Delphine LecompteBeeld Humo

ColumnDelphine Lecompte

‘Mijn enige opwinding was: een striptease uitvoeren voor het raam’

Dichteres Delphine Lecompte bericht voor Humo elke week enthousiast over drankmisbruik, baldadigheden en amoureuze perikelen.

Ik heb kerstdag met mijn moeder en mijn zusjes overleefd. Ik heb geen druppel alcohol gedronken, maar slaagde er niettemin in om een misselijkmakende portie tarama naar binnen te lepelen. De maaltijd was Grieks omdat mijn moeder in november een mail kreeg van een esoterische pelsjager die beweerde haar Griekse halfbroer te zijn. De gesprekken aan tafel gingen over hoe om te gaan met de vergankelijke materialen in het werk van Robert Rauschenberg, over potscherven zwanger van betekenis in de Donauvallei, over het adembenemende ego van David Crosby, over de almaar pedanter wordende ontslagen kraanmachinist, over de beste zuignappen voor gps-toestellen, over de wulpse garnalenpelster Olga die in 1988 per ongeluk een racistische fietsenmaker in een waterput gooide, over mijn kennismaking in de Maxi Zoo met prachtig genaamde tropische vissen als de citroentetra, de zwarte fantoomzalm, de harnasmeerval en de zebrabarbeel, en over de vraag of Freddy Horion mag genieten van Berlijnse bollen in zijn gevangeniscel. Mijn moeder zegt ja.

Ik betrap mezelf erop dat ik de meningen van mijn moeder nog steeds klakkeloos overneem. Ze is dan ook de meest briljante, meest onconventionele, meest sprankelende en meest schaamteloze vrouw die ik ken. Ze kan ook genadeloos trefzeker mensen imiteren. De wereld hangt aan haar lippen, ook na haar drie beroertes, haar schubbige psoriasis, haar grillig geworden sluitspieren, en de woekerende karbonkels op haar vroeger zo keizerlijke sleutelbeenderen waar vele glasblazers, imkers en scheepsherstellers tegen te pletter zijn gestort. Mijn moeder is bovendien aan een schrijfcarrière begonnen; ze zal me binnen de kortste keren bijbenen, inhalen en verpulveren. Is het een wedstrijd? Natuurlijk is het een wedstrijd! Het is een wedstrijd die ik niet winnen kan.

Kerstavond was een doffere affaire: fondue met de voormalige vrachtwagenchauffeur en zijn gekwelde geknakte oogverblindende zoon wiens hart werd gebroken door een duistere fezelende foltermuseummedewerkster. Ze heette Rebekka, zoals de volleyballende nimf in het tweede middelbaar die ik verafgoodde en naar wie ik hartstochtelijke brieven schreef tijdens de vakanties. Daarin beweerde ik dat ik plots sportief was geworden; dat ik volleybalde op het strand en flirtte met bloedmooie alchemistische trompettisten en met onweerstaanbare doch veelgeplaagde ezeldrijvers. In werkelijkheid verslond ik Gide en Rilke op de zolderkamer van mijn grootouders. Mijn enige opwinding was: een striptease uitvoeren voor het raam. De overbuur die op Anthony Perkins leek liet het zich kritisch, korzelig, en ietwat vijandig welgevallen. Rebekka schreef me nooit terug, maar toen ze zonder mijn medeweten verhuisde, werden mijn brieven wél beantwoord: door een gereformeerde paardendief met een indrukwekkende collectie vleesplanten, stemvorken, pluchen halsbandlemmingen, skeletten van Siamese tweelingen, protserige Oostenrijkse bruidskisten, en scalpen van ongehoorzame minderjarige degenslikkers. We ontmoetten elkaar elke zaterdag in de videotheek en tongzoenden liefdeloos en onfatsoenlijk met Pet Shop Boys en Freddy Krueger op de achtergrond.

Terug naar kerstavond: we keken sceptisch en ongeduldig naar een documentaire over een goochelaar die te openhartig sprak over zijn kille vader en over zijn onbetrouwbare pancreas, en daardoor zijn magie verloor. Zijn trucs waren door de cortisol en het succes stroef en doorzichtig geworden. De voormalige vrachtwagenchauffeur stikte bijna in een bladerdeeghapje met vol-au-ventvulling, en ik probeerde tevergeefs ‘Honi soit qui mal y pense’ in het Russisch te zeggen. Het houthakkersbrood en de samoeraisaus waren de sterren van de avond. We luisterden om tien voor middernacht naar ‘Saints & Sinners’ van Whitesnake, en ik wist dat dit het enige liturgische ritueel was dat ik van die twee langharige onbehouwen zachtmoedige gebroken barbaren mocht verwachten.

Toen was het plots 31 december met inktvisringen en een alcoholvrij drankje dat klonk als een alligator, en met de voormalige vrachtwagenchauffeur die jammerde over de lading eekhoorntjesbrood die hij naar Keulen moest brengen op de dag dat zijn dochter in de manege tussen parvenu’s van haar paard was gevallen. Ze was de paria van de manege omdat haar vader ‘slechts’ een vrachtwagenchauffeur was, ze strompelde naar huis en ondernam een zelfmoordpoging met Xanax en kriekenbier. Ik heb drie goede voornemens gemaakt: mezelf blijven voorliegen dat een leven zonder afgod Calvados de moeite waard is, de misantropische antipathieke Bernadette zo weinig mogelijk vermelden in mijn columns, en nog vrijgeviger zijn met mijn genitaliën.

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234