeuk wilde niet wijken. Sterker nog, die smeerlap breidde zich uit tot aan de balzak en het perineum van Jeroen. Toch begon hij aan hoofdstuk 5, terwijl hij het rammen op z’n klavier bijkans continu moest onderbreken. Hij krabde aan z’n gat en aan z’n testikels, hij krabde tot bloedens toe. Op den duur moest hij wel naar de dokter gaan. Die zei: ‘Je hebt de ziekte van De La Forterie, die erin bestaat dat je beestjes in je anale en je schaamstreek hebt zitten.’ ‘Waar komen die vandaan, docteur?’ vroeg Jeroen logischerwijs. ‘Uit je baard,’ zei de dokter, ‘die je derhalve maar beter kunt afscheren.’ Jeroen z’n kenschetsende baard afscheren? De baard die hem samen met z’n moeilijk te definiëren haartooi aan z’n imago had geholpen? De baard die hem tot één van de herkenbaarste Antwerpse auteurs maakte? Jeroen viel nog liever dood dan die te verwijderen. En zodoende schreef hij de resterende hoofdstukken van ‘Wildevrouw’ terwijl honderden beestjes zich van z’n baard naar z’n onderste helft bewogen.

En dan is er Lize Spit. Die was volop bezig aan haar derde roman, getiteld ‘Ik zie er niet uit’, een keiharde autobiografie waarin ze de naakte waarheden over haarzelve niet schuwt, maar ze was er pas aan begonnen toen ze begon te bibberen en te beven, vooral haar handen. Ze kreeg geen letter meer in de juiste volgorde op papier. Ook zij schreef verder, tot ze niet anders kon dan naar de dokter gaan. Die zei: ‘Mejuffer Spit, u hebt de ziekte van Von Sachermacher, een psychosomatische aandoening waarmee je lichaam je wil opdringen dat je moet ophouden met schrijven.’ Dan ken je Lize nog niet. Ze negeerde die Von Sachermacher volkomen en schreef verder, hoewel haar handen zodanig trilden dat een zin als ‘Het regende heel hard’ uit haar computer kwam als ‘Olr pzzquuf vbob rack’. Lizes redacteur zal dus veel werk hebben om het boek persklaar te maken, maar ik bedoel: ook zij, een nooit versagende auteur, houdt niet op met werken als ze ziek is.

Net zoals ik. Ik heb al zes dagen last van priapisme, maar niettemin schrijf ik door aan m’n volgende roman, ‘De salade des duivels’. Dat priapisme kreeg ik door per ongeluk zestien erectiepillen te slikken in plaats van eentje. Uiteraard krijg je daar een stijve van die minstens drie weken niet wil wijken, zelfs al heb je viermaal daags seks met je vriendin, wat haar overigens de keel begint uit te hangen. Hoe dan ook, priapisme of niet, een toeter als een stalen balk of niet, een betonnen zwans of niet: ik schrijf gulzig door aan m’n roman, ofschoon je priapisme wel degelijk een ziekte kunt noemen. Samenvattend kan ik zeggen dat slechts één op de zeven van de in de watten gelegde sukkels doorgaat met werken in zieke toestand, en dat het er in het auteursmilieu zeven op de zeven zijn. De literatuur geeft een mens kracht, doorzettingsvermogen en zin om nooit op te houden.

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234