null Beeld Humo
Beeld Humo

ColumnHerman Brusselmans

‘Ik wens iedere dierenbeul een langzame doch uiterst pijnlijke dood toe’

Herman Brusselmans gaat iedere week op zoek naar het verhaal achter een opvallende kop in de krant of op een nieuwssite.

Sinds het uitbreken van de coronacrisis is het aantal dieren dat eenzame mensen in huis nemen verzevenvoudigd. Een dier zorgt voor gezelschap, en ook voor bezigheden die de verveling verdrijven: stront opruimen, pisvlekken uit het tapijt wassen, ‘Stop met blaffen, smeerlap!’ roepen en veel te dure voeding kopen, die gemaakt is van varkensogen, vogelpoten en gruis.

De meeste eenzame mensen nemen een hond of een kat als nieuwe vriend. Ze halen die bij een kweker, uit een asiel of van de poezenboot. Zelf haalde ik, lang vóór corona, als eenzame, door zijn vrouw verlaten man, ook eens een kat in m’n kleine doch gezellige loftje. Ik gaf de kitten de naam Seinfeld, naar het hoofdpersonage van één van m’n favoriete tv-series. Ik heb het een maand uitgehouden met Seinfeld, en daarna bracht ik hem terug naar de poezenboot. Het kleine, gitzwarte, leuke katje ontpopte zich als een ware gangster. Hij beet en krabde alles kapot – kussens, kleren, schoenen, boeken, lakens en dekens. Hij weigerde zijn behoefte te doen in de kattenbak en verkoos er naast te kakken en te pissen. Hij wilde per se continu naar buiten terwijl ik geen tuin heb, en op de koop toe viel hij mij constant aan, via mijn benen en mijn lijf opklimmend naar mijn kop, waarna hij mijn neus openkrabde, in mijn kin beet en aan mijn haar trok. Ik besloot derhalve: nee, een kat is niks voor mij, en op den duur zou je nog begrip opbrengen voor pipo’s die hun kat in een zak steken, samen met een zware baksteen, en het hele zootje in de Leie pleuren.

Ik ben hoe dan ook meer een hondenpersoon. In mijn jeugd hadden we altijd honden rondlopen op het erf. Die vochten met elkaar, joegen de koeien de schrik van hun leven aan, luisterden voor geen meter, en als er bezoek kwam, leken ze telkens op het punt te staan om een stuk vlees uit de kuiten te rukken. Mijn vader, zo al een nerveuze persoon, was vele keren van plan om zich een geweer aan te schaffen en de honden een kogel door de hersens te jagen. Dat hij het niet deed, kwam door mijn moeder, dat goeie mens, die zei: ‘Maar Gust, de hondjes kunnen ook heel lief zijn.’ Daarbij wilde ze één van hen aaien, en ze moest meteen haar hand terugtrekken of ze zou een paar vingers kwijtgeraakt zijn.

In mijn eerste huwelijk heb ik geen enkel huisdier gehad, al opperde mijn vrouw Gerda weleens: ‘Een hangbuikzwijntje, zou dat niet tof zijn?’ ‘Nee,’ zei ik, ‘die brengen via hun bacteriën en virussen nare ziektes naar binnen, zoals leveraantasting, nierinsufficiëntie en luchtpijpstoornissen.’ Nadat Gerda bij mij was weggegaan en een nieuwe partner had gevonden, namen ze een hangbuikzwijntje, en die partner heeft kort daarna drie weken in het ziekenhuis gelegen met zodanige luchtpijpstoornissen dat hij bij het in- en uitademen loeide als een koe. Met mijn tweede vrouw Tania heb ik twee hondjes gehad. Het eerste was de fantastische Woody, een maltezertje dat werkelijk het ideale diertje was. Dat ik een hond zo graag kon zien, dat had ik me tevoren nooit kunnen voorstellen. Maar Woody was helaas ziekelijk, en de vele pillen die zij diende te slikken, zorgden voor hartproblemen, die in 2004 tot haar dood leidden. Tania en ik waren kapot van verdriet, en besloten dat Woody niet te vervangen was. Toch namen we in 2006 een andere hond, Eddie, een flukse apso. Eddie was me er eentje. Zijn wil was wet, en als je hem een bevel gaf (‘In je mand en snel wat!’), dan bekeek hij je met een blik die uitdrukte: ‘Kruip zelf in die mand, lul.’ Veel gelachen met hem, en veel keutels opgeruimd, en veel mijn hand weggetrokken of ik zou een paar vingers kwijtgeraakt zijn. Tania verliet me en ging op Ibiza wonen, samen met Eddie. Daar is hij een paar maanden geleden overleden, als een bijna 16-jarig oud baasje, na een gelukkig leven.

Wie ook een gelukkig leven heeft, is Aquì, het Spaanse straathondje dat m’n vriendin Lena en ik in 2019 geadopteerd hebben. Je zou hem thans moeten zien liggen slapen op de bank, na urenlang te hebben rondgerend in een park hier in de buurt van Gent. Af en toe opent hij één oog, om zowel Lena als mij liefdevol aan te kijken. We zijn dol op hem, al beet hij niet lang geleden een gat in de jas van een passerende vrouw. Ach, wie ze ook zijn, wat hun karakter ook is, en hoe ze ook in het leven staan, dieren zijn fantastisch en ik wens iedere dierenbeul een langzame doch uiterst pijnlijke dood toe.

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234