Delphine Lecompte Beeld Humo
Delphine LecompteBeeld Humo

ColumnDelphine Lecompte

‘Mijn razernij over het escalerende drankmisbruik van de voormalige vrachtwagenchauffeur neemt toe’

Dichteres Delphine Lecompte bericht enthousiast over drankmisbruik, baldadigheden en amoureuze perikelen.

Wat was er het eerst: de hockeystick of de hockeystick tetra? Ik loop rond in een tropischevissenwinkel, en verbaas me over de absurde namen en de schichtige bewegingen van de minuscule, imbeciele, onverstoorbare vissen met sluiers die soms langer dan hun lijf zijn. De hockeystick tetra klinkt het onzinnigst en hij beweegt het sloomst. Ik probeer oogcontact te maken met de vis, maar hij is uitsluitend geïnteresseerd in zijn plastic schatkist. Ik denk aan Paul Snoek, die vaak gedichten over zwemmen en water heeft geschreven, en een onnozel gedicht (‘gedricht’) over een kwal, die uiteindelijk de weggesneden kut van Esther Williams bleek te zijn.

Ik loop terug naar mijn huis, waar in de woonkamer sinds kort een poster van ‘The Maltese Falcon’ hangt. Ik had gehoopt dat de charmante, lichtjes onbetrouwbare, plagerige tronie van Humphrey Bogart het me makkelijker zou maken om thuis te vegeteren, maar de rusteloosheid is even krachtig gebleven. Vroeger noemde ik mezelf een nomade, nu hou ik het bij ‘neurotisch wicht’.

De gesprekken met de voormalige vrachtwagenchauffeur drogen op, de synchroniciteit van onze frotbewegingen loopt mank, zijn nieuwe pompelmoesshampoo geeft me eczeemplekken in mijn liesstreek en mijn razernij over zijn escalerende drankmisbruik neemt toe. Ik voel ook een zekere minachting voor zijn hardnekkige ledigheid en zijn gebrek aan moordzucht en hartstocht, moet ik bekennen. Zeker wanneer ik op bezoek ga bij de oude kruisboogschutter en zie hoe die vadsige, fatterige, gierige, misogyne veteraan ondanks zijn leeftijd (88) en het isolement de moed erin houdt en koortsig zijn kachelpoken opblinkt, obsessief brillantine over zijn schedel kiepert, hitsig en hoopvol brieven schrijft naar de schattige, veerkrachtige Oekraïense hondenkapster Oksana (die in werkelijkheid een sombere, stumperige Nigeriaanse fietsenmaker is), verbeten boeken leest over nautische knopen en necrofilie om de rest van de wereld bij te benen, gulzig stillevens van vazen en manchetknopen en behekste tondeldozen en bronzen boktorren en poppenhuisguillotines en vernederende feesthoedjes voor profetische teckels schildert, en gepassioneerd witlof en lamsschenkels laat aanbranden. En dan zwijg ik nog over zijn grootste hobby: zijn gigantische kennissenkring vervelen met zijn herinneringen aan de jaren toen we nog samen waren en ik hem tijdens poëzievoordrachten van Sint-Idesbald tot Leeuwarden in de bloemetjes zette als ‘mijn muze en pispaal’.

De oude kruisboogschutter mist mijn poëzievoordrachten meer dan ik. Nee, ik mis ze hoegenaamd niet, wel mijn veel te luide, brutale, schaamteloze vriend, de Tilburgse ‘prutser’ Tom America, die steevast weigerde om in mijn vagina te roeren met notenkrakers, opgezette goudwanggibbons, plastic ellepijpen van sabeltandtijgers, fluiteenden en komkommerblokjesmakers. Hij kwam vóór de pandemie minstens een keer per maand met de auto van Tilburg naar Brugge. Dan spraken we af op het parkeerterrein van een sinistere supermarkt. Het plan was telkens om lijm te snuiven en te palaveren over de schandknaapjes van onze favoriete dadaïsten en oproerkraaiers. Ik zond meestal mijn kat. Na de pandemie zal ik opnieuw meestal mijn kat sturen.

Mensen veranderen niet, vanaf hun 8ste ligt alles vast. Op mijn 8ste spanden mijn favoriete klasgenootje Belinda en de racistische meester Willy tegen me samen: ze zeiden dat de draak op mijn belforttekening een misbaksel was en dat ik nooit een grote kunstenaar zou worden. Ik rende de klas uit met mijn magische harpoen en mijn schattige oestermes, en ik koelde mijn woede op een mompelende clochard met gemummificeerde wespen en havervlokken van het huismerk van Delhaize in zijn baard. Hij stierf met de gelatenheid van een lama die is geboren in een mistroostig Bulgaars pretpark, en sindsdien ben ik een wrak. Gelukkig ben ik wel een grote kunstenaar geworden, Belinda! De racistische meester Willy werd op 1 april 1993 vermoord door een alchemistische trompettist in Bangkok. De trompettist wilde zijn kleine zusje wreken, en hij zag de meester verkeerdelijk voor Gary Glitter aan.

Nu luister ik moederziel alleen naar het robuuste, doch tevens erg gevoelige en larmoyante liedje ‘Sad but True’ van Metallica. Ik heb lang geworsteld met Metallica, maar twee weken geleden heb ik ze volledig in mijn armen gesloten. Ik heb zelfs de grootmoedigheid gevonden om de pretentieuze, potsierlijke, gedrochtelijke plaat ‘Lulu’ met de mantel der liefde te bedekken. Ik steek de schuld op Lou Reed. Hij is dood, hij kan ertegen.

Jammer dat Lou Reed dood is. Knap van hem dat hij nooit lachte. Ik bewonder norse, chagrijnige, korzelige, bittere, rancuneuze, strijdlustige, stekelige, recalcitrante mensen. Ik betrap mezelf soms op behaagzucht en inschikkelijkheid. Almaar minder, godzijdank. De middelvinger is de duim aan het inhalen.

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234