brusselmans column web Beeld Humo
brusselmans column webBeeld Humo

ColumnHerman Brusselmans

Meestal ruimde Gloria de kots op, omdat zij immers een vrouw was en ik een man, en in de jaren 80 was dat niet meer dan normaal

Herman Brusselmans

Ik ben ooit een alcoholicus van het dertiende knoopsgat geweest. Een amateur, een dilettant, een hobbyist. Gedurende vijf jaar dronk ik per dag een fles porto, een fles whisky en vijftien glazen bier. Dat is toch niet om over naar huis te schrijven? Gerard Reve dronk zes flessen wijn per etmaal, J.M.H. Berckmans drie flessen cognac en een dozijn trappisten, en Mia ­Doornaert een half glaasje Elixir d’Anvers, waarna ze zo zat als een aap was, op de tafel sprong, haar rok omhoogtrok en zong van ‘Super Trouper, ik ben ne goeie poeper’.

Zelf dronk ik zowel thuis als uithuizig. Je hebt van die mensen die nooit thuis drinken. Wat een sukkels. Thuis is net de beste plaats om te zuipen, omdat je dan op je gemak in je wc kunt gaan kotsen. Na het kotsen moet je doorgaan met drinken, want de combinatie drinken/kotsen/drinken is erg prettig, behalve als je voor de tweede keer kotst, terwijl je een minuut daarvoor naar bed bent gegaan. In bed kotsen is niet aan te raden, zeker niet als je vrouw naast je ligt, en je niet alleen je eigen hoofdkussen vol braakt, maar ook de kanis van je geliefde. Let op, het kan ook omgekeerd. Dat je geliefde heel veel heeft gedronken en in bed jouw kop vol kotst. Dat deed m’n eerste echtgenote Gloria geregeld. Soms gingen we samen stomdronken naar bed, eerst kotste ik haar kanis vol, en nog geen vijf seconden later kotste zij m’n kop vol. Daar lagen we dan, elk met een bakkes die onder de kots zat.

De kwestie was om de viezigheid op te ruimen. Meestal deed Gloria dat, omdat zij immers een vrouw was en ik een man, en in de jaren 80 was het niet meer dan normaal dat de vrouw de ondankbare karweitjes opknapte. Dus wankelde ze uit bed en strompelde ze naar het washok, ze hield daar een dweil onder de kraan, veegde haar eigen kanis schoon en kwam daarna in de slaapkamer mijn kop schoonvegen. En zo heeft ieder huwelijk wel z’n scherpe kantjes.

Doch het meest van al dronk ik in café ­Caruso. Mensen die geen alcoholische dranken verstouwden, mochten daar niet binnen. Als je een spa of een limonade bestelde, werd je door cafébaas Rudy bij je schobbejak gegrepen en buitengegooid. Behalve als je een leuk meisje was dat het uitzicht had van een groupie. De muzikanten en andere artiesten in de ­Ca­ruso hadden behoefte aan groupies, het was niet anders in die wereld van testosteron en machismo. Het meest succes hadden Tjenne van Clouseau, Luc De Vos, Patrick Riguelle, Patrick De Witte, Julien Schoenaerts en ik. Tjenne, Luc, de twee Patricks en ik waren aantrekkelijk omdat we jong en mooi waren, en Julien omdat hij een gigantische tamp had. Als hij zat was, sprong hij op de tafel, hij trok z’n broek omlaag en zong van ‘Super Trouper, Mia ­Doornaert is ne goeie poeper’. Dan lachten we luid, want we wisten wat een opschepper hij was. Natuurlijk had hij nog nooit gepoept met Mia ­Doornaert, die een figuur als Julien al te zeer onder haar niveau vond. Ze is één keer in de Caruso geweest, en toen ging ze naar huis met een 19-jarige student, waarop Julien ­Schoenaerts zei: ‘Wijven zijn te dom om iemand met een lul als de mijne te versieren.’ ‘Misschien versieren ze jou ook niet,’ zei Roland Van Campenhout, ‘omdat je uit je bek stinkt van hier tot aan de Boerentoren.’

Kortom, leute en plezier. De pest is dat je al die leute en plezier niet eeuwig volhoudt. Je lichaam boert achteruit en je geest verliest z’n pluimen. De groupies werden ouder en lelijker, en daar is niks op tegen, maar ze begonnen ook praat­jes te krijgen, en zeiden dingen als: ‘Herman, wanneer ga je eindelijk ’ns een roman over mij schrijven?’ Dan zei ik: ‘Ik schrijf geen romans over mokkels met puisten tussen hun walmende schaamflappen’, en dat was niet oké van mij. Door de drank had ik geen respect meer voor mensen, voor niemand, mezelf incluis. Ik mompelde, terwijl ik schots en scheef naar huis liep: ‘Ik ben niet alleen een mislukte romanschrijver, ik ben ook een mislukte drinker.

Hou toch op over je fles porto, je fles whisky en vijftien pinten per dag, oelewapper. En hou toch op met iemands kanis vol te kotsen.’ Ik mompelde het op den duur zo vaak dat ik ten slotte stopte met zuipen. En met kotsen. En met m’n krakkemikkige huwelijk in stand houden. Ik werd één van de negen op de tien Vlamingen die geen last meer hadden van de alcohol. Dertig jaar later ben ik daar nog steeds tevreden mee.

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234