ColumnTom Lanoye

‘Ik wens onszelf toe dat we binnenkort een graf van de onbekende Congolees durven op te richten’

Volgens veel conservatieven betekent het neerhalen van straatmonumenten 'een ontkenning van de geschiedenis'. Alleen al daarom mag er volgens hen - van Brussel over Londen tot Washington - niet worden gemorreld aan marmeren monarchen, koperen kapers en despoten van lood. In 2003 hoorde je diezelfde kwezels nochtans niet mopperen toen een kolossaal standbeeld van Saddam Hoessein werd omvergetrokken in het hart van Bagdad. Ze juichten die propagandastunt toe. Juist omdát door die beschadiging geschiedenis werd geschreven.

Sta me toe dat ik de toenmalige tijdgeest afstof. Amerika, Engeland, Polen en Australië - die zichzelf even bombastisch als cynisch hadden gekroond tot The Coalition of the Willing - waren Irak binnengevallen op basis van geopolitiek gekonkel en groteske leugens aangaande 'massavernietigingswapens' waarvan iedereen wist dat ze niet bestonden. Dat maakte van dictator Saddam nog geen heilig boontje, tenzij je marteling, massamoord en gifgasaanvallen beschouwt als gangbare beleidsinstrumenten.

Zijn bronzen uitvergroting was, de malaise en armoe bij zijn onderdanen ten spijt, een bij wet afgedwongen peperduur verjaardagsgeschenk aan zichzelf. Het neerhalen ervan oogstte internationaal des te meer leedvermaak. Lokaal ging het gepaard met een volksfeest. Een menigte Irakezen zong, huilde en sloeg met pantoffels op de kop van het neergehaalde monstrum. Het tafereel herinnerde aan een volbloed Europees gebruik uit de oude doos: de executio in effigie. Na een veroordeling bij verstek werd de straf alsnog uitgevoerd, in aanwezigheid van een uitzinnig publiek. Zij het op een afbeelding van de dader. Stropop, houten pop, lappenpop, schilderij... Als het maar kapot kon of kon branden.

Een nauwelijks verhuld voodooritueel! Tot diep in onze kleinburgerlijke 19de eeuw! Ach, dat geliefde Europa van ons, het blijft een vat vol adders en verrassingen. Dat komt onder meer omdat we bitter weinig echte kennis hebben overgehouden aan het boetseren van al die standbeelden voor onze machthebbers en militairen. De idolatrie die schuilgaat in zulke sculpturen, werkt te verhullend en bedwelmend. Dat is ook ronduit hun bedoeling. Overjaarse diva's vermommen zich met schmink, hooggeplaatste misdadigers retoucheren zich met brons.

Had het standbeeld van Saddam toen moeten blijven staan, zoals nu van ieder Leopold II-gedrocht beweerd wordt? Waarom dan wel? Om die arme Irakezen elke dag weer te herinneren aan wreedheden van weleer? Je kunt zoiets ook sadisme noemen in plaats van historiografie. Sinds de uitvinding van film en tv leven we goddank in een beeldcultuur die ruimer is dan die van speksteen en beton. Het clipje van Saddams beeltenis die, in slow motion en met gestrekte arm, voorover van zijn voetstuk stuikt - dát is het beste monument gebleken om hem te herdenken. Je hoeft er niet eens voor naar Bagdad te reizen. Surfen naar YouTube volstaat.

GALLISCHE KLONEN

In Duitsland tref je vandaag de dag geen enkel gedenkteken aan voor Adolf Hitler. Toch heb ik een donkerbruin vermoeden dat de meeste Duitsers een vrij accuraat beeld bezitten van de man. Zijn afwezigheid duidt juist op een grondig besef van wat hij vertegenwoordigt. Een erfenis die niemand op zich wil nemen, laat staan vereren met een hoofdknik tijdens een zomers familie-uitje in het stadspark.

Kunnen standbeelden ons dan helemaal niets bijbrengen? Ze leren ons in de eerste plaats iets over de rol die ze zelf vervullen in de herinneringsindustrie - een bordeel waar toerisme, patriottisme en geldgewin elkaar al eeuwenlang beslapen. Overspel en partnerruil zijn er de gewoonste zaak ter wereld. Als voorbeeld schuif ik met plezier één van mijn favoriete standbeelden naar voren. Ambiorix op de markt van Tongeren. Kitsch, bloot bovenlijf en anachronismen troef.

Hij was koning van de Eburonen en werd na een opstand verslagen door Julius Caesar, die met vals ontzag over hem schreef in 'Commentarii de bello Gallico'. Dat geschiedde in het jaar 54 vóór Christus. In het huidige Tongeren staat Ambiorix ongegeneerd met zijn strijdbijl te pronken op een hunebed dat hem tot sokkel dient. Geen geringe prestatie, gezien hunebedden alleen voorkwamen in het neolithicum, dat - een jaartje meer, een jaartje minder - liep van 4.000 tot 3.000 vóór Christus. Ambiorix was een Galliër, maar zijn Tongerse outfit is van helm tot sandaal volbloed Keltisch. Of omgekeerd, ik wil ervan af zijn. Zijn snor zou hoe dan ook niet misstaan bij de discoformatie Village People, als je de indiaan zou kruisen met de bouwvakker. Ook zijn sixpack doet vermoeden dat de Chippendales niet van gisteren, maar van een paar millennia geleden zijn. En het beste moet nog komen.

