columntom lanoye

‘Johny was een beter acteur dan hij kon laten zien als Xavier Waterslaeghers, maar minnetjes was die rol nu ook weer niet’

Vorige week boekten we toch maar een extra vervroegd retourticket, op wat toen werd aangekondigd als de voorlaatste KLM-vlucht uit Kaapstad. Inmiddels blijkt dat de allerlaatste te zijn geworden. Al de rest is tot nader order geannuleerd. Sinds gisteren weten we ook dat, kort na ons opstijgen, onder ons een volledige lockdown van Zuid-Afrika zal worden ingesteld, met inzet van politie en strijdkrachten, zoals dat ook al het geval is in Rwanda, Namibië en Senegal. Zij zijn slechts voorlopers. De besmettingsgrafieken schieten over het hele continent sneller omhoog dan riet op de antieke oevers van de Nijl. Niemand zegt het, iedereen denkt het: in Afrika riskeert corona een plaag van Bijbelse proporties te worden.

Mijn vent en ik zitten nu nog thuis. Onze laatste volledige dag in de oude wijk die Oranjezicht heet. Na weken van nazomerse hitte rollen prachtig onheilspellende wolkenpartijen al urenlang over de rand van de Tafelberg heen, ze donderjagen vertraagd over de flanken naar beneden, het miezert dat het zevert en in de verte klagen misthoorns van voor anker liggende containerschepen. De hele stad ziet er ondanks het vele groen opeens wat vaal en grijs uit en ook de temperatuur bereidt ons zoetjesaan voor op die van het thuisland. Daar, zo verzekeren welingelichte familiebronnen ons dagelijks per Skype, is de lentezon al wel gearriveerd.

Behalve in te pakken als een gek, zit ik tussendoor te doen alsof ik zit te schrijven als een gek, om te verhullen dat ik uiteindelijk alleen maar zit te nagelbijten als een gek. Binnen een uur kunnen we hopelijk zonder gedoe inchecken en onze boardingpass ook letterlijk afdrukken - voor het eerst sinds lang en voor de zekerheid. Wat kan daarna nog fout gaan, morgennacht? Ik verwacht geen andere problemen dan een hectische luchthaven vol gestrande wanhopigen uit alle windhoeken, daarna een overvolle wachtruimte, daarna een overvolle loopslurf, daarna een overvol vliegtuig met vierhonderd angstig ademende medepassagiers en bemanningsleden. De vlucht duurt 11 uur en 40 minuten.De thuisquarantaine, straks, twee weken. De virusterreur nog maanden. Volgens Marc Van Ranst een jaar.

EEN LOGISCHE FAMILIE

'Gemengde gevoelens' is een uitdrukking die een upgrade verdient. Ik ben nog nooit ergens vertrokken met deze mengeling van opluchting, spijt, wroeging, zelfs wat regelrechte schaamte - ik ben en blijf een katholiek zonder God. Is weggaan wel de juiste beslissing? Is het een onnodig risico of juist een blijk van gezond verstand? En hoelang zal het duren voor we hier opnieuw mogen verblijven? Zo'n vraag verandert onverbiddelijk je blik. Al het vertrouwde om je heen ziet er anders uit. Pijnlijk nieuw, vreemd weerloos, al deels voorbij. Ook mijn verscheurdheid, die ik vroeger zo heerlijk vond, voelt onbehaaglijk aan. Hoe leg ik dat het beste uit?

Armistead Maupin is de auteur van - o, nostalgie - een reeks sitcomboekjes over gay San Francisco in de jaren 70 en 80: 'Tales of the City'. Ze zijn toentertijd niet onaardig verfilmd en nu opnieuw te zien op Netflix. Ze vormden overigens het begin van de carrière van de verrukkelijke actrice Laura Linney, die thans furore maakt in de serie 'Ozark'. In een docu over zijn leven muntte Maupin een baanbrekend begrip. Naast een biologische familie bezit ieder mens een logische familie. Verwanten zonder bloedband die je door het lot in de schoot geworpen krijgt.

Welnu: ons probleem is dat we de helft van onze logische familie hier achterlaten, in ruil voor de andere helft in België. Daar wonen echter ook, en dat geeft dan blijkbaar toch de doorslag, onze biologische verwanten die tegelijk ook vrienden zijn. Om te beginnen mijn schoonouders Daan en Betty - gezien hun leeftijd een favoriete prooi van het laffe virus. Ze houden zich al weken in zelfquarantaine recht met klaverjassen, tv-kijken en skypen. De eerste keren ging zo'n sessie haast volledig op aan het beheren van Skype zelf. ('Je moet klikken op het icoontje dat een cameraatje voorstelt. Zie je dat niet? Rechtsonder! Dat icoontje! Tja - je weet toch wat een icoontje is? Klik erop! Klik dan!')

Het afscheid van onze logische familie alhier verliep volgens nieuwerwetse rituelen. René en ik zwaaiden vanaf ons balkon, als waren hij en ik samen één oude koningin. Met een schallend praatje en wat grappen erbovenop, de verplichte afstand grotesk groter makend, in de hoop hem te verkleinen door de kracht van de satire. Het werkte maar half. Ten afscheid hugden we onszelf, innig en langdurig, ten teken dat we de ander warm omarmden. Pantomime bij gebrek aan beter.

