brusselmans column web Beeld Humo
brusselmans column webBeeld Humo

ColumnHerman Brusselmans

‘Ik was zodanig aan de drank dat ik alles dubbel zag. Toen besloot ik te stoppen met autorijden’

Herman Brusselmans gaat iedere week op zoek naar het verhaal achter een opvallende kop in de krant of op een nieuwssite.

kop  Brusselmans 30 Beeld De Morgen
kop Brusselmans 30Beeld De Morgen

In 1975 haalde ik op achttienjarige leeftijd m’n rijbewijs. Dat was indertijd niet zo moeilijk: je legde een theoretisch examen af, betaalde 120 frank, reed een paar weken rond met een L op de achterruit, en dat was het. Het examen stelde niet veel voor, je moest een paar meerkeuzevragen beantwoorden in de trant van: ‘Als een man in een rolstoel van links komt, wat moet je dan doen?’ met als mogelijke antwoorden: a) hem negeren, b) hem laten passeren langs rechts, c) vriendelijk naar hem wuiven. In die jaren stond het antiseksisme nog nergens, en was het altijd een man in zo’n rolstoel, nooit eens een vrouw. Of een non-binaire homoseksueel, hoewel zo’n persoon ook wel ’ns in een rolstoel zit, bijvoorbeeld als hij/zij in het Citadelpark in elkaar is geslagen door een paar homohaters, die meestal eigenlijk zelf verkapte jeanollen zijn. Maar goed, het correcte antwoord was b). Dat had ik juist, net zoals de meeste andere antwoorden, en ik mocht met de auto gaan rijden. Ik had drie auto’s tot m’n beschikking: de Fargo waarin m’n vader, de veehandelaar, z’n dieren vervoerde; de personenauto van m’n vader, een Simca Chrysler 1600; en de Fiat 650 van m’n broer. De eerste rit besloot ik met de Fargo te doen, het is immers stoer om achter het stuur van zo’n enorm bakbeest te zitten, en als meisjes mij met zo’n grote vrachtwagen zouden zien rijden, zouden ze allemaal geil worden. Het probleem was dat ik na vierhonderd meter, in de bocht aan de Sint-Reinhildekerk, rechtdoor reed, ternauwernood een vrouw in een rolstoel kon ontwijken, en een homoseksueel van het zebrapad maaide. Daar kwam nog een heleboel gedoe van, met politie, verzekeringspapieren, en een ambulance die het slachtoffer, Zotte Miel, die gelukkig slechts drie nekwervels had gebroken, naar het ziekenhuis diende te brengen.

Een paar dagen later heb ik Miel bezocht in de Heilig-Hartkliniek, waar hij me nog probeerde te versieren ook, onder meer door te zeggen: ‘Jij hebt zeker wel een leuk slurfje in je onderbroek zitten, lekkere brok?’ Ik was daardoor zo gechoqueerd dat ik nooit meer een verkeersslachtoffer in het ziekenhuis heb bezocht. Vervolgens reed ik vooral met de Fiat 650 van m’n broer, een leuk autootje, waarmee ik vele kilometers door berg en dal heb afgelegd. Later had ik met m’n eerste vrouw een Ford Escort, en met m’n tweede vrouw een BMW 320d, waarmee ik eveneens door berg en dal reed. Doch in 1993 besloot ik te stoppen met autorijden. ‘Waarom?’ zullen velen van m’n fans zich afvragen. Wel, er waren twee redenen. Ten eerste was ik inmiddels zodanig aan de drank dat ik zo goed als continu alles dubbel zag, en op die manier kun je je maar beter niet in het verkeer mengen. Ten tweede was ik ten prooi gevallen aan verschrikkelijke angstaanvallen, en ook in die toestand is het afgeraden om met de auto te rijden, want je zit zodanig te beven en te sidderen dat het niet anders kan of daar komen accidenten van. Op den duur ben ik totaal gestopt met drinken, en ook de angst verminderde in grote mate, maar ik had het motorrijden ontdekt en reed liever met m’n Honda Shadow dan met om het even welke auto. We zijn vele jaren verder, en thans rijd ik bijna dagelijks met één van m’n drie Triumph-motoren, vaak met m’n vriendin achterop, maar ja, in deze tijden regent het veel, en in een stortvloed met de motor rijden is gevaarlijk en niet prettig. Daarom denk ik eraan om weer ’ns een auto aan te schaffen. M’n vriendin is niet gek op de moderne auto’s, en zou graag een oldtimer in onze garage zien staan. Een Volvo 1800, een Ford Consul, een Opel Kapitän, dat soort van schitterende creaties uit een ver verleden. Ja, ik zie het zelf ook wel zitten om met een dergelijke ouwe brik rond te sjezen. En ik zal er, als het zover is, gerust 1.000 euro voor over hebben om een gepersonaliseerde nummerplaat te scoren. De vraag is natuurlijk: wat moet die nummerplaat uitdrukken? Moet ze iets zeggen over m’n karakter, en zou de plaat aldus kunnen luiden: ‘KLOOTZAK’? Of moet ze eerder refereren aan m’n liefde voor m’n partner en ‘LOVELENA’ verkondigen? Of moet ik de titel van één van m’n romans gebruiken: ‘QUALASTOFONT’? Of zal ik er een geintje van maken: ‘FUCKDELESBO’S’? We zullen zien. Ik kijk er alleszins naar uit om in m’n auto uit 1975 met m’n opvallende nummerplaat te sjezen door berg en dal.

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234