brusselmans column web Beeld Humo
brusselmans column webBeeld Humo

ColumnHerman Brusselmans

‘Ik verhuis binnenkort naar een buurt waar veel wordt ingebroken, op een keer zelfs door iemand met een hazenlip’

Herman Brusselmans

Herman Brusselmans gaat iedere week op zoek naar het verhaal achter een opvallende kop in de krant of op een nieuwssite.

In Sint-Martens-Latem is in één nacht vier keer ingebroken: de eerste keer in een villa, de tweede keer in een landhuis, de derde keer in een bungalow en de vierde keer in een kasteel. De bewoners waren niet thuis. Die hadden wat beters te doen dan in hun nest te liggen. Die zullen allicht bij de hoeren gezeten hebben, terwijl hun vrouwen in groep de hort op waren om jonge mannen te versieren, lesbische strapatsen uit te voeren of samen met hun kinderen op het nachtelijke strand in Knokke uit te waaien, na een lange vermoeiende dag van cava zuipen, roddelen over ongeveer iedereen, en de poetsvrouw uitschijten omdat ze voor haar 12 euro per uur niet standvastig genoeg haar arbeid uitvoerde. Doch niet alleen in Sint-Martens-Latem wordt er ingebroken. Overal te lande is inbraak een ware pest aan het worden. Bij mijn overburen zijn vorige week eveneens inbrekers aan het werk geweest, bij het volle daglicht nog wel. M’n buurman was aan het werk in de Volvo-fabriek, waar hij moet uittesten of de knipperlichten van de auto’s wel aan- en uitgaan. Z’n vrouw was naar haar werk als psychisch consulente bij de Boerenbond, waarbij ze vooral boerinnen met geestelijke problemen moet opvangen. Het belangrijkste geestelijke probleem van boerinnen is dat ze van hun man, de boer, geen feministische neigingen mogen hebben. Als de boerin een column van Heleen Debruyne leest, krijgt ze van de boer al een paar klappen tegen haar kanis. Hoe dan ook, de buren waren uithuizig, alsmede hun kinderen, die naar het speelplein waren om samen met andere snotneuzen aan elkaars pietje en foefje te snuffelen, en de inbrekers zagen hun kans schoon. Met een passe-partout openden ze de deur en ze drongen naar binnen. Daar begonnen ze aan hun rooftocht. Naderhand ontdekten de buren dat de onverlaten aan de haal waren gegaan met de twee tv-toestellen, de magnetron, een bronzen beeld voorstellende Olivia Newton-John, een gouden horloge, de urne van nonkel Julien, zes paar Adidas-sportschoenen, de kattenbak, de kat en een ingekaderde foto van Max Colombie, op wie de buurvrouw verliefd is. Haar man weet dat. Plus, hij is ook verliefd op Max Colombie, zij het vooral op de vrouwelijke kant van Max. Maar goed, je zult het maar meemaken dat je kot geplunderd wordt. Ik ben er soms zelf ook bang voor dat het zal gebeuren. Ik woon in een klein doch gezellig loftje, en inbreken is niet simpel. Er is een poort van het hele gebouw, voor de trap is er nog een poort, en op de eerste verdieping heeft het loftje zelf een dikke, pivoterende deur met drie sloten. Wie dat allemaal kan passeren zonder sporen na te laten of betrapt te worden, die moet van ver komen. De kwestie is echter dat ik binnenkort verhuis naar een groot herenhuis in de buurt van de Dampoort, overigens sowieso al een buurt waar veel wordt ingebroken, vaak door junks, daklozen, crapuul, klootzakken, zwakzinnigen, gestoorden, Hollanders, analfabeten en op een keer zelfs iemand met een hazenlip, waarbij we niet alle mensen met een hazenlip over dezelfde kam moeten scheren. De meesten van hen hebben nog nóóit ingebroken, daar bestaan statistieken van. Zou men binnenkort bij mij willen inbreken, in m’n nieuwe huis? Daar zal ik op voorhand een stokje voor steken. Alle deuren zullen drievoudig gebarricadeerd worden, de buitenmuur van de tuin krijgt bovenaan stukken glas, er komt een uitmuntend alarmsysteem van Verisure, en tevens mag je onze hond Aquí niet onderschatten. Veronderstel dat iemand ondanks alles binnendringt bij nacht, en ik, m’n vriendin Lena en Aquí worden wakker, en we dalen geruisloos de trap af, en daar zien we een smeerlap bezig met m’n computer te ontkoppelen, dan zal ik tegen Aquí zeggen: ‘Val aan!’ Dan vliegt hij naar de inbreker, springt hij minstens een meter zeventig hoog, grijpt hij de klojo bij de keel en laat hij niet meer los tot er doodsgereutel weerklinkt, en pas dan zal ik tegen Aquí roepen: ‘Los!’ Je denkt toch zeker niet dat ik voor de stervende rotzak een ambulance zal bellen? Welnee, ik sleep z’n lijf tot op straat, sleep het nog verder tot in een andere straat, en nog een andere straat, en nog een andere, en op de Kasteellaan laat ik het liggen. Hopelijk rijdt er kort daarna een Scania Vabis over. Ik wil maar zeggen dat ik niet dol ben op dieven. Blijf met jullie poten van andermans eigendommen af, en, in mijn geval, niet in de laatste plaats van de urne van m’n nonkel Willy, de arme man, die niet toevallig ooit door een inbreker vermoord werd middels een enorme klop op z’n kop met z’n eigen kruisbeeld. We moeten met z’n allen de strijd tegen insluipers verder voeren, tot ze compleet uitgeroeid zijn, zonder enig medelijden van onze kant.

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234