Open Venster

‘Is het wel zo logisch dat het redden van mensenlevens ten koste van alles gebeurt?’

Met dit schrijven wil ik graag reageren op een uitspraak van gewezen SP.A-voorzitter John Crombez, in Humo nr. 4154. Mr. Crombez vindt het vreselijk dat sommige mensen het niet zo erg lijken te vinden dat rusthuisbewoners 1 of 2 jaar vroeger sterven, en dat sommigen zich afvragen of we vanaf een bepaalde leeftijd nog wel een heupprothese moeten plaatsen. Persoonlijk wens ik iedereen een lang en gelukkig leven toe, en ben ik me ervan bewust dat ieder verlies een ongekend leed teweeg kan brengen bij de naasten van de overleden persoon in kwestie, maar ik ben eveneens van mening dat we ons huidige model van gezondheidszorg op een nuchtere en kritische manier moeten durven bekijken – is het wel verantwoord om een mensenleven eindeloos en ten koste van alles te rekken? In dat verband ben ik erg bezorgd over de manier waarop de huidige Corona-pandemie wordt aangepakt. Er gaat een erg besmettelijk virus de ronde, dat een heleboel – maar in het licht van de wereldgeschiedenis niet eens zo heel erg veel – mensenlevens bedreigt, en de mens schiet in z’n gebruikelijke angstkramp: deze levens moeten gered worden, koste wat het kost. Het eerste begrijp ik nog wel enigszins (al ben ik niet helemáal akkoord, zoals verderop zal blijken) – het is een natuurlijke en erg verdienstelijke menselijke reactie om soortgenoten wiens leven in gevaar is te hulp te komen. Uit solidariteit, uit eigenbelang, of doodgewoon uit angst voor de reactie van anderen als we niet het onderste uit de kan gehaald hebben om onze medemens van de ondergang te redden. Met het tweede daarentegen heb ik veel meer moeite. Is het wel zo logisch dat het redden van mensenlevens ten koste van alles gebeurt? Dat we onder het voorwendsel van massale solidariteit een hele maatschappij wekenlang verlammen? Ik vind van niet. Een mensenleven kan niet oneindig veel waard zijn. Er zijn grenzen. Concreet lijkt bij de aanpak van de COVID-19-crisis de balans tussen kosten en baten volledig verstoord. Akkoord, het is nog onduidelijk hoeveel schade de huidige gezondheidscrisis – en het (mis)management ervan – onze maatschappij heeft toegebracht, en een schatting maken van het aantal geredde levens is geen evidentie. Niettemin wijzen alle berichten – het gezond verstand en ons aller buikgevoel inclusief – op een torenhoge kost per gered mensenleven. Zo hebben we binnenkort wellicht miljoenen euro’s aan compensatie- en andere premies gespendeerd per leven dat van de dood gespaard is gebleven, zijn er mogelijk tientallen bedrijven overkop gegaan, en zijn honderden mensen – opnieuw per gered mensenleven – in de put der werkloosheid gevallen tegen dat het einde van de crisis afgekondigd wordt. En dan nog is de rekening niet gemaakt! Want laten we bv. ook eens oplijsten hoeveel medeburgers opnieuw in hun oude verslaving vervallen zijn of zich hebben verloren in depressiviteit als gevolg van de maandenlange opgelegde opsluiting. Hoeveel relaties de lockdown niet hebben overleefd. Hoeveel kinderen in sociaal moeilijke situaties een leerachterstand hebben opgelopen. Kortom, hoeveel miserie werd veroorzaakt, die in het beste geval nog vele jaren financieel of op een andere manier blijft nazinderen, of die in een minder gunstig scenario het einde van een relatie of een droom heeft teweeg gebracht. Een erg hoge prijs voor een minder zware dodentol, lijkt me. Zeker als we het woord ‘dodentol’ – en onze omgang met de dood in het bijzonder – eens belichten vanuit een andere – ietwat ongemakkelijke – hoek: die van ons westerse denkpatroon. Hierin wordt de dood gezien als iets absoluut te vermijden, als iets definitiefs, als iets om bang van te zijn. Niet zelden wordt er door familie bij artsen op aangedrongen om de ene remedie na de andere uit hun mouw te schudden, teneinde de dood van een patiënt zo lang mogelijk uit te stellen of liefst helemaal te vermijden. Een voortijdig sterfgeval wordt in deze gevallen als een persoonlijk falen van de behandelend arts in kwestie gezien. Zo stellen we ons met z’n allen superieur ten opzichte van de natuur en de natuurlijke gang van zaken op, en proberen hardnekkig en met man en macht tegen elke vorm van sterven te vechten door gebruik te maken van onze kennis en onze technische hulpmiddelen. Tegelijkertijd vergeten we daarbij misschien dat levenskwaliteit vele malen belangrijker kan zijn dan een kunstmatig verlengd leven. We zijn verleerd om ons over te leveren aan het lot, dat voor ieder van ons bepaalt of we hetzij een lang en gelukkig leven tegemoet gaan, hetzij of we door omstandigheden een minder lang leven beschoren zijn. Door onze westerse superioriteit ten opzichte van de natuur te laten varen, door het mysterie dat rond de dood hangt weer op te zoeken, en door het onvermijdelijke en natuurlijke karakter van sterven uit de vergeethoek op te rakelen, zouden we gezegend worden met een verlossende en allesomvattende rust. Het zou ons opzadelen met een rustige en berustende kijk op de dood, en met een brede en mature visie volgens dewelke het – ook voor de nabestaanden – helemaal niet zo erg en abnormaal hoeft te zijn om op gezegende leeftijd het leven te verlaten, bv. als gevolg van een virale longontsteking. We zouden ons dan – zeker in uitzonderlijke tijden van grote nood, zoals we nu meemaken – enkel moeten focussen op de behandeling van diegenen die écht hard door het lot getroffen werden – jonge of iets oudere mensen die nog geen rijk gevuld leven achter de rug hebben en die door toeval of door bestaande gezondheidsklachten zwaar ziek werden. Waardoor in de huidige context verregaande en draconische quarantainemaatregelen waarschijnlijk grotendeels overbodig zouden zijn gebleken, omdat de capaciteit van onze ziekenhuizen wellicht had volstaan. Met andere woorden: een moedige en minder verkrampte kijk op de dood had miljoenen (!) niet-zieke inwoners van ons land van heel wat quarantaine-leed gespaard, en had de levenskwaliteit en het geluk van deze mensen gevrijwaard. We zouden voorrang gegeven hebben aan het leven, in plaats van aan de dood. En zo hoort het ook.

Wouter Beliën.

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234