Van Antjie Krog, soulsister en letterkundig idool, nam ik afscheid per telefoon, al woont ze maar twee straten verder. Zij en haar man zijn pas terug uit Oxford en vrezen besmet te zijn. Het moeilijkste vond Antjie de kleinkinderen. Die verbleven op de benedenverdieping van hun huis. De schatjes wilden maar niet begrijpen dat oma haar Engelse cadeautjes niet wilde komen brengen. Soms hoorde ze een kleintje huilen, zonder te weten waarom. Voor de rest, zei Antjie met hoorbare gêne, genoot ze van de afzondering. Lezen, schrijven, muziek luisteren en proberen te verdringen wat de buitenwacht te wachten staat. Wat wil een schrijver meer?

VERDWAALDE KOGEL

Lizzy, al bijna twintig jaar onze werkster, liet zich niet weghouden. Van onze directe buurvrouw weten we dat veel gezinnen hun werkster betalen om níét te komen. Zo ziet technische werkloosheid er hier voorlopig uit. Lizzy wilde daar niets van weten. Ze trad onvervaard aan, ze hield binnenskamers flink afstand, maar haar goedlachse spraakwaterval was niet te stoppen, zoals altijd. Ze sakkerde vooral op haar buren in de townships. 'Die gekken houden zich nergens aan, ze zeggen dat corona iets is voor bleekscheten only. Ik liep doodsbang rond, tot ik gisteren hoorde dat vóór the shack van mijn nicht iemand is doodgeschoten. Een verdwaalde kogel sloeg in waar zij tien seconden daarvoor nog een kop thee had zitten drinken. Sindsdien ben ik mijn schrik kwijt. Veel erger dan nu kan het niet worden, toch? Kome wat komen moet!'

Ik begreep haar grootspraak. Ze is haar vaste baan al kwijt, in een B&B drie huizenblokken hoger: nu al in lockdown. De baas, een Duitser die ook dol is op haar, bood aan dat ze mocht blijven wonen in één van de gastenkamers. Ze heeft geweigerd. 'Ik hoor thuis in mijn thuis,' zegt ze. Ze gebruikt zelfs een oud apartheidswoord: 'In my lokasie! Daar sal ek bly.' Een kwartier later klinkt ze toch somberder. 'Honger is erger en wreder dan vrees. En die honger kómt. Wat ben je dan met genoeg water en zeep om je handen te wassen? En zelfs dat is er niet, overal.'

Ook van ons huis neem ik afscheid alsof ik het misschien nooit meer terug zal zien. Dat klinkt pathetisch, maar de dramaqueen in mij geneert zich niet. Alom wordt de strijd tegen corona een oorlog genoemd, en dit is wat ik over oorlog heb geleerd van allen die hem ondervonden aan den lijve: hij duurt altijd langer dan voorspeld.

In iedere kamer huizen herinneringen, maar van alle gasten en bezoekers van de afgelopen twintig jaar tikt er vandaag ééntje in het bijzonder op mijn denkbeeldige schouder: wijlen Johny Voners. Een paar jaar geleden verbleef hij in een andere B&B hier vlakbij, gerund door een bevriend Belgisch koppel. Zij brachten ons samen, de verbroedering liep uit op een braai en een heus pingpongtoernooi in onze garage. We beloofden elkaar een klinkende revanche.

Johny zou rond deze tijd met zijn familie opnieuw de Kaap hebben bezocht. Die andere killer, kanker, besliste er anders over. Uit een interview met zijn dochter in Het Laatste Nieuws leerde ik dat hij trots was op zijn zangtalent maar niet echt tevreden over zijn carrière als acteur. Dat was een steek in mijn hart. Ik had hem graag in de armen kunnen sluiten, als hem dat had getroost. Hij wás een beter acteur dan hij kon laten zien als Xavier Waterslaeghers, maar minnetjes was die rol nu ook weer niet. Daarna zouden we ons samen op de ultieme Charles Aznavour-karaoke-contest hebben gegooid, die ik met plezier grandioos zou hebben verloren.

Te laat. Ik voel wat ik bij velen om me heen voel. Verbijstering die veel verder gaat dan ontreddering. Daar is zeer zeker overmoed mee gemoeid. Zo'n virus, zo'n ontregeling, zo'n dodentol? Die behoren ons niet te overkomen. Wij, godenkinderen, hebben soortgenoten op de maan gezet, hebben foto's gemaakt van zwarte gaten en computers ontworpen die slimmer zijn dan wijzelf. En dan wordt dat allemaal overhoopgegooid door een minuscuul, onzichtbaar prul dat zelf niet eens leeft? Ook die schok zullen wij nog duchtig moeten verwerken. Wij, de voorheen onkwetsbare globetrotters. De braaiers en de zangers. De godganse broederschap der logische verwanten.

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234