Het beeld van Ambiorix geldt tegenwoordig als een embleem van de Vlaamse ontvoogdingsstrijd, tegen de Latijnse onderdrukker. Nochtans werd het in 1866 grotendeels bekostigd door de Belgische natie, teneinde haar dappere onafhankelijkheid in de verf te zetten tegen grote buur Frankrijk. U mag drie keer raden wie bij de feestelijke onthulling in Tongeren aanwezig was. Geldschieter Leopold II. Voor de verandering aan de zijde van zijn vrouw koningin Marie Henriëtte en niet aan die van zijn piepjonge maîtresse. De in Boekarest geboren prostituee genaamd Blanche Delacroix was een Sneeuwwitje die de prijs van haar kruis goed kende. In ruil voor juwelen, een villa in Oostende, een kasteel in Noord-Frankrijk, een residentie aan de Côte d'Azur en de titel van barones de Vaughan schonk ze onze wereldberoemde vorst twee bastaardzonen. U ziet: ik ben dól op geschiedenis.

De goedbetaalde sculpteur van Ambiorix heette Jules Bertin. Hij presteerde het om, buiten ieders medeweten, het beeld van Ambiorix een tweede keer te gieten en te slijten. Aan het Franse Saint-Denis, waar men dringend een gedenkteken zocht voor Vercingetorix. Nog zo'n Gallische vorst die door Julius Caesar werd verslagen en bezongen... Gallische koningen? Seen one, seen them all! In dit geval letterlijk.

Het had anno nu een bijkomende attractie kunnen betekenen, met duo-Bongobonnen voor bezoekjes aan Tongeren én Saint-Denis. Ware het niet dat WO II ook hier roet in het eten gooide. Bij een bombardement werd de kloon van Ambiorix vernield. Niemand in Saint-Denis nam de moeite om hem na de bevrijding opnieuw te laten gieten. Men had wel wat anders aan het hoofd.

CREATIEF MET LATEX

Leidt het verwijderen van memorabilia tot collectief geheugenverlies? In mijn thuisbasis werd anderhalf jaar geleden en zonder noemenswaardige discussie de naam van het grootste havendok gewijzigd. Het collectieve geheugenverlies betrof eerder de periode vóór die beslissing. De geruchten over naamgever en oorlogsburgemeester Leo Delwaide waren legio, maar pas na een wetenschappelijke studie wilde iedereen ook echt geloven dat hij rechtstreeks betrokken was bij razzia's op joodse medeburgers, van wie vele duizenden nooit zouden terugkeren.

Je zou denken: als Delwaide al van zijn pedestal mag vallen, dan zal Leopold II niet achterblijven. Toch heb ik de afgelopen weken niemand horen verwijzen naar het schrappen van Delwaides naam bij de discussies over de Beul van Congo. Hij is verantwoordelijk voor de dood van miljoenen. Moeten we zijn vele standbeelden dan niet eindelijk eens verkassen naar een museum, met tekst en uitleg erbij? Als eerste stap in de verwerking van ons zoveelste onverwerkte verleden?

Ik pleit voor nog meer creativiteit. Breng een aantal van die ondingen ook naar een graffitigedoogsteeg, waar iedereen ze dag en nacht mag komen bekladden. IJverige gemeentebesturen stellen gratis verf en spuitbussen ter beschikking en de fraaist besmeurde exemplaren worden verkocht op de internationale kunstmarkt. Desnoods liegen we dat ook Banksy en Matthias Schoenaerts hebben deelgenomen. Bedrog plegen om meer winst te maken? Als dat geen toepasselijk eerbewijs is!

Wat ook kan is een geheel nieuw standbeeld. In een ongebruikelijk maar opnieuw toepasselijk materiaal. Caoutchouc of een ander rubberderivaat. Iedereen die zich geroepen voelt kan erop tekeergaan zonder zich te bezeren. De koning als stress-kussentje... Het kan al heel wat opgekropte woede uit de wereld helpen.

ZAGEMEEL

Het blijven lapmiddelen, vol wrange humor en bij gebrek aan beter. Een samenleving wordt minder bepaald door de standbeelden die ze bezit dan door de standbeelden die ze moedwillig nooit heeft opgericht.

Op de dag dat deze column verschijnt, vieren de Congolezen hun zestigjarige onafhankelijkheid. Jazeker, er bestaat inmiddels een reizend standbeeld - een burgerinitiatief - voor Patrice Lumumba, de eerste verkozen Congolese president, vermoord met medewerking van de CIA en de Belgische overheid. Het is niet gemaakt van rubber, maar, nog toepasselijker, van zagemeel. Om aan te klagen dat Lumumba's nagedachtenis in België van overheidswege nog steeds geen vaste plek en duurzamer materiaal wordt gegund.

De naam van een havendok in Antwerpen had niet misstaan. Maar ook dat is als gebaar te klein en te veel gefocust op één persoon. Wij Belgen hebben als openingszet geen andere keuze, naar analogie met het graf van de onbekende soldaat, waarmee we de miljoenen anonieme slachtoffers eren van al onze grote Europese oorlogen. Ik wens onszelf toe dat we binnenkort een graf van de onbekende Congolees durven op te richten. En dat we ons niet laten tegenhouden door het risico van zulke onderneming. Te weten: dat zo'n gedenkteken in het huidige klimaat nog altijd meer besmeurd dreigt te raken dan alle standbeelden van Leopold II samen. En niet alleen door duiven.

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234