Tom LanoyeBeeld Tom Lanoye

columnTom Lanoye

‘Kwaad is lekker, goed is saai. De boef is aantrekkelijker dan een brave burger’

Je mag het wijten aan de komkommertijd, coronamoeheid of gebrek aan inspiratie, maar ik ben nog lang niet uitgeschreven over standbeelden, zeker die van onze vroegere hoogwaardigheidsbekleders. Ze staan nog altijd te trillen op hun sokkel, beducht voor activisten die hun reputatie te lijf gaan met een lijst van onweerlegbare aanklachten en een pot fluorescerende verf. Zulke beschadigingsoperaties genieten heimelijk mijn sympathie. Tegelijk ben ik even heimelijk fan van juist de meest leugenachtige sculpturen. Een beetje zoals ik - mutatis mutandis - verlekkerd ben op het Eurovisiesongfestival. Met esthetiek heeft dat weinig te maken. Met theatrale kitsch en het tegendraadse omarmen ervan des te meer.

Door hun voorspelbare en overdadige vormentaal lijken veel politiek-historische plastieken op een grotesk stilgezette muzikale circusact waaraan Nicole en Hugo nog een punt kunnen zuigen, om maar te zwijgen van Lordi of Conchita Wurst. Met dit verschil: die artiesten beseffen dat ze werkzaam zijn in een variété-industrie die draait om misleidende glitter, begoocheling-met-dubbele-bodems en aanstekelijke aanstellerij. Geschiedkundige zetstukken zijn daarentegen bloedernstig bedoeld. Dat maakt ze des te komischer.

Ongegeneerd pathetisch hopen zij 'Het Gezag' te ensceneren. Niet zelden zijn ze besteld door de afgebeelde pief zelf, van monarch tot militair. Zo zien onze machthebbers zichzelf dus het liefst: in hol brons, vol ornaat en volle actie. Kin omhoog, snor gewaxt, sabel geheven, het ros onder hen steigerend maar achteloos in bedwang gehouden, het gehele tafereel gepolitoerd en schoongeschuurd door weer en wind. Een tableau vivant vol eerbare weerbaarheid en patriottische trots.

Tegelijk worden dergelijke beelden dagelijks op de kop gescheten door de steeds herboren vertegenwoordigers van hun onderdanen. Het naamloze klootjesvolk, bestaande uit duiven, mussen, spreeuwen en meeuwen. Als ze met genoeg zijn en flink de diarree hebben, ondergaat zo'n monument langzaam een omgekeerde blackfacing. Dankzij een stinkende witwassing van zijn aangezicht: zo wordt menige officiële held vanzelf ontmaskerd als farizeeër. Het dierenrijk is de onvermoeibaarste der activisten en het maakt zijn organische verven zelf.

De interessantste standbeelden zijn echter ofwel nooit besteld, ofwel nooit geplaatst waar ze thuishoorden. De stad Aalst - nochtans een zelfverklaarde navel van carnavaleske tegendraadsheid - heeft bijvoorbeeld begin jaren 80 geweigerd een kunstwerk te aanvaarden dat eer wilde bewijzen aan Jan de Lichte. Een legendarische inwoner die in zijn eentje een aanfluiting belichaamde van alle gestelde organen en wetten. Hij werd voor zijn bloedige wandaden nooit beloond met eretitels, paleizen of rijke prinsessen. Hij bekocht ze met openbare radbraking op de markt van Aalst, tot de dood erop volgde. Hij was niet veel ouder dan vijfentwintig.

MAAKBAAR MONSTER

Jan de Lichte was roverhoofdman zonder vaste bende. Landlopers, rabauwen, zigeuners, gedeserteerde huurlingen plus allerhande desperado's en marginalen hielden zich samen met hem schuil in de bossen rond Moerbeke, Aalst en Zottegem. We schrijven de eerste helft van de 18de eeuw, tijdens de Oostenrijkse en kortstondige Franse bezetting van onze contreien. Armoe en uitzichtloosheid alom. Onderdrukking, afpersing en geweldpleging op alle echelons.

Jan de Lichtes gruwelijke terechtstelling was een gerechtelijke represaille voor de gruwelijke roofmoorden die hij zelf had ondernomen of bevolen op weerloze boeren, bedevaarders en begijnen. Wraakacties tegen voormalige kornuiten waren hem niet vreemd, en voor gewelddadige verkrachting draaide hij evenmin zijn hand om. Na zijn dood werd hij niettemin superberoemd en veelbezongen. Zonder over hoge connecties en overheidsbudgetten te beschikken.

Hoe dat zo komt? Om te beginnen is geschiedschrijving ook maar een vorm van toneel. En op alle bühnes is de boef een aantrekkelijker personage dan de brave burger. Dat geldt niet alleen voor het snel verveelde publiek, maar ook voor de ambitieuze acteur. Wie wil er een onschuldig schaap spelen als ook de gebochelde moordmachine Richard III voorhanden is? Of Mack the Knife? Het mogelijke monster in onszelf levert rijker materiaal op dan de mogelijke kwezel. Het zal wel weer van alles zeggen over de menselijke ziel, maar kwaad is lekker en goed is saai. De hele wereldliteratuur kan gelden als bewijs.

Tegelijk is een antiheld handig als kapstok om er je eigen kijk op mens en maatschappij aan vast te knopen. Zeker als over hem weinig echte feiten zijn gekend en hij, liefst op jonge leeftijd, in helse pijnen om het leven kwam. Ook dat is oeroud toneel: het lijdende monster wordt opeens toch nog deerniswekkend. Zijn executie levert niet alleen de broodnodige dosis volkse moraal op ('Niets blijft onbestraft!'), ze vormt tegelijk ook de basis voor een volks en diep gevoel van onrechtvaardigheid: 'Er zijn er die véél meer op hun kerfstok hadden dan onze arme donder, maar die nooit zo wreed werden bestraft!'

