Delphine Lecompte Beeld Humo
Delphine LecompteBeeld Humo

columndelphine lecompte

‘In het spookhuis van de Meli heb ik mijn eerste pijpbeurt gegeven’

Delphine Lecompte

Ik sta op om drie uur ’s nachts, klap mijn lelijke donkergrijze laptop open en ga op zoek naar de beste waargebeurde horrorverhalen over verstikkingsaccidenten: een doperwt, een nagelschaartje, een inktvisring, een vitaminepil, een kikkermascotte in een ontbijtgranendoos, een tacoschelp, een hondenfluitje, een kluwen zeewier en een mismaakte radijs springen in het oog. Opvallend veel verstikkingsaccidenten gebeuren in zwembadkantines in Pasadena en in brandweerkazernes in Smolensk. In Smolensk was ik eens uitgenodigd om mijn gedichten voor te dragen tijdens een deerniswekkend literair evenement. Het was vreselijk, iedereen dacht dat ik de imbeciele doofstomme door incestueus geweld getraumatiseerde cateraar was die de fazantenborsten en abrikozentaarten en wodkabidons zou meebrengen. Toen ik even later zonder enige branie het podium op klauterde en mijn onaangename gewelddadige gedichten over necrofiele tegelleggers en verdorven sponzenverkopers begon te declameren, werd ik bekogeld met wasbeerfeces, koffiebonen en molotovcocktails. Een haikuschrijver uit Cardiff kreeg medelijden met mij en nam me mee naar zijn hotelkamer, waar we helaas geen seks hadden omdat hij vond dat ik er te veel uitzag als een imbeciele doofstomme door incestueus geweld getraumatiseerde cateraar maar waar we wel elkaars genitaliën insmeerden met mierikswortelpasta en naar een gedubde versie van ‘High Sierra’ keken, één van mijn favoriete films met Humphrey Bogart.

Nu schrijf ik een gedicht over de prachtige volle glinsterende baard van de voormalige vrachtwagenchauffeur, de baard glinstert omdat hij cunnilingus heeft geschonken aan een ordinaire corrupte mandenweefster met een nachtbeugel die ze ook overdag draagt. Gelukkig is het fictie, gelukkig is mijn vagina de enige die vertrouwd is met de woeste dramatische oudtestamentische gezichtsbeharing van de formidabele verslagen alcoholistische man van mijn leven.

Sinds ik ‘bekend’ heb dat ik een depressie heb en al mijn voordrachten heb afgezegd, voel ik me euforisch, manisch, onstuimig, wellustig, baldadig, bevrijd. En ik weet niet of ik mezelf ooit nog wil onderwerpen aan het beleefde gegrinnik en tamme applaus van veertien gepensioneerde stierenvechters met eczemateuze oorschelpen en drie veel te kritische mystieke chrysantenkwekers met verbleekte T-shirts van Grateful Dead in de bibliotheek van Schoten of Bredene.

De oude kruisboogschutter staat plots naast mij, hij zegt: ‘Vandaag wil ik vijf zaklampen en dertien muizenvallen kopen, maar ik wil vooral je naakte lichaam zien.’ Ik zeg waarheidsgetrouw: ‘Mijn lichaam is versleten, vooral naakt. Zelfs de kadavers van Count Basie en Shirley Temple zien er beter uit en zij liggen respectievelijk zevenendertig en zeven jaar onder de grond.’ Maar de oude kruisboogschutter zegt vrolijk: ‘Je blote versletenheid schrikt me niet af. Ik weet dat het meevalt want soms kijk ik door het sleutelgat van de badkamer wanneer je in de spiegel staart naar je gedrochtelijke neus en dunne bitsige lippen.’ Hij neemt een gerookte makreel uit zijn ijskast en wijst naar buiten, naar de cipres van het gekkenhuis, en zegt: ‘Een of andere geesteszieke heeft een kapotte banjo in de cipres gehangen.’ Ik zeg: ‘Het wordt een lange dag, ik stel voor dat je me verrot slaat en me daarna naar de spoedgevallendienst brengt waar ik uren bloedend zal wachten op een kille passief-agressieve spoedarts, maar waar er met een beetje geluk een exemplaar van ‘Peer Gynt’ tussen de zwachtels en nierbekkens zal liggen, dan kan ik eindelijk eens masturberen en mijn bloed deppen met interessant leesmateriaal en zo zal de tijd voorbijgaan.’ Maar de conservatieve kruisboogschutter vindt het een slecht plan.

Ik heb plots razende honger en maak zesentwintig pannenkoeken, twee kwartels en een halve pot honing soldaat. Ik denk aan het mistroostige pretpark van mijn kindertijd: de Meli, een anagram van honing in het Frans. In het spookhuis van de Meli heb ik mijn eerste pijpbeurt gegeven. De ontvanger was een bijzonder ondankbare korzelige messenwerper die na de pijpbeurt een puntzak oliebollen kocht en met de bloemsuiker pesterig een kruis maakte op mijn voorhoofd, ik barstte in huilen uit en de messenwerper zei sorry, gaf me de puntzak, rende weg en werd opgepeuzeld door een ontsnapte grizzlybeer. De oliebollen waren ondertussen lauw geworden. En dat is één van de redenen waarom ik nooit in de val van de nostalgie ben getrapt.

Ik zeg tegen de oude kruisboogschutter: ‘Het leven is kort en bruut en absurd.’ Hij zegt: ‘Kort, ja. Waarom draag je een winterjas binnenskamers?’ ‘Wanneer ik binnenskamers een winterjas draag voel ik me een verdoemd romantisch gekweld Russisch literair personage. But you don’t really care for Russian literature, do you?’ De oude kruisboogschutter zucht gelaten en verlaat zijn paleis om in een of andere zielloze bouwmarkt vijf zaklampen en dertien muizenvallen te kopen. Halleluja.

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234