BataclanBeeld Humo

ColumnBataclan

‘Laatst maakte mijn spiegelbeeld mij duidelijk dat make-up op een verweerde karakterkop geen gezicht is’

Rudy Vandendaele, Humo-sterkhouder voor het leven, zorgt wekelijks voor geletterd variété.

Terwijl ik in de verplichte looprichting aan ze voorbij beende, hoorde ik meisjes in de coronale wachtrij voor Primark werkelijk om de haverklap 'Oh my God!' naar het schermpje van hun smartphone gillen, alsof het opperwezen in kwestie, dat sinds mensenheugenis een wel erg teruggetrokken bestaan leidt, herhaaldelijk aan hen verscheen - uitgerekend aan hén! Maar waar ik heen wilde: het zogeheten funshoppen is niet aan mij besteed, om nog te zwijgen van het werkwoord 'funshoppen' zelf. Enfin, die maandag dat neringdoenden, met handgel als glijmiddel, de consumenten weer binnenlieten, begaf ik me in de verplichte looprichting naar een deftige winkel in schrijfbehoeften, waar ik volgens de bewakingscamera omstreeks 11 uur 's ochtends de enige klant was. Ik kocht er wat ik nodig had en niets anders: een bepaalde soort blauwzwarte vulpeninkt. Als ik zonder die specifieke inkt val, voel ik me een tikje onprettig. Nu hoef ik me maar even het puin van Aleppo voor de geest te halen of ik schaam me al de ogen uit het hoofd over mijn verwaarloosbare ongerief, maar los daarvan: ieder zijn fetisj.

Met het laatste drupje blauwzwarte vulpeninkt had ik enkele dagen tevoren het volgende in mijn kladboek geschreven: 'Little Richard is gestorven, zijn onsterfelijkheid ten spijt.' Hoezeer ik Memory Lane ook mag mijden - gaten in het wegdek en er hangt altijd mist - toch moet ik thans weer even in een zelfgekozen looprichting terugkeren naar de uithoek waar het leven zich in de vroege jaren 70 stukje bij beetje aan mij ontvouwde. De klad zat toen al in het hippiedom, bloemenkinderen verwelkten en het muziekgenre dat in mijn kringen de boventoon voerde, was progrock. Ik herinner me fuiven in een jeugdclub waarop hele elpees van bijvoorbeeld Emerson, Lake & Palmer, Yes en King Crimson werden gedraaid: ingewikkelde, vaak gekunstelde, zich aan klassiek en jazz spiegelende muziek vol tempowisselingen en technische hoogstandjes: vroegoude klanken die vooral nerdy jongens aanspraken. Meisjes, om wie de wereld draaide, hadden er niets mee, ook wel omdat progrock voor geen meter dansbaar was. Al waren er enkelingen, onder wie ook nerds, die zich op die muziek aan vrije corporele expressie overgaven, met de moed der wanhoop, en met ongecoördineerde inzet van meer ledematen dan ze wisten te beheersen: je zag zulke dansers radeloos tegen hun gêne optornen, wat tot op zekere hoogte een aandoenlijk kijkspel was.

Er brak altijd weer een moment aan waarop de diskjockey met dienst zelf de balen had van bijvoorbeeld Van der Graaf Generator en een lege dansvloer. Dan greep hij steevast naar 'Little Richard's Greatest Hits', in 1967 live opgenomen in Hollywood. Al bij 'Lucille', een opener als een startschot met scherp, stroomde de dansvloer vol, en na 'The Girl Can't Help It' en 'Tutti Frutti' waren de feromonen te snijden, want de raggende rock-'n-roll van Little Richard was in schril contrast met progrock voluit fysiek en sexy: de damp sloeg ervan af. 'Oh my soul!' riep de weergaloze shouter tussen twee nummers door, alsof hij verbluft was door wat hij zoal teweegbracht, en dat al voor de duizendste keer. Ik meen me nerds te herinneren die als bij toverslag gevoel voor ritme bleken te hebben zodra Little Richard ze in beweging zette. Ze zouden er spoedig achter komen dat tongzoenen vanzelf ging, en dat al dat solitaire oefenen voor de spiegel nergens voor nodig was geweest.

De grootste hits van Little Richard dateren van de jaren 50, maar in de jaren 70 kwam het in mijn inner circle in niemand op om zijn repertoire als ouwelullenmuziek af te doen, ook al was die muziek dan - er volgt nu een achterlijke uitdrukking - 'van voor onze tijd'. Lang vóór de glamrock, een mij dierbaar genre, luid en duidelijk tegen de progrock indruiste, was Little Richard al een glamrocker: androgyn, make-up, pompadourkapsel, campy, voyant nichterig en hetero als de gelegenheid zich voordeed. Tussen twee haakjes: laatst maakte mijn spiegelbeeld mij duidelijk dat make-up op een verweerde karakterkop geen gezicht is. Waar heb ik in godsnaam mijn jeugd gelaten? Eeuwig jong overleed Little Richard in Nashville, op 9 mei jongstleden, in de leeftijd van 87 jaar. Voor zover ik weet stierf hij niet aan Covid-19, wat in de geteisterde VS, waar een mispunt met het normbesef van een racketeer het voor het zeggen heeft, veeleer een prestatie is.

Oh my soul!

Rudy Vandendaele

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234