Romantiek is rap geboren. En zo wordt meer dan één struikrover alsnog een Robin Hood.

VERGAARBAK

Jan de Lichte werd mettertijd een vergaarbak voor mythes over diverse bandieten en voetbranders, tot de Bende van de Bokkenrijders toe. De onvolprezen verteller en Belgische Nederlander Abraham Hans, die ons volk nog meer leerde lezen dan Hendrik Conscience al deed, schreef reeds in 1908 een populaire schelmenroman over De Lichte. Maar het was Louis Paul Boon - behalve rasverteller ook Aalstenaar en gedoodverfd Nobelprijswinnaar - die zijn stadsgenoot in 1957 en 1961 zou vereeuwigen met een literair tweeluik. In zijn typische stijl (recht op de man af), zijn typische taal (het Boonsiaans) en zijn typische, euh... typologie: Jan de Lichte is bij Boon minder een crimineel dan een idealist, verzetsstrijder en weinig tedere anarchist. Hij ontdekt de klassenstrijd lang vóór Karl Marx en Friedrich Engels erover schreven.

Om het rondje transformaties compleet te maken dienden Boons boeken als basis voor een prestigieuze kostuumserie die door uitgerekend de commerciële zender VTM werd besteld, en die nu al vier jaar op haar eerste uitzending wacht. Hier te lande dan toch. De bende van Jan de Lichte moet het trekpaard worden van een nieuw op te richten Vlaamse Netflix. Op het echte Netflix valt de serie al te bekijken, weliswaar enkel in het buitenland. Ik zag ze een halfjaar geleden. In het zomerse, toen nog onbezorgd coronavrije Kaapstad.

Heimwee kreeg ik er niet van, gezien het ruige volkje, het gure weer en het overdadige, inmiddels traditionele Netflix-blotetietenwerk. Er valt niettemin heel wat te prijzen. Regie, camerawerk, montage en vooral het acteerwerk zijn ronduit briljant. Anne-Laure Vandeputte, Mark Verstraete, Stef Aerts en Jeroen Perceval alleen al verdienen een agent in Hollywood. Ook de anderen schitteren. Wat des te knapper is gezien het vaak zwalpende script en veel van de dialogen. Tenzij het uitlokken van onbedoelde lachsalvo's geldt als waarmerk van kwaliteit.

Goddank zijn er Engelse ondertitels. Sec en samenvattend.

EERSTE SOCIALIST

De omzwervingen van Jan de Lichtes monument duurden langer dan vier jaar. Op eigen initiatief had beeldhouwer Roel D'Haese rond 1980 een opdracht van het Boongenootschap omgebogen: nee, geen beeld van Boontje zelf! Dat vond D'Haese 'godenverering'. Hij wilde Boon eren via zijn belangrijkste romanpersonage. Voor hem was dat niet Ondineke uit 'De Kapellekensbaan', maar 'de eerste socialist van Vlaanderen', Jan de Lichte. Hij, nog steeds D'Haese, vond slechts één plek geschikt voor wat zijn meesterproef zou worden: de markt waar De Lichte was terechtgesteld. 'Als eerherstel.' En dus: schuin tegenover een reeds bestaand standbeeld. Van Dirk Martens, een rijke poorter, drukker en uitgever die volgens alle Aalstenaren zelfs de uitvinder is van de boekdrukkunst.

Het had in vele opzichten een interessant plastisch tweeluik kunnen opleveren. Maar het stadsbestuur, geleid en in hoofdzaak bevolkt door katholieken, besloot tot een staaltje cancel culture avant la lettre. Het was sowieso al slecht te vinden voor 'eerbewijzen aan een pornograaf', het wilde de jeugd geen slecht voorbeeld geven door misdadigers te aanbidden, en per slot van rekening stónd er op de markt al een beeld dat iets te maken had met het boekenvak. Tot grote woede van D'Haese kwam zijn Jan de Lichte vervolgens terecht in wat hij 'een beeldenkerkhof' noemde, het nochtans uitmuntende Middelheimmuseum. Je moest er evenwel naar zoeken, want het verhuisde soms en stond uiteindelijk ietwat weggemoffeld in een bos mos te verzamelen.

In 2012, dertig jaar na zijn creatie, verhuisde het weer. Hopelijk voor het laatst, want nu staat het perfect. Vlak voor het modernistische justitiepaleis van Antwerpen - 'het vlinderpaleis', ook wel 'de frietzakken' geheten.

Daar komt zijn monumentale kracht eindelijk tot zijn recht. Getrouw aan de slotregels van een prachtige cyclus die Hugo Claus aan hem wijdde. 'In Uw rijk van het hemelse slijk / Kunt Gij mijn versplinterde botten kussen / Mijn ziel en mijn lijk / Lever ik liever aan de mussen.' Ook de eigen strijdkreet van De Lichte kan een hart onder de riem betekenen voor al wie hier de trappen moet beklimmen, op zoek naar recht: 'Veur giene chanteric peu!' 'Voor geen politiehond bang!' Waarmee De Lichte zowel het dier als zijn bezitter bedoelde.

Ik maak me sterk dat niemand ooit dit beeld omver zal willen trekken of beschadigen. Mede - laten we eerlijk zijn - omdat weinigen beseffen wie het voorstelt. Maar vooral omdat geen enkele pot verf afbreuk zou kunnen doen aan de grandeur, noch de gruwel van dit eerbewijs.

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234